Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN2863

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-07-2010
Datum publicatie
29-07-2010
Zaaknummer
24-001919-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van medeplichtigheid aan diefstal en aan heling van goederen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001919-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-880189-09

Arrest van 29 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 24 juli 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1965] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsman mr. F.D.W. Siccama, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het aan verdachte onder 1. primair, 2., 3. en 4. primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en haar ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Tevens heeft de advocaat-generaal gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 24 maart 2009 tot en met 25 maart 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening in/uit een aldaar aan het [straat] gevestigde winkel (genaamd de [naam]) heeft weggenomen een dekbed en/of twee kussens en/of een dekbedovertrek en/of twee kussenslopen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of winkelbedrijf de [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

[pleger] op of omstreeks 25 maart 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aldaar aan het [straat] gevestigde winkel (genaamd de [naam]) heeft weggenomen een dekbed en/of twee kussens en/of een dekbedovertrek en/of twee kussenslopen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of winkelbedrijf de [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [pleger] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die [pleger] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 24 maart 2009 tot en met 25 maart 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] en/of te [gemeente], (althans) in de gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- de tip in ontvangst te nemen dat bij voornoemde winkel de voordeuren niet afgesloten waren en/of (vervolgens)

- de tip door te spelen aan [pleger] door hem mede te delen dat bij voornoemde winkel de deuren open waren en/of kennelijk (gemakkelijk) goederen weggenomen konden worden en/of (vervolgens)

- (op/via MSN) het contact gehouden met de tipgever voor het juiste adres van de winkel en/of

- die [pleger] aanwijzingen te geven over hoe er naar voornoemd adres gereden kon worden, althans op enigerlei wijze informatie doorgespeeld aan [pleger] ter fine van de diefstal/inbraak;

2.

zij in of omstreeks de periode van 27 maart 2009 tot en met 2 april 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een wasdroger (van het merk Siemens) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormelde wasdroger wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

zij in of omstreeks de periode van 6 februari 2009 tot en met 2 april 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een flatscreen televisie (van het merk JVC) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormelde flatscreen televisie wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

zij in of omstreeks de pleegperiode van 15 december 2008 tot en met 2 april 2009, in het arrondissement [plaats], in elk geval in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft verdachte op na te melden tijdstippen, op na te melden plaatsen, na te melden goederen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen:

A. in of omstreeks de periode van 26 februari 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], een laptop (van het merk Medion) [proces-verbaal zaak 15] en/of

B. in of omstreeks de periode van 12 februari 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], een kniptang en/of een combinatietang [proces-verbaal zaak 31] en/of

C. in of omstreeks de periode van 30 januari 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], een grijze kist met een frees en/of een zwarte koffer met een klopboor [proces-verbaal zaak 34] en/of

D. in of omstreeks de periode van 24 januari 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], een zwarte telefoon (van het merk Samsung) [proces-verbaal zaak 42] en/of

E. in of omstreeks de periode van 18 februari 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], een printer/fax/scannner (van het merk HP) [proces-verbaal zaak 57] en/of

F. in of omstreeks de periode van 11 maart 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] een zwarte doos met piccolo en/of flatscreen tv (van het merk Panasonic) [proces-verbaal zaak 79] en/of

G. in of omstreeks de periode van 15 december 2008 tot en met 2 april 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], een laptop (van het merk HP Compaq) [proces-verbaal zaak 80];

terwijl zij (telkens) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

A) zij in of omstreeks de periode van 26 februari 2009 tot en met 2 april 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een laptop (van het merk Medion) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormelde laptop redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

B) zij in of omstreeks de periode van 12 februari 2009 tot en met 2 april 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een kniptang en/of een combinatietang heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormelde kniptang en/of combinatietang redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

C) zij in of omstreeks de periode van 30 januari 2009 tot en met 2 april 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een grijze kist met een frees en/of een zwarte koffer met een klopboor heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormelde grijze kist met een frees en/of zwarte koffer met een klopboor redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

D) zij in of omstreeks de periode van 24 januari 2009 tot en met 2 april 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een zwarte telefoon (van het merk Samsung) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormelde zwarte telefoon redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

E) zij in of omstreeks de periode van 18 februari 2009 tot en met 2 april 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], en elk geval in Nederland, een printer/fax/scanner (van het merk HP) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormelde printer/fax/scanner redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

F) zij in of omstreeks de periode van 11 maart 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een zwarte doos met piccolo en/of een flatscreen tv (van het merk Panasonic) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormelde zwarte doos met piccolo en/of flatscreen tv redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

G) zij in of omstreeks de periode van 15 december 2008 tot en met 2 april 2009, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een laptop (van het merk HP Compaq) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormelde laptop redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Vrijspraak

Anders dan de advocaat-generaal acht het hof niet bewezen dat verdachte het onder 1. primair ten laste gelegde heeft begaan. Uit de stukken die zich in het dossier bevinden en het verhandelde ter terechtzitting volgt niet dat verdachte ten aanzien van deze diefstal zo bewust en nauw met de ander heeft samengewerkt dat er sprake is van medeplegen.

Ten aanzien van feit 4. acht het hof opzetheling zoals primair ten laste is gelegd niet bewezen. Het betreft goederen die afkomstig zijn van diefstallen die gepleegd zijn v??r de diefstal van 26 maart 2009 (feit 1), waarbij de betrokkenheid van verdachte is komen vast te staan.

Het hof acht tevens niet bewezen dat verdachte het onder 4. subsidiair onder B. en C. ten laste gelegde heeft begaan. Het enkele feit dat de onder 4. subsidiair onder B. en C. genoemde goederen onder verdachte in beslag zijn genomen levert onvoldoende wettig en overtuigend bewijs op dat verdachte zich aan schuldheling schuldig heeft gemaakt.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2. 3. en 4. subsidiair

De raadsman van verdachte heeft ter zitting aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2., 3. en 4. primair en subsidiair ten laste gelegde. Volgens de raadsman kan niet bewezen worden dat verdachte de wetenschap had of het vermoeden had moeten hebben dat de goederen die door haar partner de woning werden binnengebracht van enig misdrijf afkomstig waren.

Het hof overweegt ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde als volgt:

Het hof betrekt hierbij de medeplichtige rol die het hof onder feit 1. bewezen acht.

Op 24 maart 2009 wordt verdachte gebeld door haar broer met de mededeling dat bij een beddenzaak in [plaats] de deuren openstaan. Naar aanleiding van dit telefoontje probeert verdachte vrijwel direct haar partner te bereiken om deze mededeling en later het juiste adres door te geven, waarna er door de partner van verdachte spullen worden gestolen bij die beddenzaak en bij haar thuis worden afgeleverd. Het hof leidt hieruit af dat verdachte - in ieder geval vanaf dat moment - wist met welke activiteiten haar partner zich bezighield.

Twee dagen na deze inbraak bij de [naam] wordt verdachte op een zondag gebeld door haar zus. Haar zus vertelt haar dan dat ze (verdachte en haar zus) een nieuwe wasmachine en wasdroger hebben gekregen. Uit dit telefoongesprek (tap) blijkt dat verdachte het normaal vindt zomaar grote geschenken te krijgen. Uit niets blijkt dat verdachte zich hierover verbaast.

Nu verdachte dit apparaat zonder meer aanneemt en geen vragen stelt over de herkomst en het hoe en waarom is het hof van oordeel dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van deze wasdroger wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Het hof overweegt ten aanzien van de feiten 3. en 4. subsidiair als volgt:

Tijdens de doorzoeking van de woning en de garageboxen van verdachte zijn er veel goederen aangetroffen waarvan is gebleken dat ze van diefstal afkomstig waren. Verdachte heeft ten aanzien van deze goederen aangevoerd dat haar partner - die een uitkering had van ongeveer ? 1200,00 euro per maand - deze goederen meebracht. Volgens haar partner waren deze goederen afkomstig uit de handel die hij deed. Verdachte verklaart dat ze niet bij haar partner heeft geïnformeerd naar de herkomst van deze goederen, omdat haar partner haar te verstaan had gegeven zich niet met de handel te bemoeien. Verdachte, die zelf in de schuldsanering zat, heeft ter zitting aangegeven dat ze het wel prettig vond dat haar partner haar onderhield en dat ze het verder wel goed vond.

Gezien de grote hoeveelheid luxe goederen die bij de doorzoeking zijn aangetroffen in de woning van verdachte en in de door verdachte gehuurde garageboxen en het gegeven dat verdachte, hoewel ze wist dat haar partner een minimale uitkering had, geen nader onderzoek heeft ingesteld naar de herkomst van deze luxe goederen is verdachte naar het oordeel van het hof in ernstig mate tekortgeschoten in haar onderzoeksplicht. Dit brengt mee dat de verdachte met de voor de schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld. Dit geldt temeer nu verdachte reeds eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en ze dus wist dat voorzichtigheid geboden was.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1. subsidiair

[pleger] op 25 maart 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een aldaar aan het [straat] gevestigde winkel, genaamd de [naam], heeft weggenomen een dekbed en twee kussens en een dekbedovertrek en twee kussenslopen, toebehorende aan winkelbedrijf de [naam], tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 24 maart 2009 tot en met 25 maart 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door

- de tip in ontvangst te nemen dat bij voornoemde winkel de voordeuren niet afgesloten waren en vervolgens

- de tip door te spelen aan [pleger] door hem mede te delen dat bij voornoemde winkel de deuren open waren en vervolgens

- via MSN contact te houden met de tipgever voor het juiste adres van de winkel en

- die [pleger] aanwijzingen te geven over voornoemd adres;

2.

zij in de periode van 27 maart 2009 tot en met 2 april 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], een wasdroger, van het merk Siemens, voorhanden heeft gehad, terwijl zij ten tijde van het voorhanden krijgen van voormelde wasdroger wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

zij in de periode van 6 februari 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], een flatscreen televisie, van het merk JVC, voorhanden heeft gehad, terwijl zij ten tijde van het voorhanden krijgen van voormelde flatscreen televisie redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4. subsidiair

A) zij in de periode van 26 februari 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], een laptop, van het merk Medion, voorhanden heeft gehad, terwijl zij ten tijde van het voorhanden krijgen van voormelde laptop redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

en

D) zij in de periode van 24 januari 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], een zwarte telefoon, van het merk Samsung, voorhanden heeft gehad, terwijl zij ten tijde van het voorhanden krijgen van voormelde zwarte telefoon redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

en

E) zij de periode van 18 februari 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], een printer/fax, van het merk HP, voorhanden heeft gehad, terwijl zij ten tijde van het voorhanden krijgen van voormelde printer/fax redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

en

F) zij de periode van 11 maart 2009 tot en met 2 april 2009 te [plaats] in de gemeente [gemeente], een zwarte doos met piccolo en een flatscreen tv, van het merk Panasonic, voorhanden heeft gehad, terwijl zij ten tijde van het verwerven krijgen van voormelde zwarte doos met piccolo en flatscreen tv redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

en

G) zij in de periode van 15 december 2008 tot en met 2 april 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], een laptop, van het merk HP Compaq, voorhanden heeft gehad, terwijl zij ten tijde van het voorhanden krijgen van voormelde laptop redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1. subsidiair, 2., 3. en 4. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1. subsidiair medeplichtigheid aan diefstal

2. opzetheling

3. schuldheling

4. subsidiair schuldheling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan diefstal en aan heling van goederen. Verdachte die zelf in de schuldsanering zat en wist dat ook haar partner een minimale uitkering ontving heeft geen navraag gedaan bij haar partner naar de herkomst van de vele luxe goederen die haar partner de woning binnenbracht. Dit valt haar te verwijten. Verdachte heeft door aldus te handelen een bijdrage geleverd aan de vermogenscriminaliteit.

Het hof rekent het verdachte zwaar aan dat ze zonder nadenken al de luxe goederen die haar partner de woning binnenbracht als haar bezit heeft beschouwd en ondanks haar benarde financi?le situatie op die manier toch een luxe leventje kon leiden. Dit terwijl veel andere mensen slachtoffer waren geworden van de diefstallen.

Het hof heeft kennisgenomen van een verdachte betreffend uittreksel uit de Justiti?le Documentatie, d.d. 12 maart 2010, waaruit blijkt dat verdachte eenmaal eerder voor heling is veroordeeld.

Uit het Adviesrapport van Reclassering Nederland, d.d. 12 november 2009 blijkt dat de kans op herhaling van crimineel gedrag laag wordt ingeschat.

Het hof is van oordeel dat, gelet op het aantal en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is. Verdachte heeft 270 dagen in voorarrest gezeten. Zij is in januari 2010 op vrije voeten gekomen doordat de voorlopige hechtenis is geschorst. Sindsdien lijkt zij haar leven goed op orde te hebben. Mede gezien de rapportage van de reclassering, kan naar het oordeel van het hof worden volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf welke gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest.

Beslag

Nu geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet zal het hof de teruggave gelasten van een deel van de inbeslaggenomen goederen uit de woning en de garageboxen van verdachte, te weten de goederen met de beslagnummers 38 tot en met 44, 46, 48, 63 tot en met 65, 67 tot en met 69, 81, 85, 87, 88, 89, 91 tot en met 100, zoals genoemd op de aangehechte beslaglijst.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 48, 57, 310, 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1. primair en 4. primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1. subsidiair, 2., 3. en 4. subsidiair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1. subsidiair, 2., 3. en 4. subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van tweehonderdzeventig dagen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte;

gelast de teruggave aan verdachte van de goederen met de beslagnummers 38 tot en met 44, 46, 48, 63 tot en met 65, 67 tot en met 69, 81, 85, 87, 88, 89, 91 tot en met 100, zoals genoemd op de aangehechte beslaglijst.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. W.M. van Schuijlenburg en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier, zijnde mr. Van Schuijlenburg voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.