Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN1437

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-07-2010
Datum publicatie
16-07-2010
Zaaknummer
24-000262-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van twee bedreigingen en vernieling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met een ad informandum gevoegd feit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000262-09

Parketnummers eerste aanleg: 18-670494-08 en 18-654795-08 (ad informandum)

Arrest van 8 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 26 januari 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1974] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte,

mr. O.G. Schuur, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard niet uitdrukkelijk gemachtigd te zijn verdachte ter terechtzitting te verdedigen. Het hof heeft daarop verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en aftrek van voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na verbetering van een kennelijke misslag - ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 13 december 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend twee/een mes(sen) getoond in de richting van, althans aan, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of met genoemde mes(sen) een zwaaiende beweging en/of een slijpende beweging gemaakt en/of (daarbij) deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd : "Jullie kunnen maar beter snel weggaan want ik ga iemand vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, althans (daarbij) dreigend heeft geroepen dat hij mensen ging vermoorden deze avond en/of dat hij zweerde op zijn moeder dat hij mensen af zou maken, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 13 december 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde perso(o)n(en) dreigend de woorden toegevoegd :"Jullie komen op mijn dodenlijst." en/of "Ik zweer het op mijn moeder, ik ga vanavond mensen vermoorden.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 13 december 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een buitenlamp, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 13 december 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend twee messen getoond in de richting van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en met genoemde messen een zwaaiende beweging en/of een slijpende beweging gemaakt en/of (daarbij) deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd : "Jullie kunnen maar beter snel weggaan want ik ga iemand vermoorden";

2.

hij op 13 december 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde personen dreigend de woorden toegevoegd :"Jullie komen op mijn dodenlijst." en "Ik zweer het op mijn moeder, ik ga vanavond mensen vermoorden.";

3.

hij op 13 december 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een buitenlamp, toebehorende aan [slachtoffer 4], heeft beschadigd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

feiten 1 en 2 telkens: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte is op 13 december 2008 door zijn vriendin [slachtoffer 3] opgehaald vanuit de penitentiaire inrichting Norgerhaven, nadat hij daar een gevangenisstraf had uitgezeten. Zij heeft hem dezelfde dag naar haar woning gebracht. Verdachte heeft dezelfde dag in die woning [slachtoffer 3]'s stiefdochter [slachtoffer 2] en haar vriend [slachtoffer 1] bedreigd. Hij heeft zwaaiende/slijpende bewegingen met twee messen gemaakt en tegen hen gezegd dat ze maar beter snel weg konden gaan, omdat hij iemand zou vermoorden. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben daarop de woning van [slachtoffer 3] verlaten en ze zijn naar de woning van [slachtoffer 4], een vriendin van [slachtoffer 3], gegaan. [slachtoffer 3] verbleef op dat moment ook in de woning van [slachtoffer 4].

Plotseling verscheen verdachte bij de woning van [slachtoffer 4]. Hij heeft opnieuw bedreigingen geuit, ditmaal gericht tegen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]. Hij heeft tegen hen geschreeuwd dat ze op zijn dodenlijst zouden komen en dat hij op zijn moeder zweerde dat hij die avond mensen zou vermoorden. Daarna heeft verdachte de buitenlamp van [slachtoffer 4]s woning vernield.

Verdachte heeft met zijn gedrag [slachtoffer 2], [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] angst aangejaagd. Daarnaast heeft hij inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van aangeefster [slachtoffer 4].

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 april 2010. Daaruit blijkt dat verdachte in 2008 eerder is veroordeeld voor bedreigingen en vernieling. Die veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden direct na het uitzitten van een gevangenisstraf opnieuw strafbare feiten te plegen.

Tot slot houdt het hof bij de strafoplegging rekening met het op de dagvaarding vermelde ad informandum gevoegde strafbare feit (vernieling, parketnummer 654795-08, gepleegd op 1 november 2008 te [plaats]), nu verdachte ter zitting in eerste aanleg heeft erkend dit feit te hebben gepleegd. Dit feit is hiermee afgedaan.

Het hof acht de door de politierechter opgelegde - en in hoger beroep door de advocaat-generaal gevorderde - gevangenisstraf passend en geboden. De voorwaardelijke straf is mede bedoeld om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van tien weken;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van vier weken, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. D.J. Keur en

mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier.