Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN1457

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-07-2010
Datum publicatie
16-07-2010
Zaaknummer
24-003306-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens het rijden onder invloed terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken. Voor een andere, lichtere strafmodaliteit zoals was verzocht door de verdediging ziet het hof gelet op verdachtes strafrechtelijke verleden geen aanleiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003306-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-754063-08

Arrest van 8 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 17 september 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1950] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M. van Delft, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van feit 1 en 2 zal veroordelen tot een gevangenisstraf van drie weken.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 14 maart 2008 te of bij [plaats], in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 460 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2.

hij op of omstreeks 14 maart 2008 te of bij [plaats], in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten A en/of B-E, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat], als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 14 maart 2008 te [plaats], in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 460 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2.

hij op 14 maart 2008 te [plaats], in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor categorieën van motorrijtuigen, te weten A en B-E, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat], als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1.

Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994

2.

Overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerwet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan - kort gezegd - rijden onder invloed, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Door zijn handelwijze heeft verdachte de verkeersveiligheid, daaronder begrepen de veiligheid van zijn medeweggebruikers, in gevaar gebracht. Tevens heeft hij zich niets aangetrokken van de jegens hem genomen maatregel van ongeldigverklaring. Hij is desondanks in een auto gaan rijden.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 april 2010 - vele malen eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke delicten, onder meer tot een werkstraf. Verdachte heeft deze eerder opgelegde werkstraf overigens niet verricht, maar heeft in plaats daarvan de vervangende hechtenis uitgezeten. De eerdere veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden om opnieuw in de fout te gaan. Zij worden door het hof als strafverzwarend meegewogen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de - door de advocaat-generaal gevorderde en door de rechter in eerste aanleg opgelegde - gevangenisstraf van na te melden duur een passende en noodzakelijke bestraffing is. Voor een andere, lichtere strafmodaliteit zoals was verzocht door de verdediging, ziet het hof, gelet op verdachtes strafrechtelijke verleden, geen aanleiding.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 8, 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van drie weken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. W. Foppen en

mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier.