Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM4621

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-05-2010
Datum publicatie
18-05-2010
Zaaknummer
24-001416-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van overtredingen van een voorschrift gesteld krachtens artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren, en een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Wetsverwijzingen
Wet milieugevaarlijke stoffen 24
Wet op de economische delicten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001416-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-994620-07

Arrest van 18 mei 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, economische kamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Groningen van 15 mei 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. F.H. Kappelhof, advocaat te Delfzijl.

Het vonnis waarvan beroep

De economische politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde zoals gewijzigd ter zitting in hoger beroep bewezen zal verklaren en verdachte ter zake zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Het hof heeft ter terechtzitting toegelaten dat de tenlastelegging wordt gewijzigd overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal. Als gevolg van deze wijziging is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in de gemeente [gemeente], op of omstreeks 27 december 2006, althans in december 2006, opzettelijk een hoeveelheid vuurwerk, 7 of 6, in ieder geval een of meer, flowerbeds, Fan shape Cakes Red White and Bleu Peony voorhanden heeft gehad buiten een inrichting als bedoeld in

a. artikel 1.1.4;

b. artikel 2.2.2 of 3.2.1 waarvoor een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk;

c. artikel 2.2.1. waarvoor een melding is gedaan krachtens artikel 2.2.4;

namelijk in een schuur op perceel [adres] te [woonplaats];

2.

hij in de gemeente [gemeente], op of omstreeks 27 december 2006, althans in december 2006, opzettelijk consumentenvuurwerk, in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid en/of artikel 1.1.2, eerste lid van het Vuurwerkbesluit, namelijk

- bestemd voor particulier gebruik en/of

- aangetroffen bij (een) particulier(en),

met een totaal gewicht van ongeveer 50 kilogram, althans 42 kilogram, in ieder geval meer dan 10 kilogram, namelijk 7 of 6, in ieder geval een of meer, flowerbeds, Fan shape Cakes Red White an Blue Peony, ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het vuurwerkbesluit gestelde eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 24, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen gesteld regels, namelijk niet waren/was voorzien van:

- een vermelding of afbeelding van de soort van het vuurwerk waaruit duidelijk bleek wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren waren;

- een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsels of schade bij de gebruiker en/of omstanders kon ontstaan, gesteld in de Nederlandse taal, begrijpelijk en duidelijk leesbaar in een schuur op perceel [adres] te [woonplaats], heeft opgeslagen en/of voorhanden gehad,

en/of

aan (een) ander(en) ter beschikking heeft gesteld, namelijk aan zekere [betrokkene 1] en/of aan zekere [betrokkene 2] en/of aan zekere [betrokkene 3];

3.

hij in de gemeente [gemeente], op of omstreeks 7 februari 2007, althans in februari 2007 opzettelijk een hoeveelheid vuurwerk, voorhanden heeft gehad buiten een inrichting als bedoeld in

a. artikel 1.1.4;

b. artikel 2.2.2 of 3.2.1 waarvoor een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk;

c. artikel 2.2.1 waarvoor een melding is gedaan krachten artikel 2.2.4, namelijk 940, althans een groot aantal, nitraatklappers, in een schuur op perceel [adres] te [woonplaats], voorhanden heeft gehad.

4.

hij in de gemeente [gemeente], op of omstreeks 7 februari 2007, althans in februari 2007, al dan niet opzettelijk consumentenvuurwerk in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid en/of artikel 1.1.2, eerste lid van het Vuurwerkbesluit, namelijk

- bestemd voor particulier gebruik en/of

- aangetroffen bij (een) particulier(en),

namelijk 940, althans een groot aantal, nitraatklappers, ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 24, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen gestelde regels,

namelijk,

- niet waren voorzien van de aanduiding: 'Geschikt voor particulier gebruik' en/of

- waarvan de lading, in strijd met artikel 9, lid 1 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004, niet aan de in bijlage III gestelde eis van uitsluitend uit zwart buskruit tot een gewicht van ten hoogste 2.5 gram bestond, (maar uit kaliumperchloraat, aluminium en zwavel)

namelijk in een schuur op perceel [adres] te [woonplaats], heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.

Het hof beschouwt [adres] als een kennelijke misslag en leest dit verbeterd als [adres]. Hierdoor wordt verdachte niet in enig belang geschaad.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij in de gemeente [gemeente], op 27 december 2006, opzettelijk een hoeveelheid vuurwerk, flowerbeds, Fan shape Cakes Red White and Bleu Peony voorhanden heeft gehad buiten een inrichting als bedoeld in

a. artikel 1.1.4;

b. artikel 2.2.2 of 3.2.1 waarvoor een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk;

c. artikel 2.2.1. waarvoor een melding is gedaan krachtens artikel 2.2.4;

namelijk in een schuur op perceel [adres] te [woonplaats];

2.

hij in de gemeente [gemeente], op 27 december 2006, opzettelijk consumentenvuurwerk, in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid en/of artikel 1.1.2, eerste lid van het Vuurwerkbesluit, namelijk

- bestemd voor particulier gebruik en

- aangetroffen bij particulieren,

met een totaal gewicht van meer dan 10 kilogram,

namelijk flowerbeds, Fan shape Cakes Red White and Blue Peony, ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het vuurwerkbesluit gestelde eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 24, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen gesteld regels,

namelijk niet waren voorzien van:

- een vermelding of afbeelding van de soort van het vuurwerk waaruit duidelijk bleek wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren waren;

- een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzing en/of waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsels of schade bij de gebruiker en/of omstanders kon ontstaan, gesteld in de Nederlandse taal, begrijpelijk en duidelijk leesbaar in een schuur op perceel [adres] te [woonplaats], heeft opgeslagen en voorhanden gehad,

en aan een ander ter beschikking heeft gesteld, namelijk aan zekere [betrokkene 1];

3.

hij in de gemeente [gemeente] op 7 februari 2007, opzettelijk een hoeveelheid vuurwerk, voorhanden heeft gehad buiten een inrichting als bedoeld in

a. artikel 1.1.4;

b. artikel 2.2.2 of 3.2.1 waarvoor een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk;

c. artikel 2.2.1 waarvoor een melding is gedaan krachten artikel 2.2.4, namelijk 940 nitraatklappers in een schuur op perceel [adres] te [woonplaats] voorhanden heeft gehad.

4.

hij in de gemeente [gemeente], op 7 februari 2007, opzettelijk consumentenvuurwerk in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid en/of artikel 1.1.2, eerste lid van het Vuurwerkbesluit, namelijk

- bestemd voor particulier gebruik en

- aangetroffen bij een particulier

namelijk 940 nitraatklappers, ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het vuurwerkbesluit gestelde eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 24, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen gestelde regels,

namelijk,

- niet waren voorzien van de aanduiding: 'Geschikt voor particulier gebruik' en

- waarvan de lading, in strijd met artikel 9 lid 1 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004, niet aan de in bijlage III gestelde eis van uitsluitend uit zwart buskruit tot een gewicht van ten hoogste 2.5 gram bestond, maar uit kaliumperchloraat, aluminium en zwavel,

namelijk in een schuur op perceel [adres] te [woonplaats], heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1., 2., 3. en 4. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1., 2., 3. en 4. overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen, opzettelijk begaan.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een hoeveelheid vuurwerk voorhanden gehad, welk vuurwerk niet voldeed aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde eisen. Tevens heeft verdachte een deel van dit vuurwerk ter beschikking gesteld aan een ander. Verdachte heeft door aldus te handelen onverantwoorde risico's genomen. Het opslaan van dit zogenaamde illegale vuurwerk is zeer gevaarlijk, zeker wanneer het vuurwerk wordt opgeslagen in een schuur zoals verdachte heeft gedaan. Een opslagplaats voor vuurwerk dient aan strenge eisen te voldoen, dit ter bescherming van de omwonenden.

Dat ook het afsteken van dergelijk vuurwerk gevaarlijk is, blijkt uit het feit dat twee kennissen van verdachte middels het door verdachte ter beschikking gestelde vuurwerk ernstig gewond zijn geraakt.

Het hof heeft kennis genomen van een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 9 februari 2010, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Gezien de ernst van de feiten zou in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats zijn. Het hof ziet echter in de persoonlijke omstandigheden van verdachte redenen hiervan af te wijken. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat het feit dat twee kennissen van hem ernstig gewond zijn geraakt door het hem door geleverde vuurwerk veel impact op hem heeft gehad. Ook in de ouderdom van de zaak ziet het hof redenen om de aan verdachte op te leggen straf te matigen. Hierin ziet het hof aanleiding om de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen met daarnaast een werkstraf van na te melden duur, waarbij de voorwaardelijk straf dient om te voorkomen dat verdachte opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten begaat.

Het hof wijkt af van de door de advocaat-generaal gevorderde straf omdat, gelet op voorgaande overwegingen met name met betrekking tot de gevaarzetting van het bewezen verklaarde, niet kan worden volstaan met een werkstraf.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1.2.2, 1.2.4, 2.1.3 en 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit, artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1., 2., 3. en 4. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één maand;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtwintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast;

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier, zijnde mr. Lahuis en mr. Wiarda beiden voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

-