Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN1792

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-07-2010
Datum publicatie
20-07-2010
Zaaknummer
24-002998-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van openlijk geweld tegen goederen, in casu het onder invloed van alcohol beschadigen van geparkeerde auto's, tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangen jeugddetentie. De vier benadeelde partijen worden in hun vorderingen niet ontvankelijk verklaard, omdat niet eenvoudig is vast te stellen of de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002998-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-700468-09

Arrest van 19 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer,

op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Assen van

18 november 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen.

Het vonnis waarvan beroep

De kinderrechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Assen integraal zal bevestigen en aan verdachte derhalve voor het primair ten laste gelegde een werkstraf zal opleggen van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie. Voorts dient het hof te bepalen dat verdachte ingevolge genoemd vonnis aan de benadeelde partij [benadeelde 1] een bedrag betaalt van € 519,13, aan de benadeelde partij [benadeelde 2] een bedrag van € 804,96, aan de benadeelde partij [benadeelde 3] een bedrag van

€ 1.280,05 en aan de benadeelde partij [benadeelde 4] een bedrag van € 1.012,-, alles in hoofdelijkheid met zijn mededader en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 12 juli 2009 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat] en/of de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen diverse aldaar geparkeerd staande auto's, welk geweld bestond uit:

- het lopen over de/een auto('s) en/of

- het slaan, althans omklappen van een/de autospiegel(s) en/of

- het bekrassen (met een scherp voorwerp) van een/de auto('s) en/of

- het schoppen tegen een/de auto('s);

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 12 juli 2009 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk meerdere auto's, althans een auto te weten:

- een Nissan Maxima (blauw) geparkeerd staande aan de [straat],

toebehorende aan [slachtoffer] en/of

- een Nissan Micra (blauw), geparkeerd staande aan de [straat],

toebehorende aan [benadeelde 1] en/of

- een Peugeot (donker grijs), geparkeerd staande aan de [straat],

toebehorende aan [slachtoffer] en/of

- een Citroen Xsara Picasso, geparkeerd staande aan de [straat],

toebehorende aan [benadeelde 2] en/of

- een Renault Megane (grijs), geparkeerd staande aan de [straat],

toebehorende aan [benadeelde 3] en/of

- een Ford Escort (blauw), geparkeerd staande aan de [straat], toebehorende

aan [slachtoffer] en/of

- een Citroen (grijs), geparkeerd staande aan de [straat], toebehorende aan

[slachtoffer] en/of

- een Opel Zafira, geparkeerd staande aan de [straat], toebehorende aan

[benadeelde 4] en/of

- een Fiat Punto, geparkeerd staande aan de [straat], toebehorende

aan [slachtoffer],

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 12 juli 2009 te [plaats], met een ander, op de openbare weg, de [straat] en de [straat], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen diverse aldaar geparkeerd staande auto's, welk geweld bestond uit:

- het lopen over een auto en

- het slaan, althans omklappen van autospiegels en

- het bekrassen van auto's en

- het schoppen tegen auto's.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich, tezamen met een ander, schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen goederen. Gezamenlijk hebben zij, terugkomend van een "stapavond" in het centrum van [plaats] en in zekere mate onder invloed van alcohol, willekeurige personenauto's beschadigd die zij op hun weg huiswaarts passeerden. Verdachte heeft daarmee niet alleen gehandeld in strijd met de openbare orde, maar zich tevens zonder enige zin of reden respectloos getoond voor de eigendommen van een ander. Het spreekt vanzelf dat zijn gedragingen hinder en schade bij de gedupeerden hebben veroorzaakt.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard het gebeurde te betreuren en zich, evenals zijn mededader, te hebben laten verleiden tot wederzijdse "stoerdoenerij".

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 22 maart 2010, waaruit blijkt dat er geen sprake is van eerdere of latere justitiecontacten. Zijn huiselijke omstandigheden en maatschappelijk functioneren geven in beginsel evenmin reden tot zorg.

Uit het onderzoek is tevens naar voren gekomen dat verdachte één van de gedupeerden - niet zijnde één van de benadeelde partijen - inmiddels kennelijk vrijwillig schadeloos heeft gesteld.

Het vorenstaande neemt niet weg dat op verdachtes gedragingen een strafrechtelijke sanctie dient te volgen. Alles afwegende acht het hof een werkstraf van na te melden omvang passend.

Benadeelde partijen

In het strafproces hebben zich gevoegd de navolgende benadeelde partijen:

- [benadeelde 1], met een schadevordering van € 519,13;

- [benadeelde 2], met een schadevordering van € 804,96;

- [benadeelde 3], met een schadevordering van € 1.280,05;

- [benadeelde 4], met een schadevordering van € 1.012,-.

De kinderrechter heeft deze bedragen in eerste aanleg alle toegewezen, in hoofdelijkheid met verdachtes mededader. Derhalve duurt de voeging ter zake van hun vorderingen tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Door en namens verdachte is aangevoerd dat - kort samengevat - er onvoldoende causaal verband is tussen het in algemene bewoordingen geformuleerde, primair ten laste gelegde (en thans door het hof bewezen verklaarde) en de door individueel gedupeerden gestelde schade. Niet uit te sluiten valt bovendien dat de door de gedupeerden geconstateerde schade op andere wijze dan door toedoen van verdachte en zijn mededader is ontstaan.

Het hof volgt het standpunt van de raadsman in zoverre dat de vraag of de door de benadeelde partijen gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit niet eenvoudig in dit strafproces is te beantwoorden. Verdachte is van meet af aan stellig geweest voor wat betreft zijn aandeel in de vernielingen en heeft zich bereid getoond de daardoor ontstane schade te vergoeden. Voorts zou de mededader, kennelijk om met het oog op zijn toekomstplannen strafvervolging te voorkomen, al dan niet daartoe verplicht, een aantal betalingen hebben gedaan. Zo is er blijkens een (ongedateerde) schriftelijke verklaring van de benadeelde partij [benadeelde 3] een betaling binnengekomen van € 640,02, vermoedelijk afkomstig van die mededader en zijnde de helft van het door deze benadeelde partij gevorderde bedrag van € 1.280,05. Nu het hof deze vordering echter slechts gedeeltelijk voor toewijzing vatbaar acht - namelijk voor zover deze betrekking heeft op de ook door verdachte erkende vernieling van spiegels van de personenauto en niet voor zover deze betrekking heeft op niet bewezen schade aan het lakwerk - zijn ook ten aanzien van deze vordering de financi?le verplichtingen van verdachte niet op eenvoudige wijze vast te stellen.

Gelet op het vorenstaande verklaart het hof de benadeelde partijen, [benadeelde 1],

[benadeelde 2], [benadeelde 3] en [benadeelde 4], niet ontvankelijk in hun vorderingen nu deze niet eenvoudig van aard zijn en bepaalt dat zij deze slechts kunnen aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Gelet op het vorenstaande worden de benadeelde partijen veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, dat wil zeggen: het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van veertig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door twintig dagen jeugddetentie;

verklaart de benadeelde partijen, [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en [benadeelde 4], niet ontvankelijk in hun vordering nu deze niet eenvoudig van aard zijn en bepaalt dat zij hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

veroordeelt voornoemde benadeelde partijen in de kosten van het geding, door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. L.T. Wemes en

mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Greve voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.