Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN2137

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-07-2010
Datum publicatie
22-07-2010
Zaaknummer
24-000514-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onrechtmatig verkregen bewijsverweer. Naar het oordeel van het hof is onvoldoende aannemelijk geworden dat de CIE-informatie, waarmee het onderzoek tegen verdachte in onderhavige zaak is aangevangen, op onrechtmatige wijze tot stand is gekomen. Verdachte heeft aldus, als pleger van het hem ten laste gelegde, een groot aantal (zware) wapens en munitie voorhanden gehad. Verdachte wordt ter zake van deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Het hof tevens beslist ten aanzien van de in beslagen genomen goederen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000514-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-810029-06

Arrest van 22 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 3 februari 2009 het arrest van dit gerechtshof van 3 mei 2007 vernietigd. Het arrest van het hof was gewezen in hoger beroep van een vonnis van de rechtbank Assen van 4 juli 2006. De Hoge Raad heeft de zaak, in zoverre naar dit hof teruggewezen om, met inachtneming van zijn arrest, op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, een bijkomende straf en een maatregel, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake het hem onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van de periode die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2005 tot en met 24 januari 2006, althans op of omstreeks 24 januari 2006 te [plaats], tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een of meer wapens van categorie II, te weten

- twee automatische wapens (merk: Arma, kaliber 9mm) (svo 1 en 2) en/of

- een automatisch wapen (merk: H&K, kaliber 9mm) (svo 3) en/of

- een automatisch wapen (merk: CZ, kaliber 7.65mm (svo 4) en/of

- een automatisch wapen (merk: Agram, kaliber 9mm) (svo 5) en/of

- twee automatische wapens (merk: UZI, kaliber 9mm) (svo 6, 31) en/of

- een automatisch wapen (merk: Skorpion, kaliber 6.35mm) (svo 22) en/of

- een automatisch wapen (merk: Ingram, kaliber 9mm) (svo 27)

en/of munitie van categorie II, te weten een hoeveelheid patronen, voorhanden heeft gehad;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2005 tot en met 24 januari 2006 te [plaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen een of meer (automatische) vuurwapens van categorie II, te weten meerdere machinepistolen, en/of (vuur)wapens van categorie III, te weten een of meer pistolen, heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2005 tot en met 21 januari 2006 te [plaats], tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

- cz-spray (svo 67) en/of

- een pepper spray (svo 92),

zijnde (een) voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6', voorhanden heeft gehad;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2005 tot en met 21 januari 2006 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten

- een pistool (merk: Makarov, kaliber 7.65mm) (cvo 35) en/of

- een pistool (merk: CZ) (cvo 42) en/of

- een pistool (merk: Beretta, kaliber 9mm) (svo 50) en/of

- een pistool (merk: Beretta, kaliber 6.75mm)

en/of munitie van categorie III, te weten een hoeveelheid patronen, voorhanden heeft gehad;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2005 tot en met 21 januari 2006 te [plaats], tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een of meer wapens van categorie I, onder 3, te weten

- een of meer geluiddempers (svo 6, 26, 29) en/of

- een ploertendoder (svo 91), en/of

een wapen van categorie I onder 7', te weten een voorwerp van een vorm machinepistool, voorzien van een merknaam Denis Modelguns, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen voorwerp, voorhanden heeft gehad.

Onrechtmatig verkregen bewijsverweer

Namens en door verdachte is ter terechtzitting van het hof betoogd dat er onduidelijkheid bestaat omtrent de rechtmatigheid van de CIE-informatie waarmee het onderzoek in onderhavige zaak tegen verdachte is aangevangen. Er zouden aanwijzingen bestaan dat deze informatie op onrechtmatige wijze tot stand is gekomen. Dit zou volgens de verdediging moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, dan wel tot uitsluiting van het bewijsmateriaal dat naar aanleiding van de CIE-informatie is verkregen, hetgeen betekent dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

De politie [regio] heeft op 23 januari 2006 aangaande onderhavige zaak informatie van de CIE ontvangen. Volgens een of meer informant(en) zouden links van het flatgebouw met de nummers 61 tot en met 89, aan de [straat] in [plaats], in een losstaand blok van vijf bergingen, in de meest links gelegen berging in de richting van de [straat], in een metalen kast vuurwapens worden verborgen, die eigendom zouden zijn van verdachte. Op basis van deze informatie heeft de politie nader onderzoek ingesteld, waarbij is geconstateerd dat zich in de betreffende berging daadwerkelijk een stalen kluis bevond. Na in beslagneming en opening van de kluis is hierin - onder meer - een groot aantal wapens en munitie aangetroffen. Verdachte is naar aanleiding hiervan en de verklaring van [naam], de bewoonster van het perceel waartoe de betreffende berging behoorde, inhoudende dat zij de berging aan verdachte ter beschikking had gesteld, aangehouden.

Op verzoek van de verdediging zijn de politiefunctionarissen die betrokken zijn geweest bij (de start van) voornoemd onderzoek door de rechter-commissaris gehoord. In eerste instantie hebben [getuige], [getuige] en [getuige] een verklaring afgelegd omtrent de gang van zaken rond het onderzoek. Zij hebben tevens een plan van aanpak met betrekking tot de aanvang van het onderzoek tegen verdachte overgelegd. Naar aanleiding van de terechtzitting van het hof van 5 november 2009 zijn in dit kader [getuige], ten tijde van het ten laste gelegde feit plaatsvervangend hoofd CIE regiopolitie [regio], en [getuige], teamchef regiopolitie [regio], bij de rechter-commissaris gehoord.

Voor het hof bestaat er geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de overgelegde stukken en de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen. Op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzittingen van het hof concludeert het hof dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de CIE-informatie op onrechtmatige wijze tot stand is gekomen. Het hof zal om die reden het verweer van de raadsman verwerpen.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Verdachte wordt onder 1, 2, 3 en 4 verweten dat hij - al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen - in de periode 1 augustus 2005 tot en met 21 respectievelijk 24 januari 2006 een grote hoeveelheid verschillende soorten wapens en munitie voorhanden heeft gehad.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. Verdachte is namelijk niet degene geweest die de wapens voorhanden heeft gehad. Verdachte zou de berging waarin de wapens zijn aangetroffen, nadat hij deze ter beschikking gesteld had gekregen van [naam], hebben onderverhuurd aan twee anderen, te weten [naam] en [naam]. Deze onderhuurders zouden het slot van de berging hebben veranderd, waardoor verdachte niet langer toegang had tot de betreffende berging. Verdachte was niet op de hoogte van de aanwezigheid van deze wapens en kon dit ook niet zijn.

Verdachte heeft gedurende het strafgeding in eerste aanleg de identiteit van voornoemde onderhuurders niet bekend gemaakt. Pas op 3 oktober 2006 heeft verdachte hieromtrent een verklaring afgelegd. Teneinde de betreffende personen bij de rechter-commissaris te horen, is in opdracht van de rechter-commissaris door de politie uitvoerig speurwerk naar (de verblijfplaatsen van) voornoemde personen verricht. Uit een proces-verbaal van 19 januari 2007 blijkt dat geen enkel spoor is gevonden van de door verdachte genoemde personen. Het in zijn verklaring van 3 oktober 2006 door verdachte bedoelde pand in [plaats] kon bovendien op geen enkele wijze worden getraceerd. Het hof stelt daarenboven vast dat de door verdachte gestelde gang van zaken door geen enkele ander bewijsmiddel wordt ondersteund.

Nu ook overigens in het procesdossier geen aanwijzingen bestaan dat anderen dan verdachte als huurder van de betreffende berging betrokken zijn geweest bij de opslag van wapens in die berging, acht het hof het niet aannemelijk dat anderen dan verdachte de wapens in de betreffende berging in [plaats] voorhanden hebben gehad.

Naar het oordeel van het hof kan op grond van het procesdossier wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte als pleger het hem onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 24 januari 2006, te [plaats] wapens van categorie II, te weten

- twee automatische wapens (merk: Arma, kaliber 9mm) (svo 1 en 2) en

- een automatisch wapen (kaliber 9mm) (svo 3) en

- een automatisch wapen (merk: CZ, kaliber 7.65mm (svo 4) en

- een automatisch wapen (merk: Agram, kaliber 9mm) (svo 5) en

- twee automatische wapens (kaliber 9mm) (svo 6, 31) en

- een automatisch wapen (svo 22) en

- een automatisch wapen (merk: Ingram, kaliber 9mm) (svo 27)

en munitie van categorie II, te weten een hoeveelheid patronen, voorhanden heeft gehad;

2.

hij in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 21 januari 2006 te [plaats],

- cz-spray (svo 67) en

- een pepper spray (svo 92),

zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stoffen van de categorie II, onder 6', voorhanden heeft gehad;

3.

hij in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 21 januari 2006 te [plaats], wapens van categorie III, te weten

- een pistool (merk: Makarov) (cvo 35) en

- een pistool (merk: CZ) (cvo 42) en

- een pistool (merk: Beretta, kaliber 9mm) (svo 50) en

- een pistool (merk: Beretta)

en munitie van categorie III, te weten een hoeveelheid patronen, voorhanden heeft gehad;

4.

hij in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 21 januari 2006 te [plaats], wapens van categorie I, onder 3, te weten

- geluiddempers en

- een ploertendoder (svo 91), en

een wapen van categorie I onder 7', te weten een voorwerp van een vorm machinepistool, voorzien van een merknaam Denis Modelguns, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen voorwerp, voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

Onder 1 primair:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Onder 2:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd;

Onder 3:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Onder 4:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende ongeveer een half jaar een groot aantal wapens en munitie in een berging in [plaats] voorhanden gehad, waaronder wapens met een groot gevaarzettend karakter. Verdachte heeft deze wapens en munitie in de aan hem ter beschikking gestelde berging in een wapenkluis verborgen gehouden.

Zodanig bezit van (vuur)wapens - met bijbehorende munitie - brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en de maatschappij in het algemeen met zich mee. Verdachte heeft hiervoor op geen enkele wijze de verantwoordelijkheid genomen.

Het hof heeft voorts acht geslagen op een uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 28 april 2010, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens soortgelijke strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande en - met name - op de hoeveelheid en de aard van de onder verdachte aangetroffen wapens, acht het hof de in eerste aanleg opgelegde en de in hoger beroep gevorderde gevangenisstraf passend en geboden. Het hof zal derhalve een gevangenisstraf van die duur aan verdachte opleggen.

Verbeurdverklaring

Het hof zal de onder verdachte in beslag genomen wapenkluis - waarin de wapens waren opgeslagen - verbeurd verklaren, aangezien de bewezen verklaarde feiten met behulp van dit voorwerp zijn begaan.

Onttrekking aan het verkeer

Het hof zal de na te noemen in beslag genomen wapens en munitie onttrekken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen - met betrekking tot welke de feiten zijn begaan - is in strijd met de wet.

Teruggave

Het hof zal de teruggave gelasten aan verdachte van de overige in beslag genomen goederen. Het belang van strafvordering verzet zich niet tegen teruggave van deze voorwerpen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van drie jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd:

1 wapenkluis;

gelast de teruggave aan verdachte van:

- 2 blaadjes met telefoonnummers

- A4 bladen met telefoonnummers

- 1 GSM Panasonic, v.v. simkaart

- 1 sleutel met blauw label en dubbele baard

- 1 videobanddoos inh. 8 pompstokjes

- 1 videobanddoos inh. blauwe doekjes

- 1 busje wapenolie merk Ballistol

- 1 zwarte sporttas

- 1 groen geweerfoudraal

- 2 grijze sokken

- 1 GSM Alcatel

- 1 sleutelbos bestaande uit 7 sleutels

- 1 zwarte personenauto, SEAT Toledo

- 6 losse doeken

- 1 rol wit plakband;

verklaart aan het verkeer onttrokken:

- twee automatische wapens (merk: Arma, kaliber 9mm) (svo 1 en 2)

- een automatisch wapen (merk: H&K, kaliber 9mm) (svo 3)

- een automatisch wapen (merk: CZ, kaliber 7.65mm) (svo4)

- een automatisch wapen (merk: Agram, kaliber 9mm) (svo 5)

- twee automatische wapens (merk: UZI, kaliber 9mm) (svo 6,31)

- een automatisch wapen (merk: Skorpion, kaliber 6.35mm) (svo 22)

- een automatisch wapen (merk: Ingram, kaliber 9mm) (svo 27)

- munitie van categorie II, te weten een hoeveelheid patronen,

- een cz-spray (svo 67)

- een pepper spray (svo 92)

- een pistool (merk:Makarov, kaliber 7.65mm) (cvo 35)

- een pistool (merk: CZ) (cvo 42)

- een pistool (merk: Beretta, kaliber 9mm) (svo 50)

- een pistool (merk: Beretta, kaliber 6.75mm)

- munitie van categorie III, te weten een hoeveelheid patronen

- geluiddempers (svo 6,26,29)

- een ploertendoder (svo 91)

- een wapen van categorie I onder 7', te weten een voorwerp in de vorm van een machinepistool, voorzien van de merknaam Denis Modelguns, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenisvertoonde met een vuurwapen voorwerp.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde mr. Greve voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.