Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN1426

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-07-2010
Datum publicatie
16-07-2010
Zaaknummer
24-001627-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van heling van een spelcomputer. Verdachte wordt ter zake van opzetheling van een betonmixer veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001627-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-605117-09

Arrest van 8 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van

15 juni 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1962] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde en hem ter zake van de onder 1 subsidiair en

2 primair ten laste gelegde misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van het onder 1 primair ten laste gelegde en dat het hof het onder 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 90 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 06 juni 2008 tot en met 2 november 2008 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een Wii spelcomputer (met spelletjes) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die Wii (spelcomputer) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2008 tot en met 2 november 2008 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een Wii (spelcomputer) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van de Wii (spelcomputer) redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij in of omstreeks de periode van 27 april 2008 tot en met 13 november 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een voegmenger (ook wel betonmixer genoemd) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die voegmenger wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2008 tot en met 13 november 2008 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een voegmenger (ook wel betonmixer genoemd) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die voegmenger redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Vrijspraak

Onder feit 1 is verdachte primair opzetheling van een Wii-spelcomputer ten laste gelegd en subsidiair schuldheling van die spelcomputer.

Verdachte heeft verklaard dat hij de spelcomputer aangeboden heeft gekregen voor een bedrag van € 100,-. Verdachte vond dat een redelijk bedrag voor een tweedehands spelcomputer. Verdachte ging ervan uit dat de jongens die de spelcomputer aanboden - tieners die bij verdachte in het bedrijf werkten - genoeg hadden van de spelcomputer en deze wilden inruilen omdat zij het geld goed konden gebruiken.

Het hof overweegt dat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting niet kan worden vastgesteld dat de prijs die verdachte naar eigen zeggen voor de spelcomputer zou betalen ver beneden de gangbare prijs voor dergelijke spelcomputers op de tweedehands markt ligt. Bovendien is de spelcomputer in de leeftijdsgroep van tieners een gangbaar artikel, dat ook wel onderling aan elkaar wordt verkocht.

Op grond van het bovenstaande kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- of schuldheling van de Wii-spelcomputer. Het hof zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

2. primair

hij in de periode van 27 april 2008 tot en met 13 november 2008 te [plaats], gemeente [gemeente], een voegmenger (ook wel betonmixer genoemd) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die voegmenger wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

feit 2 primair: opzetheling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling door een betonmixer, die van misdrijf afkomstig was, voorhanden te hebben. Verdachte heeft de betonmixer, die volgens verdachte een nieuwprijs kent van € 1.500,-, voor € 100,- of € 150,- gekocht van twee tieners die bij hem werkzaam waren. Hoewel verdachte argwaan had (hij wist dat de jongens de betonmixer niet gekregen of gekocht konden hebben), heeft hij de betonmixer in ontvangst genomen en later betaald.

Door het voorhanden hebben van die betonmixer heeft verdachte meegewerkt aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. Dit is des te kwalijker nu verdachte als werkgever van die tieners een voorbeeldfunctie had.

Het hof heeft bij de straftoemeting rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel van 12 april 2010. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Het hof ziet in het feit dat zij tot een beperktere bewezenverklaring komt dan waartoe de advocaat-generaal concludeert, aanleiding om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de advocaat-generaal is gevorderd. Het hof is van oordeel dat een werkstraf voor de duur van 60 uren, waarvan 30 uren voorwaardelijk, passend en geboden is.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 2 primair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat een gedeelte van de werkstraf groot dertig uren, subsidiair vijftien dagen vervangende hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. D.J. Keur en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier.