Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM6761

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-06-2010
Datum publicatie
03-06-2010
Zaaknummer
24-002785-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van diefstal en mishandeling, telkens met toepassing van de recidivebepaling als bedoeld in artikel 43a van het Wetboek van strafrecht, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002785-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-880431-09

Arrest van 3 juni 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 23 oktober 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1971] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. H.A. de Boer, advocaat te Sneek.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis

wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 22 september 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in/uit een winkelbedrijf, gelegen aan of bij de [straat], aldaar, (ondermeer) cheeseburger(s) en/of frisdrank en/of melk, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij op of omstreeks 26 juni 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]), (met kracht) in het gezicht, althans tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 22 september 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in een winkelbedrijf, gelegen aan de [straat], aldaar, ondermeer cheeseburgers en frisdrank en melk, toebehorende aan [bedrijf], zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij op 26 juni 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer 1], met kracht in het gezicht heeft geslagen of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden, zulks terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1:

diefstal, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

onder 2:

mishandeling, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 26 juni 2009 [slachtoffer 1] mishandeld door hem met kracht in het gezicht te slaan of te stompen. [slachtoffer 1] is daardoor voorover op een tafeltje gevallen. Als gevolg van het handelen van verdachte heeft [slachtoffer 1] een dik gezicht, een pijnlijke wang, een jukbeenfractuur en een bloeduitstorting op de borstkas opgelopen en pijn ondervonden. Door het plegen van dit feit is de lichamelijk integriteit van het slachtoffer [slachtoffer 1] ernstig geschonden. Bovendien heeft verdachte dit feit gepleegd op een moment dat nog geen vijf jaren waren verlopen sedert hij bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 4 oktober 2004 onder parketnummer 17-050191-037 ter zake van mishandeling tot 1 maand gevangenisstraf, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, was veroordeeld.

Ongeveer drie maanden later heeft verdachte eet- en drinkwaren weggenomen uit een supermarkt. Door het plegen van dit feit heeft verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander. Daarenboven heeft verdachte dit feit gepleegd op een moment dat nog geen vijf jaren waren verlopen sedert hij bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 26 mei 2008 onder parketnummer 17-820198-08 ter zake van diefstal tot 4 weken gevangenisstraf was veroordeeld.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 mei 2010 (dat 17 pagina's beslaat) blijkt dat verdachte met regelmaat strafbare feiten pleegt, veelal soortgelijk aan de thans bewezen verklaarde misdrijven. Hem eerder opgelegde straffen hebben hem er niet van weerhouden de bewezen verklaarde feiten te begaan.

Op grond van het vorenstaande en mede in aanmerking nemende de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting acht het hof de door de politierechter opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, welke straf eveneens door de advocaat-generaal is gevorderd, gerechtvaardigd en noodzakelijk. Het hof zal die straf dan ook aan verdachte opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 43a, 43b, 57, 300 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van acht weken;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. Hielkema en mr. Van der Woude, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. Van der Woude buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.