Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM5215

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-05-2010
Datum publicatie
27-05-2010
Zaaknummer
24-002849-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van het medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand en een werkstraf van 120 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002849-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-754140-09

Arrest van 21 mei 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 30 oktober 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.O. Roosjen, advocaat te Drachten.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen en heeft op de vordering van de benadeelde partij beslist en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen alsmede een schadevergoedingsmaatregel zal opleggen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 31 december 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/op/aan een (fiets)tunnel (gelegen tussen de [straat 1] en/of de [straat 2], onder de [straat 3]), immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk (een hoeveelheid) benzine, althans (een) brandbare stof(fen), over (een) (auto)band(en) (heen) gegoten/gegooid en/of (vervolgens) met (een) aansteker(s) die (auto)-band(en) in brand gestoken en/of doen ontvlammen, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met die (auto)band(en), ten gevolge waarvan die (auto)band(en) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemde (fiets)tunnel, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 31 december 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat 1] en/of de [straat 2], in elk geval op of aan een (of meerdere) openbare weg(en), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een (fiets)tunnel en/of de in die (fiets)tunnel bevindende TL armaturen en/of de zich in de (directe) nabijheid van die (fiets)tunnel bevindend hekwerk, welk geweld bestond uit het opzettelijk (een hoeveelheid) benzine, althans (een) brandbare stof(fen), te gieten/besprenkelen/gooien op/over (een) (auto)band(en) en/of (vervolgens) die benzine, althans die brandbare stof, met (een) aansteker(s) in brand te steken en/of doen ontvlammen, ten gevolge waarvan die (fiets)tunnel (pleisterwerk en/of asfalt) en/of TL armaturen en/of hekwerk geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand;

meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en straf-oplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 31 december 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en weder-rechtelijk een (fiets)tunnel en/of de zich in die (fiets)tunnel bevindende TL armaturen en/of pleisterwerk en/of asfalt en/of de zich in de (directe) nabijheid van die (fiets)tunnel bevindend hekwerk, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 31 december 2008 te [plaats], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een fietstunnel (gelegen tussen de [straat 1] en de [straat 2], onder de [straat 3]), immers hebben verdachte en zijn mededaders toen aldaar opzettelijk een hoeveelheid benzine over autobanden heen gegoten en vervolgens met een aansteker die autobanden in brand gestoken, ten gevolge waarvan die autobanden geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voor-noemde fietstunnel te duchten was.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 31 december 2008 samen met anderen opzettelijk brand gesticht in/aan een fietstunnel te [plaats]. Ten gevolge van de brand is grote schade ontstaan aan deze fietstunnel. Aldus hebben verdachte en zijn mededaders de eigenaar van de tunnel, de [benadeelde], aanzienlijk financieel nadeel berokkend. Bovendien hebben zij met hun handelen geriskeerd dat de rook die door de brandende autobanden gegenereerd werd het verkeer zou hinderen dat over de [straat 3] boven de fietstunnel reed.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 19 februari 2010, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

De ernst van het feit rechtvaardigt de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet echter op het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van een strafbaar feit, zal het hof volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf van na te melden duur. De voorwaardelijke straf dient tevens als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan een (soortgelijk) strafbaar feit.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij, de [benadeelde], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Vast staat dat de benadeelde partij als direct gevolg van het bewezen verklaarde feit schade heeft geleden, welke schade aan verdachte (en zijn mededaders) kan worden toegerekend. De benadeelde partij heeft een bedrag van € 20.298,96 aan materiële schadevergoeding gevorderd. Ter onderbouwing van dit bedrag heeft zij een viertal nota's overgelegd. Voorts is de vordering zowel ter zitting in eerste aanleg als ter zitting in hoger beroep van een mondelinge toelichting voorzien.

Van de zijde van de verdediging is in de eerste plaats aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering. Volgens de raads-man is geen sprake van een geldige volmacht, omdat op de ter zitting van het hof overgelegde volmacht d.d. 4 mei 2010 wordt gerefereerd aan de zitting op 10 mei 2010 bij de rechtbank. Het hof verwerpt dit verweer, nu hier sprake is van een kennelijke verschrijving en verdachte hierdoor niet in zijn verdedigingsbelang is geschaad. Het door de advocaat-generaal gedane voorwaardelijke aanhoudingsverzoek in verband met deze kwestie wordt dan ook bij gebrek aan noodzaak afgewezen.

In de tweede plaats heeft de raadsman aangevoerd dat er een "nieuw voor oud" korting zou moeten worden toegepast op de nota van het bedrijf [bedrijf] Dit omdat de fietstunnel er na de uitgevoerde reparaties beter uitziet dan voor de brand het geval was. Het hof zal de raadsman op dit punt volgen en zal naar redelijkheid en billijkheid een korting van 50% toepassen op de nota van [bedrijf] Ten aanzien van de overige nota's en bedragen is door de verdediging geen verweer gevoerd. Het hof zal deze bedragen geheel toewijzen. In totaal wordt de vordering derhalve toegewezen tot een bedrag van € 1.016,58 + € 3.573,57 + 2.011,81 + (0,5 x 13.328,-) € 6.664,- + € 94,- + € 275,- = € 13.634,96, één en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. De vordering wordt voor het overige afgewezen.

Gelet op het vorenstaande, dient verdachte, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Aangezien verdachte jegens voornoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal het hof het toegewezen bedrag tevens toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel, waarbij wordt bepaald dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één maand;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtwintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, de [benadeelde], gevestigd te [vestigingsplaats], tot een bedrag van dertienduizend zeshonderdvierendertig euro en zesennegentig cent;

bepaalt dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt

- tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van dertien-duizend zeshonderdvierendertig euro en zesennegentig cent ten behoeve van het slachtoffer, de [benadeelde], gevestigd te [vestigingsplaats], met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van honderddrie dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. H.J. Deuring, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoekstra als griffier, zijnde mr. P. Koolschijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.