Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM6762

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-06-2010
Datum publicatie
03-06-2010
Zaaknummer
24-002990-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van mishandeling begaan tegen zijn levensgezel, met toepassing van de recidivebepaling als bedoeld in artikel 43a van het Wetboek van strafrecht, veroordeeld tot een werkstraf. In plaats van de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee maanden wordt een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen, gelast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002990-09

Parketnummers eerste aanleg: 17-880391-09 en 17-880140-07 (tul)

Arrest van 3 juni 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 20 november 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. H.A. de Boer,

advocaat te Sneek.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken en een gedeeltelijke tenuitvoerlegging zal gelasten van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden d.d. 2 augustus 2007 en wel voor de duur van 2 maanden.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 12 augustus 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer], meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft gestompt en/of geslagen en/of in de buik, althans tegen het lichaam, heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, terwijl tijdens het plegen van dit feit nog geen vijf jaren zijn verlopen, sedert een veroordeling van verdachte wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, althans een van de in artikel 43b van het Wetboek van Strafrecht omschreven artikelen, in kracht van gewijsde is gegaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 12 augustus 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, te weten [slachtoffer], in het gezicht heeft gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden, terwijl tijdens het plegen van dit feit nog geen vijf jaren zijn verlopen, sedert een veroordeling van verdachte wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling begaan tegen zijn levensgezel, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 12 augustus 2009 zijn levensgezel [slachtoffer] mishandeld door haar in het gezicht te stompen. Als gevolg van dit handelen heeft [slachtoffer] een zwelling naast het oog opgelopen en pijn ondervonden. Door het plegen van dit feit is de lichamelijk integriteit van [slachtoffer] geschonden. Bovendien heeft verdachte dit feit gepleegd op een moment dat nog geen vijf jaren waren verlopen sedert hij bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Leeuwarden d.d. 2 augustus 2007 onder parketnummer 17-880140-07 ter zake van onder meer een soortgelijk misdrijf tot 10 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, was veroordeeld.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiele Documentatie d.d. 22 februari 2010 blijkt dat verdachte vóór 12 augustus 2009 meermalen ter zake van het plegen van strafbare feiten tot straffen is veroordeeld. Bovendien blijkt uit dat uittreksel, dat in het (recente) verleden meermalen de tenuitvoerlegging (al dan niet gedeeltelijk) is gelast van een voorwaardelijk opgelegde straf en dat meermalen de proeftijd, verbonden aan een voorwaardelijk opgelegde straf, is verlengd. Deze straffen, voormelde tenuitvoerleggingen en verlengingen hebben verdachte er niet van weerhouden het hiervoor bewezen verklaarde feit te begaan.

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel, dat de door de politierechter opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, welke straf eveneens door de advocaat-generaal is gevorderd, in beginsel passend en geboden is.

Daarnaast stelt het hof het volgende vast.

Verdachte woont nog steeds samen met het slachtoffer [slachtoffer] en haar twee kinderen.

Verdachte heeft een eigen klussenbedrijf zonder personeel en werkt gemiddeld 40 uren per week. Het gezin is afhankelijk van de door hem verdiende inkomsten.

Verdachte wordt al geruime tijd in het kader van de tenuitvoerlegging van een andere strafzaak begeleid en behandeld door het AFPN. Die behandeling is gericht op het alcoholgebruik van verdachte en het onder controle krijgen en houden van zijn agressie. Verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat hij door die begeleiding en behandeling veel minder alcohol drinkt dan vroeger en veel minder agressief reageert. Hij zegt baat te hebben bij die begeleiding en behandeling.

Uit voormeld Uittreksel blijkt tevens dat verdachte nà het plegen van het hiervoor bewezen verklaarde feit, op een overtreding na, niet wederom ter zake van het plegen van strafbare feiten met justitie in aanraking is gekomen.

Het lijkt er derhalve op dat verdachte een andere - positieve - weg is ingeslagen.

Alles afwegende, is het hof van oordeel, dat in dit geval kan worden volstaan met het opleggen van een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden d.d. 2 augustus 2007 is verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Gebleken is dat voormeld vonnis op 17 augustus 2007 onherroepelijk is geworden en dat op diezelfde datum de proeftijd is ingegaan.

De officier van justitie heeft d.d. 17 september 2009 gevorderd dat last zal worden gegeven tot een gedeeltelijke tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf en wel van 2 maanden, omdat verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een of meer strafbare feiten, zoals ten laste gelegd in de dagvaarding met parketnummer 17-880391-09 (het thans bewezen verklaarde feit).

Gebleken is dat verdachte het hiervoor bewezen verklaarde feit heeft begaan voor het einde van voormelde proeftijd. Het hof is dan ook van oordeel, dat de door de officier van justitie gevorderde gedeeltelijke tenuitvoerlegging van 2 maanden gevangenisstraf in beginsel kan worden gelast.

Gelet op hetgeen hiervoor in de strafmotivering is overwogen omtrent de persoonlijke omstandigheden van verdachte, acht het hof termen aanwezig om in plaats van een last tot tenuitvoerlegging te geven van 2 maanden gevangenisstraf, een taakstraf te gelasten, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 22c, 22d, 43a, 43b, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van dertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast;

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van een gedeelte van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Leeuwarden van 2 augustus 2007 en wel voor de duur van twee maanden) taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van honderdtwintig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. Hielkema en mr. Van der Woude, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. Van der Woude buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.