Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM6027

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
11-05-2010
Datum publicatie
28-05-2010
Zaaknummer
24-002652-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een mishandeling. Het hof houdt bij de straftoemeting rekening met de gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het hof legt een werkstraf op en wijst de vordering tenuitvoerlegging af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002652-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-651789-08 en 18-670378-06 (tul)

Arrest van 11 mei 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 17 oktober 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. W.Chr. de Roos, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair te vervagen door 10 dagen hechtenis, en de vordering tot tenuitvoerlegging zal afwijzen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 29 februari 2008, te [plaats], in elk geval in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte bewezen dat:

hij op 29 februari 2008, in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), in het gezicht heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft tijdens een treinreis een medereiziger mishandeld door deze in het gezicht te slaan. Verdachte heeft hierdoor inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Het hof houdt bij de straftoemeting rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 8 maart 2010 waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, hoofdzakelijk agressiedelicten.

Voorts houdt het hof rekening met de gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze door verdachte en zijn raadsman zijn geschetst ter terechtzitting van het hof. Verdachte heeft zijn alcoholgebruik inmiddels onder controle en krijgt hulp bij het zoeken naar een geschikte baan. De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof een rapport van hulpverleningsorganisatie Elker d.d. 20 april 2010 overgelegd. Uit dit rapport blijkt dat verdachte erg gemotiveerd is om zijn leven op orde te krijgen en hiertoe al een aantal positieve stappen heeft gezet. Om verdachte in de gelegenheid te stellen deze positieve lijn door te zetten zal het hof hem een werkstraf opleggen zoals door de advocaat-generaal gevorderd.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Groningen d.d. 16 november 2006, is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Blijkens het onderzoek ter zitting van het hof is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 1 december 2006. De proeftijd is eveneens ingegaan op 1 december 2006. De officier van justitie heeft gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, aangezien verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Gelet op de gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals hierboven weergegeven, zal het hof de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van twintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de zes maanden gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Groningen van 16 november 2006.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van mr. M. Koster als griffier, zijnde mr. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.