Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN1672

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
19-07-2010
Zaaknummer
24-000491-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van bedreiging met de dood veroordeeld tot een werkstraf van 40 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000491-09

Parketnummers eerste aanleg: 18-653646-08 en 18-654366-08

Parketnummers tul: 18-654426-06 en 18-670151-08

Arrest van 14 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van

5 januari 2009 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 18-653646-08 en

18-654366-08 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg ge-voegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen:

[verdachte],

geboren op [1973] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. F.H. Kappelhof, advocaat te Delfzijl.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft op de vordering van de benadeelde partij en op de vorderingen tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het in de zaken A en B ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidair 25 dagen vervangende hechtenis. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging zullen worden toegewezen, met dien verstande dat de gevangenisstraf van 1 week zal worden omgezet in een werkstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, en dat de gevangenisstraf van 30 dagen zal worden omgezet in een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

Zaak A:

hij in of omstreeks de periode van 23 juni 2008 tot en met 24 juni 2008, in de gemeente [gemeente], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "je wordt geen 25 jaar meer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Zaak B:

hij op of omstreeks 19 september 2008, in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een deur (van een woning aan de [straat]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen in zaak B aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in zaak A ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 23 juni 2008 tot en met 24 juni 2008, in de gemeente [gemeente], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Je wordt geen 25 jaar meer".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft aangeefster [slachtoffer], zijn ex-vriendin, in de periode van 23 juni 2008 tot en met 24 juni 2008 met de dood bedreigd. Verdachte is naar de woning van aangeefster gegaan en heeft geroepen: 'Je wordt geen 25 jaar meer'. Verdachte heeft door zo te handelen die [slachtoffer] in haar gevoel voor veiligheid aangetast.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 16 april 2010, waaruit blijkt dat verdachte reeds meermalen is veroordeeld ter zake van agressie- en geweldsdelicten, onder andere gepleegd ten opzichte van aangeefster [slachtoffer].

Het hof houdt bij de strafoplegging eveneens rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals daarvan ter terechtzitting van het hof is gebleken. Het beeld dat hieruit naar voren komt is dat het momenteel goed gaat met verdachte. Zo is hij sinds het onderhavige delict niet meer met politie en justitie in aanraking geweest en is hij teruggekeerd naar zijn ex-vrouw en hun gezamenlijke kinderen. Dit lijkt een positieve invloed op het gedrag van verdachte te hebben. Bovendien erkent verdachte zijn alcoholprobleem en heeft hij in dit kader contact opgenomen met zijn huisarts.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof

- anders dan de rechtbank - oplegging van een werkstraf van na te melden omvang passend en geboden. Deze werkstraf is lager dan door de advocaat-generaal gevorderd, nu het hof verdachte vrijspreekt van het in zaak B ten laste gelegde.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg niet is toegewezen en dat zij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep niet voort en behoeft deze geen verdere bespreking.

Vordering tenuitvoerlegging: 18-654426-06

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen d.d. 28 februari 2007, parketnummer 18-654426-06, is verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week, met een proeftijd van 2 jaren. Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat dit vonnis onherroepelijk is geworden op 28 februari 2007 en dat de proeftijd op 15 maart 2007 is ingegaan. De officier van justitie heeft lopende de proeftijd gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het in zaak A ten laste gelegde feit.

Gebleken is dat verdachte het in zaak A bewezen verklaarde feit heeft begaan voor het einde van de gestelde proeftijd. Het hof zal de vordering derhalve toewijzen, met dien verstande dat het hof - gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals hiervoor in het kader van de strafmotivering weergegeven - deze straf zal omzetten in een werkstraf van na te melden duur.

Vordering tenuitvoerlegging: 18-670151-08

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen d.d. 26 mei 2008, parketnummer 18-670151-08, is verdachte (onder meer) veroordeeld tot een voor-waardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, met een proeftijd van 2 jaren. Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat dit vonnis onherroepelijk is geworden op 10 juni 2008, en dat de proeftijd eveneens op deze datum is ingegaan. De officier van justitie heeft lopende de proeftijd gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het in zaak A ten laste gelegde feit.

Gebleken is dat verdachte het in zaak A bewezen verklaarde feit heeft begaan voor het einde van de gestelde proeftijd. Het hof zal de vordering derhalve toewijzen, met dien verstande dat het hof - gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals hiervoor in het kader van de strafmotivering weergegeven - deze straf zal omzetten in een werkstraf van na te melden duur.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 22c, 22d, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte in zaak B ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte in zaak A ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Groningen van 28 februari 2007) een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van veertien uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zeven dagen zal worden toegepast (parketnummer: 18-654426-06);

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Groningen van 26 mei 2008) een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van zestig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast (parketnummer: 18-670151-08).

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. H. Heins en mr. G.N. Roes, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier, zijnde

mr. G.N. Roes buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.