Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN1708

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-07-2010
Datum publicatie
20-07-2010
Zaaknummer
24-001095-08
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van oplichting (meermalen gepleegd) en verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich had veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001095-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-652174-07, 18-630372-07 en 18-653188-05 (tul)

Arrest van 15 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 11 april 2008 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 18-630372-07 en

18-652174-07 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen:

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte

mr. G.W. van der Zee, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep d.d. 15 december 2009 en 1 juli 2010, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het in zaak A primair en in zaak B primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Groningen van 27 juni 2006) een werkstraf voor de duur 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis zal gelasten.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

Zaak A

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 24 juli 2007, in de provincie [provincie], in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, het bedrijf Shell, althans een of meer medewerker(s) van het bedrijf Shell, heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid brandstof, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een onherroepelijke machtiging ondertekend, terwijl hij, verdachte, wist dat zijn saldo niet toereikend was en/of aldus zich heeft voorgedaan als rekeninghouder met een voor betaling toereikend saldo op zijn rekening, waardoor genoemd bedrijf, althans die medewerker(s) van genoemd bedrijf werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 24 juli 2007, in de provincie [provincie], in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een hoeveelheid benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan het bedrijf Shell, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welke benzine verdachte bij een (voor zelfbediening ingerichte) benzinepomp installatie, had getankt, onder gehoudenheid die benzine, al dan niet middels een onherroepelijke machtiging, te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Zaak B

hij op of omstreeks 28 maart 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk een op afstand bestuurbaar autootje met zender/bediening en/of een versterker en/of een DVD-speler en/of een flatscreen en/of een aansteker en/of een computer en/of een router en/of een (cross)motor een of meerdere box(en) voor de autoradio en/of een of meerdere dvd('s) en/of cd('s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [slachtoffer] en [slachtoffer] en/of[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als medewerker, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 28 maart 2007, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een op afstand bestuurbaar autootje met zender/bediening en/of een versterker en/of een DVD-speler en/of een flatscreen en/of een aansteker en/of een computer en/of een router en/of een (cross)motor een of meerdere box(en) voor de autoradio en/of een of meerdere dvd('s) en/of cd('s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en [slachtoffer] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A (primair)

hij in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 24 juli 2007, in de provincie [provincie], meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid het bedrijf Shell heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid brandstof, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid een onherroepelijke machtiging ondertekend, terwijl hij, verdachte, wist dat zijn saldo niet toereikend was en aldus zich heeft voorgedaan als rekeninghouder met een voor betaling toereikend saldo op zijn rekening, waardoor genoemd bedrijf werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Zaak B (primair)

hij op 28 maart 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk een op afstand bestuurbaar autootje met zender/bediening en een versterker en een DVD-speler en een flatscreen en een aansteker en een computer en een router en een (cross)motor en dvd's en cd's, die toebehoorden aan [slachtoffer] en [slachtoffer] en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als medewerker onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A primair en in zaak B primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

Zaak A, primair

oplichting, meermalen gepleegd;

Zaak B, primair

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich had.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 24 juli 2007 meerdere keren benzine getankt zonder deze te betalen. Verdachte heeft hiertoe een machtiging ondertekend, terwijl hij wist dat hij onvoldoende geld op zijn rekening had staan. Hierdoor werd het bedrijf Shell bewogen tot de afgifte van de benzine. Door zijn handelen heeft verdachte dat bedrijf benadeeld. Bovendien is het vertrouwen dat een bedrijf in zijn klanten moet kunnen stellen hierdoor geschaad.

Voorts heeft verdachte op 28 maart 2007 het door zijn werkgever in hem gestelde vertrouwen geschaad door zich schuldig te maken aan de verduistering van goederen die hij uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich had. Verdachte handelde slechts uit persoonlijk financieel gewin en hij heeft de schade die hij berokkende daarbij op de koop toe genomen.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 april 2010 blijkt, dat verdachte vóór het plegen van de bewezen verklaarde feiten eerder ter zake van het plegen van vermogensdelicten is veroordeeld.

Het hof heeft kennisgenomen van het over verdachte uitgebrachte rapport van het Leger des Heils, Jeugdzorg & Reclassering d.d. 30 juni 2010. Daarin wordt melding gemaakt van verdachtes roerige verleden op velerlei gebieden. Verdachte zou zijn leven (naar eigen zeggen) thans echter anders hebben ingericht. Hij zou de laatste drie jaren niet meer met justitie in aanraking zijn gekomen. Dit blijkt inderdaad uit het hiervoor genoemde uittreksel Justitiële Documentatie.

Op grond van het vorenstaande acht het hof de door de advocaat-generaal gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf, die ook door de politierechter was opgelegd, niet alleen gerechtvaardigd, maar ook passend en geboden. Bij het bepalen van deze (milde) straf heeft tevens een rol gespeeld hetgeen hierna in het kader van de vordering tot tenuitvoerlegging zal worden beslist.

Het hof beoogt met de voorwaardelijke strafoplegging bovendien mede te bereiken dat verdachte niet wederom (soortgelijk) strafbare feiten zal plegen.

Tenuitvoerlegging (18-653188-05 )

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 27 juni 2006 is veroordeelde - voor zover van belang - veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren. Dit vonnis is onherroepelijk geworden op 27 juni 2006. De proeftijd is op 27 juni 2006 ingegaan.

De officier van justitie heeft op 10 augustus 2007 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, omdat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de onderhavige ten laste gelegde feiten.

Nu gebleken is dat veroordeelde de hiervoor bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de tenuitvoerlegging gelasten van voormelde straf, met dien verstande dat het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de aanvankelijk opgelegde gevangenisstraf te geven een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur zal gelasten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14g, 57, 63, 321, 322 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte in zaak A primair en B primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A primair en in zaak B primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde v??r de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Groningen van 27 juni 2006) taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van honderdtwintig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. W. Foppen buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.