Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM5965

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-05-2010
Datum publicatie
27-05-2010
Zaaknummer
24-002046-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ter zake van vernieling/beschadiging/onbruikbaar maken van een auto wordt verdachte vrijgesproken. Het hof is van oordeel dat de gestelde schade niet overtuigend is te herleiden tot het ten laste gelegde incident.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002046-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-003814-09

Arrest van 21 mei 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 17 augustus 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1947] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. J. Pieters, advocaat te Harlingen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk gemachtigd te zijn verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een voorwaardelijke geldboete van ? 300,00, subsidiair 6 dagen vervangende hechtenis met een proeftijd van 2 jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 26 juni 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een auto (merk Peugeot, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Vrijspraak

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de schade niet uit de bewijsmiddelen blijkt. Verdachte dient te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Op 30 juni 2008 doet [slachtoffer] aangifte. Zij stelt dat verdachte op 26 juni 2008 zijn vouwfiets bovenop de motorkap van haar auto heeft gegooid, waardoor de motorkap is beschadigd. De moeder van aangeefster, die bij het incident aanwezig was, legt dezelfde dag als aangeefster een verklaring af. Voorts neemt verbalisant [verbalisant] op 30 juni 2008 foto's van de door deze geconstateerde krasschade aan de betreffende auto. De krasschade is op de foto's niet (duidelijk) zichtbaar geworden.

Daarnaast legt op 14 oktober 2008 getuige [getuige] een verklaring af. Getuige [getuige] verklaart dat hij aan het werk was in de ijssalon. Hij zag dat een man zijn fiets tegen de voorbumper van de auto van een vrouw aan zette. Hij zag aan de manier waarop de man dat deed dat hij ge?rriteerd was.

Vervolgens wordt verdachte op 20 oktober 2008 door de politie verhoord. Verdachte verklaart dat hij zich dagelijks ergert aan auto's die bij hem voor het huis op de stoep parkeren. Hij spreekt hier vaak mensen op aan. Hij ontkent de vernieling.

Het hof is van oordeel dat de aangifte met betrekking tot het door verdachte veroorzaken van krasschade aan de auto - in samenhang bezien met de (vrijwel) identieke verklaring van de moeder van aangeefster - onvoldoende steun vindt in de andere bewijsmiddelen.

De getuigenverklaring van [getuige] verschilt op een essentieel punt van de aangifte. [getuige] stelt immers dat verdachte zijn fiets tegen de bumper heeft gezet, terwijl aangeefster stelt dat verdachte zijn fiets op de motorkap heeft gegooid. De oorzaak van de gestelde schade op de motorkap van aangeefster valt niet te rijmen met de verklaring van de onafhankelijke getuige [getuige]. Voorts neemt het hof in aanmerking dat de foto's pas vier dagen na het incident zijn gemaakt.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de gestelde schade niet overtuigend is te herleiden tot het ten laste gelegde incident. Het hof is dan ook van oordeel dat niet overtuigend kan worden bewezen dat er door het handelen van verdachte krasschade op de auto van aangeefster is ontstaan, zodat het hof verdachte zal moeten vrijspreken van het hem ten laste gelegde feit.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. J.A. Wiarda buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

-