Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN1363

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-07-2010
Datum publicatie
15-07-2010
Zaaknummer
24-001543-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van verduistering in dienstbetrekking van dieselolie en diefstal van camera's en een videorecorder veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren, waarvan 90 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft het hof een beslissing genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen en de vordering van de benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001543-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-606043-08

Arrest van 8 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 8 juni 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.H. Mastenbroek, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft beslist op het beslag en op de vordering van de benadeelde partij en heeft de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van het onder 1 primair ten laste gelegde. Zij heeft verder gevorderd dat het hof het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte ter zake zal veroordelen tot een werkstraf van 180 uren, waarvan 90 uren voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft daarnaast gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot een bedrag van € 2149,-, de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering zal worden verklaard en dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

De advocaat-generaal heeft tot slot gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen aanhanger, het dekzeil, de gieter en 6 jerrycans aan verdachte worden teruggegeven.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

De eerste rechter heeft de vordering van de officier van justitie tot wijziging van de tenlastelegging toegewezen. Deze wijziging houdt kort gezegd in dat de pleegperiode 'van 1 maart 2007 tot en met 29 april 2008' is gewijzigd in 'van 1 oktober 2006 tot en met 29 april 2008'. Aan verdachte is met inachtneming van die wijziging ten laste gelegd dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 oktober 2006 tot en met 29 april 2008 te[plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een gebouw aan/nabij de [straat] heeft weggenomen een hoeveelheid dieselolie, althans motorbrandstof, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 oktober 2006 tot en met 29 april 2008 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een hoeveelheid dieselolie, althans motorbrandstof, in elk geval enig goed, dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als schoonmaker en/of aftanker van bussen, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij op of omstreeks 28 juli 2007 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een gebouw aan/nabij de [straat] heeft weggenomen (een) camera('s), een beeldscherm en/of een videorecorder, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel.

De raadsman heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen de wijziging van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde. Naar zijn zeggen is er niet slechts sprake van verruiming van de ten laste gelegde periode, maar gaat het daardoor om volstrekt andere feiten. Omdat er verschillende werknemers bij [bedrijf] in verband zijn gebracht met diefstal of verduistering van dieselolie, is er sprake van verschillende, op zichzelf staande feiten, die door verschillende personen zijn gepleegd.

Het hof oordeelt dat de oorspronkelijk onder 1 subsidiair ten laste gelegde pleegperiode, mede gelet op de pleegperiode van het onder 1 primair ten laste gelegde, een kennelijke verschrijving is. Voorts levert de gedraging in de gewijzigde tenlastelegging hetzelfde feit op in de zin van artikel 313, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in verbinding met artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof verwerpt het verweer derhalve.

Vrijspraak

Het hof acht niet bewezen hetgeen onder 1 primair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1. subsidiair

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 oktober 2006 tot en met 29 april 2008 te [plaats] telkens opzettelijk een hoeveelheid dieselolie, die toebehoorde aan [bedrijf], en welk goed verdachte telkens uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als aftanker van bussen onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toege?igend;

2.

hij op 28 juli 2007 te [plaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een gebouw aan de [straat] heeft weggenomen camera's en een videorecorder, toebehorende aan [bedrijf].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

feit 1 subsidiair: verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;

feit 2: diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de periode van 1 oktober 2006 tot en met 29 april 2008 op verschillende tijdstippen op slinkse wijze dieselolie verduisterd bij [bedrijf]. Verdachte was onder meer verantwoordelijk voor het aftanken van bussen bij [bedrijf]. Verdachte maakte gebruik van een speciale tankpas, waardoor de pomp werd vrijgegeven. Aan de pomp zaten twee slangen; met de ene slang tankte verdachte de bus af, met de andere vulde hij jerrycans met een aantal liters dieselolie voor zichzelf. Verdachte heeft op die manier vele liters dieselolie meegenomen naar huis.

Daarnaast heeft verdachte op 28 juli 2007 bewakingscamera's en een videorecorder meegenomen. De camera's waren door [bedrijf] aangeschaft om erachter te komen welke persoon of personen zich schuldig maakte(n) aan diefstal van dieselolie.

Door zijn handelen heeft verdachte een inbreuk gemaakt op zowel het eigendomsrecht van [bedrijf] als het vertrouwen dat [bedrijf] in de bij haar tewerkgestelde personen mag hebben.

Het hof heeft bij de straftoemeting acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 april 2010. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang gezien, is het hof van oordeel dat oplegging van de door de advocaat-generaal in hoger beroep gevorderde (deels voorwaardelijke) werkstraf passend en geboden is. Het voorwaardelijke deel dient ter voorkoming van herhaling.

Beslag

De advocaat-generaal heeft de teruggave van de onder verdachte inbeslaggenomen aanhanger, het dekzeil, de gieter en zes jerrycans gevorderd.

Uit het dossier is gebleken dat verdachte afstand heeft gedaan van de zes onder hem inbeslaggenomen jerrycans. Het hof zal daarom geen beslissing nemen ten aanzien van die jerrycans.

Het hof zal de teruggave aan verdachte gelasten van de overige in beslag genomen goederen, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter zitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering in eerste aanleg gedeeltelijk is toegewezen en dat de benadeelde partij zich binnen de grenzen van de eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Het hof is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard is, dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. Gelet op het bepaalde in artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, met bepaling, dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 310, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtachtig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van negentig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat een gedeelte van de werkstraf groot negentig uren, subsidiair vijfenveertig dagen vervangende hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

gelast de teruggave aan verdachte van:

- dekzeil;

- spanbanden;

- aanhanger;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. D.J. Keur en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier.