Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN2846

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-07-2010
Datum publicatie
29-07-2010
Zaaknummer
24-001559-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich als houder van een rund en schapen schuldig gemaakt aan overtreding van de Regeling identificatie en registratie van dieren door deze dieren in strijd met die regeling niet te voorzien van de verplicht gestelde oormerken.

Het hof veroordeelt verdachte ter zake tot een geldboete van € 550,00, waarvan € 275,00 voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

Wetsverwijzingen
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren 96
Wet op de economische delicten
Regeling identificatie en registratie van dieren 15
Regeling identificatie en registratie van dieren 39
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001559-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-992256-08

Arrest van 29 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, economische kamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 22 juni 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De economische politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het aan verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een geldboete van € 550,00, waarvan € 275,00 voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 20 november 2007, te of bij [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], al dan niet opzettelijk, één of meerdere dieren, te weten 1 rund en/of 1 varken en/of 4 schapen, heeft gehouden, verhandeld, vervoerd, aangevoerd en/of afgevoerd, (zulks) terwijl dat rund en/of dat varken en/of die schapen niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren was/waren ge?dentificeerd en/of geregistreerd (voornoemde dieren was/waren niet voorzien van een merk en/of was/waren niet tijdig gemeld aan het I&R systeem).

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 20 november 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk, dieren, te weten 1 rund en 4 schapen, heeft gehouden, zulks, terwijl dat rund en die schapen niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren waren geïdentificeerd, voornoemde dieren waren niet voorzien van een merk.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 96 van de Gezonds- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 20 november 2007 als houder van een rund en schapen schuldig gemaakt aan overtreding van de Regeling identificatie en registratie van dieren door deze dieren in strijd met die regeling niet te voorzien van verplicht gestelde oormerken.

Het hof verwijt verdachte dat hij een regeling heeft geschonden die tot stand is gekomen in het belang van de bestrijding van besmettelijke ziekten onder dieren en de volksgezondheid. Om de gezondheid en het welzijn van dieren in zijn algemeenheid te kunnen waarborgen is een adequaat functionerend systeem van identificatie en registratie noodzakelijk.

Ter zitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij in verband met zijn financiële situatie tijdelijk niet in staat was de benodigde oormerken aan te schaffen maar dat hij de achtergrond van de verplichting kent en dat hij het belang van het oormerken wel ziet.

Het hof heeft kennisgenomen van een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie, d.d. 12 mei 2010, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de door de economische politierechter opgelegde geldboete een passende sanctie is. Het hof ziet echter, gelet op de financiële draagkracht van verdachte, reden een deel van deze boete voorwaardelijk op te leggen en zal verdachte veroordelen conform de eis van advocaat-generaal.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, de artikelen 15 en 39 Regeling identificatie van dieren en het artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren , zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van vijfhonderdvijftig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van elf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

beveelt, dat van de geldboete een gedeelte van tweehonderdvijfenzeventig euro, subsidiair vijf dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier, zijnde mr. Van Schuijlenburg buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.