Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM6034

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-05-2010
Datum publicatie
28-05-2010
Zaaknummer
24-001819-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ter zake van mishandeling in een café wordt verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis (met aftrek). Het hof acht de ontkennende verklaring van verdachte ongeloofwaardig tegen de achtergrond van aangevers verklaring in samenhang met de in deze zaak afgelegde verklaringen van de getuigen. Vordering tenuitvoerlegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001819-09 en 17-880116-07 (tul)

Parketnummer eerste aanleg: 17-880012-09

Arrest van 21 mei 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 3 juli 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1983] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, thans bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J. Boelstra, advocaat te Dokkum.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 15 januari 2010 en 7 mei 2010, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen vervangende hechtenis. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof, in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van een gedeelte van de eerder bij vonnis van de rechtbank in Leeuwarden opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden te geven, een werkstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen vervangende hechtenis zal gelasten.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 26 oktober 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), (terwijl hij, verdachte, de boks- en/of kickbokssport beoefent of heeft beoefend) (met kracht) meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken omdat overtuigend bewijs ontbreekt.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Verdachte ontkent dat hij het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Hij stelt dat hij op 26 oktober 2008 niet in café [naam], alwaar volgens aangever de mishandeling heeft plaatsgevonden, is geweest. Het hof acht deze verklaring ongeloofwaardig tegen de achtergrond van aangevers verklaring in samenhang met de in deze zaak afgelegde verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3]. Daaruit blijkt dat verdachte die [slachtoffer] een stomp in zijn gezicht heeft gegeven.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 26 oktober 2008 te [plaats], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met kracht, die [slachtoffer] in het gezicht heeft gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van

de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht

van gewijsde is gegaan.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 26 oktober 2008 tijdens het uitgaan in een cafë in [plaats] een bezoeker van dat café, [slachtoffer], een stomp in het gezicht gegeven. Dit heeft geleid tot gebitsbeschadiging. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van die [slachtoffer].

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 19 februari 2010, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens het plegen van soortgelijke strafbare feiten. Bovendien heeft hij het onderhavige misdrijf begaan in een proeftijd van een hem eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Het hof houdt voorts rekening met een omtrent verdachte opgemaakt reclasseringsrapport van 5 juni 2009, alsook de persoonlijke omstandigheden zoals deze ter zitting van het hof door verdachte en zijn raadsvrouw naar voren zijn gebracht.

In vorengenoemde omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, ziet het hof - evenals de advocaat-generaal - aanleiding om aan verdachte een onvoorwaar-delijke werkstraf van na te melden duur op te leggen.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank te Leeuwarden van 26 juli 2007 is veroordeelde veroordeeld tot (onder meer) gevangenisstraf voor de duur van acht maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 10 augustus 2007, op welke datum tevens de proeftijd is ingegaan. De officier van justitie heeft op 20 mei 2009 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, ten aanzien waarvan bij voormeld vonnis bevel was gegeven, dat deze voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd, om reden, dat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Nu gebleken is dat veroordeelde het bewezenverklaarde feit heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, is het hof van oordeel dat in beginsel de tenuitvoerlegging kan worden gelast van voormelde gevangenisstraf. Gelet op hetgeen hiervoor in de strafmotivering is overwogen acht het hof echter termen aanwezig om in plaats van een gedeeltelijke last tot tenuitvoerlegging te geven, een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis te gelasten, en wijst de vordering voor het overige af.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 22c, 22d, 43a, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderd uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van een gedeelte van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank te Leeuwarden van 26 juli 2007) taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van honderd uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftig dagen zal worden toegepast en wijst de vordering tenuitvoerlegging voor het overige af.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. J.A. Wiarda buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.