Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN2083

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-07-2010
Datum publicatie
22-07-2010
Zaaknummer
24-003079-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van fietsendiefstal veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003079-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-675529-09

Arrest van 20 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden van 12 november 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres] 3,

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte,

mr. M.R. Rauwerda, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen en heeft beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard niet uitdrukkelijk gemachtigd te zijn verdachte ter terechtzitting te verdedigen. Het hof heeft daarop verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en haar ter zake zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie, waarvan 20 uren subsidiair 10 dagen vervangende jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zij op of omstreeks 12 mei 2009 te [plaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (dames)fiets (Limit, paars), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

zij op 12 mei 2009 te [plaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een damesfiets (Limit, paars), toebehorende aan [slachtoffer].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 12 mei 2009 schuldig gemaakt aan diefstal van een fiets. Toen verdachte vanuit school naar de fietsenstalling liep, zag zij een niet-afgesloten fiets van iemand anders in de stalling staan. Verdachte heeft die fiets gepakt en meegenomen.

De fietsendiefstal is vastgelegd op videobeelden die zijn gemaakt door een beveiligingscamera van de school. Een beveiligingsmedewerker bij die school heeft verdachte op die beelden herkend.

Verdachte heeft door haar handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaresse van de fiets.

Uit een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 maart 2010 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Die veroordeling heeft verdachte er blijkbaar niet van kunnen weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen.

De Raad voor de Kinderbescherming vond verdachtes situatie in de periode kort na het bewezen verklaarde feit zorgelijk. Uit het rapport van de Raad van 10 november 2009 blijkt dat er weinig zicht is op verdachte (deels door toedoen van verdachte zelf, deels door buiten verdachte liggende omstandigheden). Uit het eerdere rapport van 13 juli 2009 van de Raad blijkt wel dat het, sinds verdachte onder toezicht is gesteld, iets beter met haar gaat dan in de periode daarvoor. Verdachte lijkt initiatieven te ontwikkelen om uit de zorgelijke situatie te komen, maar het is onduidelijk of verdachte hierin is geslaagd.

Hoe de persoonlijke omstandigheden van verdachte nu zijn is het hof niet bekend. Wel blijkt uit de brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 17 juni 2010 dat verdachte een opgelegde werkstraf inmiddels positief heeft afgerond.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat oplegging van de door de advocaat-generaal in hoger beroep gevorderde (deels voorwaardelijke) werkstraf passend en geboden is. De voorwaardelijke straf dient mede om te voorkomen dat verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat een gedeelte van de werkstraf groot twintig uren, subsidiair tien dagen jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,

mr. S.H. Wachter en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier.