Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN2175

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-07-2010
Datum publicatie
23-07-2010
Zaaknummer
24-001707-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft opzettelijk door valse alarmkreten de rust verstoord. Verdachte heeft namelijk een medewerker van een winkel in strijd met de waarheid gealarmeerd voor een op handen zijnde overval van een nabije winkel. Het beroep op psychische overmacht, in die zin dat verdachte bij het plegen van het feit door stemmen in zijn hoofd zou zijn beïnvloed, wordt verworpen. Verdachte wordt ter zake van dit feit veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week, met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001707-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-841934-07

Arrest van 22 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 30 juni 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. R.A. Sch?tz, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard niet uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 7 januari 2010 en 8 juli 2010, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem ten laste gelegde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week, met een proeftijd van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 24 oktober 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk door valse alarmkreten of signalen de rust heeft verstoord, immers heeft verdachte opzettelijk aan een medewerker van [naam] slager, (gevestigd aan of bij het [straat] aldaar) medegedeeld dat er een overval zou plaatsvinden (in de [naam] supermarkt, gevestigd aan of bij het [straat] , aldaar).

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 24 oktober 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk door valse alarmkreten de rust heeft verstoord, immers heeft verdachte opzettelijk aan een medewerker van [naam] slager, gevestigd aan het [straat], aldaar medegedeeld dat er een overval zou plaatsvinden in de [naam] supermarkt, gevestigd aan het [straat], aldaar.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Opzettelijk door valse alarmkreten de rust verstoren.

Strafbaarheid

Ter terechtzitting van het hof van 7 januari 2010 heeft de toenmalige raadsvrouw van verdachte, mr. B.M.J.C. van Lee, advocaat te Leeuwarden, aangegeven een beroep te willen doen op psychische overmacht. Verdachte zou door stemmen in zijn hoofd zijn aangezet tot het plegen van het hiervoor bewezen verklaarde feit. Mede in het licht hiervan heeft het hof toen beslist het onderzoek ter terechtzitting aan te houden, teneinde verdachte psychiatrisch te laten onderzoeken.

Door [deskundige], GZ-psycholoog, en [deskundige], psychiater, zijn op 1 april 2010 respectievelijk 3 april 2010 Pro Justitia rapporten uitgebracht.

Ten aanzien van hetgeen de raadsvrouw heeft opgemerkt aangaande de psychische gesteldheid van verdachte ten tijde van het plegen van het bewezen verklaarde feit, overweegt het hof het volgende.

Verdachte heeft weliswaar ten overstaan van de politie verklaard tot het plegen van het bewezen verklaarde feit te zijn aangezet door stemmen in zijn hoofd, maar in een gesprek met [deskundige] - zo blijkt uit voormeld rapport - heeft verdachte aangegeven nooit last te hebben gehad van stemmen in zijn hoofd.

Naar het oordeel van het hof zijn de feiten en omstandigheden waarop de verdediging het beroep op psychische overmacht heeft gegrond, namelijk dat verdachte bij het plegen van het bewezen verklaarde feit daadwerkelijk is beïnvloed door stemmen in zijn hoofd, niet aannemelijk geworden. Het hof verwerpt derhalve het beroep op psychische overmacht.

Door voornoemde deskundigen wordt overigens wel geconcludeerd dat bij verdachte ten tijde van het plegen van het bewezen verklaarde feit een zodanige gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestond dat dit feit hem slechts in verminderde mate kan worden toegerekend.

Het hof neemt deze conclusie over en maakt die tot de zijne.

Nu niet is gebleken dat verdachte het ten laste gelegde in het geheel niet valt toe te rekenen en er ook anderszins geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht het hof verdachte strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 24 oktober 2007 een medewerker van een slagerij in strijd met de waarheid gealarmeerd voor een op handen zijnde overval van een nabije winkel. Vervolgens is de politie hierover door een medewerker van de slagerij telefonisch ingelicht. Verdachte heeft hiermee opzettelijk de rust verstoord.

Het hof heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 28 april 2010 waaruit blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld wegens strafbare feiten. Tevens houdt het hof rekening met het feit dat verdachte ter zake van het onderhavige feit als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd.

Het hof acht de in eerste aanleg opgelegde en in hoger beroep gevorderde straf gelet op voormelde aard en ernst van het feit een passende straf. Het hof zal die straf dan ook aan verdachte opleggen.

Door de deskundigen [deskundige] en [deskundige] is geadviseerd verdachte klinisch te behandelen in het kader van een (deels) voorwaardelijke straf. Hoewel het hof onderkent dat verdachte kampt met de in voormelde rapporten nader omschreven problematiek, zal het hof - met name gelet op de geringe ernst van het onderhavige feit - dit advies niet volgen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 142 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één week;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde mr. Greve voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.