Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BN1342

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
01-07-2010
Datum publicatie
15-07-2010
Zaaknummer
24-000770-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van het verkopen en afleveren van heroïne, alsmede ter zake van het aanwezig hebben van 16,27 gram heroïne veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een onvoorwaardelijke werkstraf van 240 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000770-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-753446-08

Arrest van 1 juli 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 20 maart 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1965] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks de periode van 7 september 2005 tot en met 7 september 2007 te [ plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente], en/of in [plaats 2] en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroine, zijnde heroine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij in de periode van 7 september 2005 tot en met 7 september 2007 te [ plaats 1], in de gemeente [gemeente], meermalen opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroine, zijnde heroine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

en

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in een periode van 2 jaren meermalen opzettelijk heroïne verkocht en afgeleverd aan drugsgebruikers. Verdachte heeft die feiten kennelijk gepleegd ten behoeve van eigen financieel gewin. Daarnaast heeft verdachte opzettelijk 16,27 gram heroïne aanwezig gehad, waarvan het hof aanneemt, zulks mede gelet op de hoeveelheid aangetroffen verdovende middelen, dat verdachte die ook (deels) wilde verkopen. Het gebruik van heroïne is bedreigend voor de volksgezondheid.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 maart 2010 blijkt dat verdachte vóór 7 september 2005 eerder ter zake van drugsdelicten is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden de hiervoor bewezen verklaarde feiten te begaan.

De landelijk gehanteerde ori?ntatiepunten straftoemeting "Artikel 2, onder B, Opiumwet dealen van harddrugs vanuit een pand en/of op straat" gaan uit van 12 maanden gevangenisstraf bij een dealperiode van 6 tot 12 maanden.

Op grond van het vorenstaande, en mede aansluiting zoekende bij voormelde oriëntatiepunten, is het hof van oordeel, dat in beginsel oplegging van een gevangenisstraf van 12 maanden passend is.

Daarnaast stelt het hof het volgende vast.

Op 8 juni 2010 is door de ambulante Woonondersteuning Zienn schriftelijke achtergrondinformatie omtrent verdachte verstrekt, waaruit het navolgende is gebleken.

Verdachte staat sedert 5 januari 2009 vrijwillig onder begeleiding van Zienn. Hij ontvangt ambulante woonbegeleiding en wordt ondersteund op alle levensgebieden. Hij komt zijn afspraken goed na en is coöperatief in de begeleiding. Hij maakt grote progressie in het nemen van verantwoordelijkheid, zijn levensstijl en handel- en denkwijze. Hij heeft aangegeven dat hij sedert juni 2008 geen harddrugs meer gebruikt en dat hij sedert ongeveer 4 maanden ook is gestopt met het gebruik van softdrugs en medicatie. Daarnaast is hij bezig zijn alcoholgebruik te beperken. Hij heeft gebroken met het criminele circuit. Verdachte is zich goed bewust van zijn agressie-problematiek. Hij is zoekende naar een passende therapie hiervoor. Hij heeft zelf contact opgenomen met een psycholoog, bij wie hij reeds zijn eerste intake heeft gehad. Hij is onder budgetbeheer bij de G.K.B. en ontvangt weekgeld om van te leven. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou de inmiddels in gang gezette resocialisatie van verdachte doorbreken. Verdachte zou door een dergelijke straf weer terug bij af zijn.

Verdachte heeft ter zitting van het hof de inhoud van voormelde achtergrondinformatie van Zienn bevestigd.

Na het plegen van de bewezen verklaarde feiten is verdachte niet wederom met justitie in aanraking gekomen ter zake van het plegen van recentere strafbare feiten.

Het lijkt er op dat er in het leven van verdachte een wending ten goede heeft plaatsgevonden.

Gelet op deze positieve ontwikkeling in het leven van verdachte en om verdachte nog eenmaal de kans te geven om de door hem ingeslagen positieve weg voort te zetten, ziet het hof in dit geval af van de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof acht de oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 240 uren een passende bestraffing.

Het hof beoogt met de voorwaardelijke strafoplegging mede te bereiken dat verdachte niet wederom (soortgelijk) strafbare feiten zal plegen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tweehonderdveertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van honderdtwintig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Koolschijn, voorzitter, mr. Van Stempvoort en mr. Bosch, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort en mr. Bosch buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.