Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM4048

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
07-05-2010
Datum publicatie
11-05-2010
Zaaknummer
24-002552-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van - kort gezegd - de handel in cocaïne, het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, eenvoudige belediging, meermalen gepleegd, en het voorhanden hebben van wapens en munitie in de zin van de Wet wapens en munitie veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002552-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-880245-09

Arrest van 7 mei 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 29 september 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de GBA te [plaats 1], [adres],

thans verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. T. Bruinsma, advocaat te Lemmer.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf en heeft een beslissing genomen omtrent de in beslag genomen voorwerpen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep d.d. 23 april 2010, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij (op verschillende data en/of tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 2 juni 2009, te [plaats 1] en/of te [plaats 2] en/of te [plaats 3], (althans) in de gemeente [gemeente] en/of elders in Friesland, in elk geval in het arrondissement Leeuwarden en/of in het arrondissement Groningen en/of in het arrondissement Assen, meermalen, althans éénmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans (telkens) alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl tijdens het plegen van voornoemd(e) misdrijf/misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij op of omstreeks 24 februari 2009, te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg en/of ten aanschouwe van een of meer perso(o)n(en) en/of op of aan een voor het publiek toegankelijke plaats (te weten het busstation, aldaar), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het (met kracht en/of met gebalde vuist[en])slaan en/of stompen in/tegen het gezicht, althans tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of het schoppen en/of trappen tegen/op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of het (met kracht) vastpakken/vastgrijpen van/bij de keel van die [slachtoffer 1], terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan;

subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 24 februari 2009, te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]) (met kracht en/of met gebalde vuist[en]) in diens gezicht, althans tegen diens hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of tegen diens schouder, in elk geval tegen diens lichaam heeft getrapt en/of geschopt, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan;

3.

hij (op verschillende data en/of tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 6 mei 2009, te [plaats 1] en/of te [plaats 4], (althans) in de gemeente [gemeente] en/of elders in Friesland, in elk geval in het arrondissement Leeuwarden, meermalen, althans éénmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans (telkens) alleen, (telkens) opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 2], (telkens) in het openbaar mondeling heeft beledigd, door (onder meer) die [slachtoffer 2] in diens/dier tegenwoordig-heid (telkens) mondeling de woorden toe te voegen: "homo" en/of "kinderverkrachter" en/of "pedo", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2008 tot en met 20 november 2008, in elk geval in het jaar 2008, te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 3]) meermalen, althans éénmaal, (met kracht en/of met gebalde vuist[en]) in diens gezicht, althans tegen diens hoofd en/of elders op diens lichaam heeft geslagen en/of gestompt, waardoor voornoemde [slachtoffer 3] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan;

5.

hij op of omstreeks 27 januari 2009, in elk geval in de maand januari 2009, te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente], een of meer wapens en/of munitie van categorie II en/of III, te weten:

- een gaspistool (van het merk Rohm en/of type/model RG300), zijnde een wapen van categorie III onder ten 1e van de Wet wapens en munitie, en/of

- een werpmes (met foudraal, voorzien van merk en/of opschrift Silver Arrow Trowing knife), zijnde een wapen van categorie III onder ten 3e van de Wet wapens en munitie, en/of

- (vier) randvuurknalpatronen (van het merk en/of type Sellier & Bellot), zijnde munitie van categorie III van de Wet wapen en munitie, en/of

- een (spuit)busje gevuld met pepperspray, in elk geval een bijtende en/of irriterende stof, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II onder ten 6e van de Wet wapens en munitie,

voorhanden heeft gehad;

en/of

hij op of omstreeks 27 januari 2009, in elk geval in de maand januari 2009, te [plaats 1], althans in de gemeente [gemeente], (een) wapen van categorie I onder 7?, te weten een plastic speelgoed pistool, zijnde (een) voorwerp(en) vermeld op lijst a of lijst b van de bij de Regeling Wapens en Munitie behorende bijlage I, voorhanden heeft gehad;

6.

hij op of omstreeks 2 juni 2009, te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente], munitie van categorie II en/of III, te weten:

- (vier doosjes met) Pyrotechnische patronen (40 stuks), in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie II en/of III, voorhanden heeft gehad;

en/of

hij op of omstreeks 2 juni 2009, te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente], - een wapen van categorie I onder 7°, te weten een luchtdrukgeweer (van het merk/model Hatsan AT44-10), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met (een) (bestaand) vuurwapen(s), (en/of) zijnde een voorwerp vermeld op lijst a of lijst b van de bij de Regeling Wapens en Munitie behorende bijlage I, en/of - een wapen van categorie I onder 3°, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 4 aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 3, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 2 juni 2009, in de gemeente [gemeente], meermalen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd, hoeveelheden van een materiaal bevattende coca?ne, zijnde coca?ne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, terwijl tijdens het plegen van voornoemde misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij op 24 februari 2009, te [plaats 1], met een ander, op of aan een openbare weg (te weten bij het busstation aldaar), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het met kracht en met gebalde vuist stompen in/tegen het gezicht van die [slachtoffer 1] en het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en het (met kracht) vastpakken/vastgrijpen van/bij de keel van die [slachtoffer 1], terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan;

3.

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 6 mei 2009, in de gemeente [gemeente], meermalen, opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 2], mondeling heeft beledigd, door die [slachtoffer 2] in diens tegenwoordigheid (telkens) mondeling de woorden toe te voegen: "homo" en/of "kinderverkrachter" en/of "pedo";

5.

hij op 27 januari 2009, te [plaats 1], wapens van categorie II en III en munitie van categorie III voorhanden heeft gehad, te weten:

- een gaspistool (van het merk Rohm en type/model RG300), zijnde een wapen van categorie III onder ten 1e van de Wet wapens en munitie, en

- een werpmes (met foudraal, voorzien van merk en/of opschrift Silver Arrow Trowing knife), zijnde een wapen van categorie III onder ten 3e van de Wet wapens en munitie, en

- vier randvuurknalpatronen (van het merk en/of type Sellier & Bellot), zijnde munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, en

- een spuitbusje gevuld met pepperspray, in elk geval een bijtende en/of irriterende stof, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof van de categorie II onder ten 6e van de Wet wapens en munitie;

en

hij op 27 januari 2009, te [plaats 1], een wapen van categorie I onder 7?, te weten een plastic speelgoedpistool, zijnde een voorwerp vermeld op lijst a van de bij de Regeling Wapens en Munitie behorende bijlage I, voorhanden heeft gehad;

6.

hij op 2 juni 2009, te [plaats 1], munitie van categorie II, te weten vier doosjes met Pyrotechnische patronen (40 stuks), voorhanden heeft gehad;

en

hij op 2 juni 2009, te [plaats 1], een wapen van categorie I onder 3?, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 primair, 3, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, terwijl tijdens het plegen van deze misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

onder 2 primair:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

onder 3:

eenvoudige belediging, meermalen gepleegd;

onder 5:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meer-malen gepleegd;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

en

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

onder 6:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

en

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de bewezen verklaarde periode samen met een ander of anderen schuldig gemaakt aan de handel in cocaïne in de gemeente [gemeente]. Door aldus te handelen heeft verdachte het gebruik van een voor de volksgezondheid zeer schadelijk middel bevorderd. Bovendien pleegt de handel in harddrugs gepaard te gaan met overlast en het plegen van strafbare feiten. Verdachte heeft met zijn handelen de maatschappij bewust aan deze risico's blootgesteld.

Verdachte heeft voorts samen met een ander op de openbare weg geweld gepleegd tegen de destijds 17-jarige aangever [slachtoffer 1], terwijl daar in het geheel geen aan-leiding voor was. Verdachte en zijn mededader hebben aangever pijn berokkend en letsel toegebracht en hebben aldus inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 1].

In de periode van 1 januari 2008 t/m 6 mei 2009 heeft verdachte aangever [slachtoffer 2] meermalen beledigd door hem uit te maken voor homo, pedo en/of kinderverkrachter. Verdachte heeft aangever met het uiten van deze als zeer kwetsend aan te merken woorden in zijn eer en goede naam aangetast.

Tot slot heeft verdachte wapens en munitie in de zin van de Wet wapens en munitie voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit hiervan brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee en veroorzaakt een gevoel van onveiligheid in de samenleving.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 20 oktober 2009, waaruit blijkt dat verdachte reeds meermalen is veroordeeld ter zake van (soortgelijke) strafbare feiten tot onder meer gevangenisstraffen. Het hof neemt voorts een reclasseringsrapport d.d. 10 september 2009 in acht, waarin wordt geadviseerd verdachte onder toezicht van de reclassering te stellen.

Tot slot houdt het hof bij de strafoplegging rekening met het op de dagvaarding vermelde ad informandum gevoegde strafbare feit (het aanwezig hebben van hennep). Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof erkend dit feit te hebben begaan. Dit feit is hiermee afgedaan.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof de door de rechtbank opgelegde deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Weliswaar zal het hof verdachte vrijspreken van de onder 4 ten laste gelegde mishandeling, maar het hof is van oordeel dat dit feit in het geheel van de door verdachte gepleegde feiten niet zodanig zwaar weegt dat een vermindering van de op te leggen straf aangewezen is. Het hof zal aan het voorwaardelijke deel van de straf de voorwaarde verbinden dat verdachte zich gedurende de proeftijd dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering.

Verbeurdverklaring

Het hof zal het in beslag genomen geldkistje met daarin 270 euro, alsmede de twee bankbiljetten van 50 euro en een bankbiljet van 10 euro verbeurdverklaren, nu genoeg-zaam is komen vast te staan dat deze bedragen geheel of grotendeels door middel van de onder 1 bewezen verklaarde feiten zijn verkregen en uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat deze bedragen aan verdachte toebehoren. Het hof heeft gelet op de draagkracht van verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken.

Onttrekking aan het verkeer

Het hof zal de in beslag genomen wapens en munitie onttrekken aan het verkeer, nu met betrekking tot deze producten de onder 5 en 6 bewezen verklaarde feiten zijn begaan en deze producten van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet dan wel het algemeen belang.

Teruggave

Het hof zal de teruggave aan verdachte gelasten van het in beslag genomen luchtdruk-geweer, nu het hof niet bewezen acht dat dit een wapen in de zin van de Wet wapens en munitie betreft. Ten aanzien van het in beslag genomen biljet van 5 euro en een bedrag van 7,20 euro aan kleingeld zal het hof eveneens de teruggave aan verdachte gelasten, nu uit het dossier niet blijkt dat deze bedragen in relatie staan tot één van de bewezen verklaarde feiten. Bovendien blijkt uit het dossier dat de officier van justitie reeds de teruggave van deze bedragen heeft gelast. Onduidelijk is echter of destijds aan dit bevel gehoor is gegeven.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 36b, 36c, 43a, 47, 57, 63, 141 en 266 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1, 2 primair, 3, 5 en 6 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 primair, 3, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van zes maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd:

- een grijs geldkistje inhoudende 270 euro;

- twee bankbiljetten van 50 euro en een bankbiljet van 10 euro;

verklaart aan het verkeer onttrokken:

- een gaspistool (merk Rohm, type RG300);

- een werpmes;

- een plastic speelgoedpistool;

gelast de teruggave aan verdachte van:

- een luchtdrukgeweer (Hatsan AT44-10);

- een bankbiljet van 5 euro en een bedrag van 7,20 euro aan kleingeld.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H. Heins, voorzitter, mr. H.M.E. Lam?ris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. P.W.M. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoekstra als griffier, zijnde mr. P.W.M. Huisman buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.