Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM4544

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-05-2010
Datum publicatie
18-05-2010
Zaaknummer
24-001112-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens openlijke geweldpleging, diefstal in vereniging en mishandeling tot een jeugddetentie voor de duur van tien weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Het hof acht, ondanks de ernst van de feiten, strafoplegging, van welke aard dan ook, in onvoorwaardelijke vorm niet aangewezen, nu verdachte uit hoofde van een geschorste voorlopige hechtenis in een andere, hem betreffende strafzaak, een intensief traject volgt: de jeugdbeschermingsmaatregel ITB Harde Kern, elektronisch toezicht en een dagbehandeling in een instelling voor jeugdpsychiatrie. Voorts is verdachte civielrechtelijk onder toezicht gesteld. Een "stapeling" van straffen en maatregelen komt het hof voor als onwenselijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001112-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-675359-08 (en 17-676039-07 vordering tenuitvoerlegging)

Arrest van 17 mei 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden van 9 april 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1993] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. Roosjen, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 zal veroordelen tot jeugddetentie voor de duur van tien weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Aan de proeftijd dient de bijzondere voorwaarde te worden verbonden dat verdachte een bedrag van ?€ 50,- betaalt aan de aangeefster van het onder 1 ten laste gelegde, [slachtoffer 1], zijnde een deel van de vergoeding van de door verdachte en zijn medeverdachten veroorzaakte schade. Met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van de twee weken jeugddetentie, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Leeuwarden op 31 januari 2008, vordert de advocaat-generaal verlenging van de proeftijd met een jaar.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 21 februari 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een fiets (type weduwe, kleur zwart), welk geweld bestond uit het schoppen en/of trappen tegen en/of het springen op en/of het gooien met die fiets;

subsidiair, zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 21 februari 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een fiets (type weduwe, kleur zwart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 18 januari 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (heren)fiets (merk Sparta, kleur grijs/zwart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

subsidiair, zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij in of omstreeks de periode van 18 januari 2008 tot en met 31 maart 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een (heren)fiets, (merk Sparta, kleur grijs/zwart) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die fiets wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij op of omstreeks 30 april 2008 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend twee/een perso(o)n(en) (te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]), (telkens) (met een tot vuist gebalde hand) in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft gestompt/geslagen, waardoor die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] letsel hebben/heeft bekomen en/of pijn hebben/heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 21 februari 2008 te [plaats], met anderen, op de openbare weg, het [straat], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een fiets (type weduwe, kleur zwart), welk geweld bestond uit het schoppen en trappen tegen en het springen op en het gooien met die fiets;

2.

hij op 18 januari 2008 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een herenfiets, merk Sparta, kleur grijs/zwart, toebehorende aan [slachtoffer 2];

3.

hij op 30 april 2008 te [plaats], opzettelijk mishandelend twee personen, te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], met een tot vuist gebalde hand in het gezicht heeft gestompt/geslagen, waardoor die [slachtoffer 3] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden en die [slachtoffer 4] pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2 primair en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1. primair

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;

2. primair

diefstal door twee of meer verenigde personen;

3.

mishandeling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich, tezamen met anderen, schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een willekeurige fiets. Hij heeft met zijn mededaders - onder meer - de verlichting van die fiets kapot getrapt, de banden van de ventielen ontdaan en een slag in het voorwiel geschopt. Verdachte verklaart daarover ten overstaan van verbalisanten: "Ik ging op de kettingkast springen. Ik wilde de kettingkast kapot maken. Dit lukte." Verdachte en zijn medeverdachten hebben de fiets daarna op een dakje gegooid. Voorts heeft verdachte een (andere) fiets gestolen. Een getuige verklaart daarover: "[verdachte] (verdachte) ging gewoon een fiets uitzoeken." Onder 3 is bewezen verklaard dat verdachte twee meisjes een vuistslag in het gezicht heeft gegeven. Verdachte, destijds 15 jaar oud, heeft daarmee te kennen gegeven lak te hebben aan andermans eigendomsrechten en lichtvaardig over te gaan tot fysieke agressie.

Uit het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 15 februari 2010 blijkt dat verdachte, zijn jeugdige leeftijd ten spijt, meermalen met politie en justitie in aanraking is geweest vanwege al dan niet gekwalificeerde diefstallen en mishandeling, ook na de thans ter beoordeling staande feiten. Zo is verdachte op 7 juli 2009 veroordeeld voor winkeldiefstal en is hij in oktober 2009 in verzekering en bewaring gesteld wegens verdenking van openlijke geweldpleging. Deze justiti?le gegevens, gevoegd bij verdachtes problematische voorgeschiedenis, zijn destijds langdurig onderbroken schoolgang, het kennelijke gebrek aan gezag van de zijde van zijn moeder en zijn uit beeld verdwenen vader, stemmen tot grote zorg over de ontwikkeling van de thans 17-jarige verdachte.

Het hof heeft kennisgenomen van een op 29 april 2010 door de Raad voor de Kinderbescherming opgemaakt rapport. Op de terechtzitting heeft het hof de gezinsvoogd van verdachte, G. Stienstra, verbonden aan het Bureau Jeugdzorg te Leeuwarden, en M. Kroese, werkzaam bij de Raad voor de Kinderbescherming te Leeuwarden, als deskundigen gehoord. Daaruit komt - onder meer - naar voren dat de voorlopige hechtenis van verdachte, betrekking hebbende op de hiervoor genoemde aanhouding in oktober 2009 wegens openlijke geweldpleging op 9 september 2009, op 11 november 2009 werd geschorst onder strikte voorwaarden en binnen strakke kaders. Naast de reeds in mei 2009 uitgesproken civiele ondertoezichtstelling staat verdachte sedertdien onder elektronisch toezicht en hem is tevens de jeugdbeschermingsmaatregel ITB Harde Kern opgelegd. Voorts volgt verdachte een behandelprogramma bij Accare, een instelling voor forensische jeugdpsychiatrie, en wordt er van de zijde van de jeugdhulpverlening gewerkt aan de invulling van een gedragsbe?nvloedende maatregel met het oog op de strafrechtelijke afdoening van de zaak, waarvoor verdachte zich thans in (geschorste) voorlopige hechtenis bevindt. Er lijkt bij verdachte een verandering ten goede te zijn ingezet, al wordt deze door de voornoemde deskundigen als pril en broos gekenschetst. Evident is in elk geval dat de ingeslagen weg, de meewerkende houding van verdachte en zijn voorzichtig groeiende zelfinzicht, teniet zouden worden gedaan door oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie.

Zonder af te doen aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten is het hof van oordeel, overeenkomstig de conclusies van voornoemde, recente Raadsrapportage en hetgeen ter terechtzitting door de deskundigen naar voren is gebracht, dat oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf voor de jeugdige verdachte thans contraproductieve effecten zou hebben. Het hof acht een werkstraf onder deze omstandigheden evenmin een passende straf. Het opleggen van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke jeugddetentie zou, voor zover deze betrekking zou hebben op enigerlei toezicht, een door alle partijen onwenselijk geachte "stapeling" van toezicht meebrengen.

Mede met het oog op de hiervoor weergegeven zorgelijke ontwikkeling van verdachte en het daarmee samenhangende gevaar voor herhaling, wil het hof verdachte vooralsnog de kans bieden het ingezette traject voort te zetten. Het lijkt er immers op dat dat positief gaat uitpakken. Hem zal daarom een geheel voorwaardelijke jeugddetentie worden opgelegd van na te melden duur. Naast de algemene voorwaarde dat verdachte in de daaraan te verbinden proeftijd van twee jaren niet opnieuw tot strafbare feiten zal overgaan, zal het hof daarbij als bijzondere voorwaarde bepalen dat verdachte de eigenares van de mede door verdachte vernielde fiets (feit 1) binnen vier maanden na het onherroepelijk worden van dit arrest een schadevergoedingsbedrag van € 50,- zal betalen.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 17-676039-07)

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de kinderrechter te Leeuwarden d.d. 31 januari 2008 is veroordeelde veroordeeld tot - onder meer - twee weken jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is de proeftijd ingegaan op 15 februari 2008. De officier van justitie heeft op 14 november 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde twee weken jeugddetentie, om reden dat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de in de zaak met het parketnummer 17-675359-08 ten laste gelegde feiten. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de proeftijd zal worden verlengd met een jaar.

Aan de formele gronden voor toewijzing van de vordering is voldaan. Een toewijzing zou evenwel in strijd zijn met hetgeen het hof heeft overwogen bij zijn motivering van de aan veroordeelde op te leggen straf. Een verlenging van de proeftijd - zoals de advocaat-generaal heeft gevorderd - is niet meer mogelijk, nu deze reeds is verstreken. Het hof zal de vordering tot tenuitvoerlegging daarom afwijzen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 77a, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 141, 300, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2 primair en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot jeugddetentie voor de duur van tien weken;

bepaalt, dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd, inhoudende de betaling van een schadevergoedingsbedrag van vijftig euro aan [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats];

bepaalt dat de veroordeelde binnen vier maanden nadat het arrest onherroepelijk is geworden tegen behoorlijk bewijs van kwijting genoemd bedrag zal betalen aan [slachtoffer 1] voornoemd;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de twee weken jeugddetentie, de veroordeelde bij parketnummer 17/676039-07 voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Leeuwarden van 31 januari 2008.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.