Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM4004

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
06-05-2010
Datum publicatie
11-05-2010
Zaaknummer
24-002228-08
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BV9347, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2012:BV9347
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof stelt vast dat uit het dossier en uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat de in eerste aanleg opgelegde straf, ondanks dat geen sprake was van een onherroepelijk vonnis, (deels, te weten van 25 augustus tot 10 september 2008) is geëxecuteerd, omdat er ten onrechte van werd uitgegaan dat sprake was van een onherroepelijk vonnis.

Deze detentie is derhalve onrechtmatig geweest. Het rechtsgevolg van vrijheidsbenemingen die in strijd zijn met voornoemd artikel 5 is, zo blijkt uit het vijfde lid van dit artikel, schadevergoeding. De onrechtmatigheid regardeert - anders dan de raadsman voor ogen staat - evenwel niet het vervolgingsrecht van de officier van justitie, nu aan de eisen die worden gesteld aan een eerlijk proces in de zin van voornoemd verdrag niet is getornd. Het verweer wordt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002228-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-965053-07

Arrest van 6 mei 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 21 april 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1979] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.J. Lieftink, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof bewezen zal verklaren hetgeen primair is ten laste gelegd en verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf van 180 uren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging

De raadsman heeft niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de strafvervolging van verdachte bepleit, omdat verdachte in strijd met het bepaalde in artikel 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden gedetineerd is geweest in verband met deze strafzaak.

Het hof stelt vast dat uit het dossier en uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat de in eerste aanleg opgelegde straf, ondanks dat geen sprake was van een onherroepelijk vonnis, (deels, te weten van 25 augustus tot 10 september 2008) is ge?xecuteerd, omdat er ten onrechte van werd uitgegaan dat sprake was van een onherroepelijk vonnis.

Deze detentie is derhalve onrechtmatig geweest. Het rechtsgevolg van vrijheidsbenemingen die in strijd zijn met voornoemd artikel 5 is, zo blijkt uit het vijfde lid van dit artikel, schadevergoeding. De onrechtmatigheid regardeert - anders dan de raadsman voor ogen staat - evenwel niet het vervolgingsrecht van de officier van justitie, nu aan de eisen die worden gesteld aan een eerlijk proces in de zin van voornoemd verdrag niet is getornd. Het verweer wordt verworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 in de gemeente [gemeente], althans in het arrondissement Groningen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer

(uitzend)bedrijf/bedrijven, te weten

[bedrijf 1] en/of

[bedrijf 2] en/of

[bedrijf 3],

althans een of meer (uitzend)bedrijf/bedrijven, heeft/hebben bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] benaderd en/of de eenmansza(a)k(en) [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] doen/laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en/of die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een of meer bankrekeningen doen/laten openen, en/of

- de valse naam [alias] aangenomen, en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- dat/die (uitzend)bedrijven benaderd of doen/laten benaderen om voor/namens dat/die eenmansbedrijf/bedrijven [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] de loonadministratie en/of salarisuitbetaling te doen en/of daartoe ook zodanige contract(en) afgesloten met dat/die bedrijf/bedrijven, en/of (vervolgens)

- bij die (uitzend)bedrijf/bedrijven zichzelf en/of een of meer anderen, te weten [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8], althans een of meer perso(o)n(en), als werknemer van dat/die eenmansza(a)k(en) aangemeld en/of ingeschreven of doen laten inschrijven, en/of (vervolgens)

-een of meer van die perso(o)n(en) een of meer niet ingevulde declaratieformulieren en/of werkbriefjes van dat/die (uitzend)bedrijf/bedrijven doen/laten ondertekenen, en/of (vervolgens)

- een of meer van die perso(o)n(en) een of meer niet ingevulde declaratieformulieren en/of werkbriefjes van dat/die (uitzend)bedrijf/bedrijven doen/laten ondertekenen, en/of (vervolgens)

- op die declaratieformulieren en/of werkbriefjes met betrekking tot die (zogenaamde) werknemers voor de opdrachtgever(s) [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] (zogenaamd) gewerkte uren en/of reiskosten ingevuld of doen laten invullen en/of die declaratieformulieren en/of werkbriefjes heeft ondertekend of doen/laten ondertekenen met een valse handtekening namens die opdrachtgever(s) en/of (zonodig) van een valse handtekening namens een of meer van die werknemers voorzien, en/of (vervolgens)

-die declaratieformulieren en/of werkbriefjes ingeleverd of doen/laten inleveren bij die (uitzend)bedrijf/bedrijven ter uitbetaling van dat salaris en/of die reiskostenvergoedingen, althans geld,

waardoor dat/die bedrijf/bedrijven (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte dat

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot 1 juli

2006 in de gemeente [gemeente], althans in het arrondissement Groningen, in elk

geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk

om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door

het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door

een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een of meer (uitzend)bedrijf/bedrijven, te weten

[bedrijf 1] en/of

[bedrijf 2] en/of

[bedrijf 3],

althans een of meer (uitzend)bedrijf/bedrijven, heeft/hebben bewogen tot de

afgifte van geld, in elk geval van enig goed,

hebbende die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] tezamen en in vereniging met zijn

mededader(s), althans alleen, toen aldaar (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

- [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] benaderd en/of de eenmansza(a)k(en)

[bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] doen/laten inschrijven bij de Kamer van

Koophandel en/of die [bedrijf 4] en/of [benadeelde 2] een of meer bankrekeningen

doen/laten openen, en/of

- de valse naam [alias] aangenomen, en/of (vervolgens)

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- dat/die (uitzend)bedrijven benaderd of doen/laten benaderen om voor/namens

dat/die eenmansbedrijf/bedrijven [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] de loonadministratie en/of salarisuitbetaling te doen en/of daartoe ook zodanige contract(en) afgesloten met dat/die bedrijf/bedrijven, en/of (vervolgens)

- bij die (uitzend)bedrijf/bedrijven zichzelf en/of een of meer anderen, te weten [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8], althans een of meer perso(o)n(en) , als werkgever van dat/die eenmansza(a)ken) aangemeld n/of ingeschreven of doen laten inschrijven, en/of (vervolgens)

-een of meer van die perso(o)n(en) een of meer niet ingevulde declaratieformulieren en/of werkbriefjes van dat/die (uitzend)bedrijf/bedrijven doen/laten ondertekenen, en/of (vervolgens)

- een of meer van die perso(o)n(en) een of meer niet ingevulde declaratieformulieren en/of werkbriefjes van dat/die (uitzend)bedrijf/bedrijven doen/laten ondertekenen, en/of (vervolgens)

- op die declaratieformulieren en/of werkbriefjes met betrekking tot die (zogenaamde) werknemers voor de opdrachtgever(s) [bedrijf 4] en/of [bedrijf 5] (zogenaamd) gewerkte uren en/of reiskosten ingevuld of doen laten invullen en/of die declaratieformulieren en/of werkbriefjes heeft ondertekend of doen/laten ondertekenen met een valse handtekening namens die opdrachtgever(s) en/of (zonodig) van een valse handtekening namens een of meer van die werknemers voorzien, en/of (vervolgens)

-die declaratieformulieren en/of werkbriefjes ingeleverd of doen/laten inleveren bij die (uitzend)bedrijf/bedrijven ter uitbetaling van dat salaris en/of die reiskostenvergoedingen, althans geld,

waardoor dat/die bedrijf/bedrijven (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n),

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 in de gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door (telkens) opzettelijk (op verzoek en/of ten behoeven van die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]) zich in te schrijven bij dat/die (uitzend)bedrijf/bedrijven en/of (op verzoek en/of ten behoeve van die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]) die [persoon 6] en/of [persoon 5] te benaderen om een of meer niet ingevulde declaratieformulieren en/of werkbriefjes te doen/laten ondertekenen en/of om (vervolgens) die [persoon 6] en/of [persoon 5] te bewegen om ten onrechte op hun bankrekening ontvangen salaris aan verdachte af te geven;

meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, op verschillende tijdstippen, in elk geval eenmaal, tezamen en in vereniging meteen of meer anderen, althans alleen, (telkens) een hoeveelheid geld, te weten een of meer

salarisbetalingen en/of vergoedingen vanwege

[bedrijf 1] en/of

[bedrijf 2] en/of

[bedrijf 3],

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat geld (telkens) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen geld betrof.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft betoogd dat geen sprake is geweest van medeplegen van oplichting. Het plan om uitzendbureaus op te lichten is bedacht door anderen, onder wie [medeverdachte 2]. Verdachte wist niet dat sprake was van oplichting van de uitzendbureaus. Verdachte heeft zich op verzoek van [medeverdachte 2], zijn beoogde werkgever, slechts ingeschreven bij de uitzendbureaus. Toen verdachte ten onrechte -omdat hij helemaal geen werkzaamheden had verricht- salaris ontving van die uitzendbureaus heeft hij de door hem ontvangen gelden allemaal afgestaan aan [medeverdachte 2], omdat die hem meedeelde dat de uitzendbureaus een fout hadden gemaakt bij het overmaken van het salaris, hetgeen [persoon 1] vervolgens met de uitzendbureaus zou verrekenen, aldus de raadsman

Om van medeplegen te kunnen spreken is bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn mededader(s) vereist, gericht op het te plegen strafbare feit. De vraag of sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking in de hiervoor bedoelde zin, hangt sterk af van de feiten en omstandigheden van het concrete geval.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat het plan om uitzendbureaus op te lichten is bedacht door medeverdachte [medeverdachte 2]. Getuige [benadeelde 2] heeft verklaard dat hij door [medeverdachte 2] is overgehaald om een eenmanszaak, genaamd '[bedrijf 5]', in te schrijven. Hij is daartoe samen met [medeverdachte 2] en verdachte naar de Kamer van Koophandel gegaan. [benadeelde 2] heeft voorts verklaard dat het bedrijf in werkelijkheid niet bestond: er werden geen activiteiten binnen het bedrijf verricht en het had geen personeel in dienst.

De in de tenlastelegging genoemde uitzendbureaus zijn door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte] benaderd om de loonadministratie en -uitbetaling te verzorgen (het zogenoemde payrollen) voor het fictieve bedrijf [bedrijf 5].

Verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat [persoon 1] hem vroeg om via een uitzendbureau voor zijn bedrijf te gaan werken. Vervolgens heeft verdachte bij meerdere uitzendbureaus tegelijk ingeschreven gestaan als ijzervlechter om te gaan werken voor het bedrijf van [medeverdachte 2], hetgeen het hof onbegrijpelijk acht gelet op de verklaring van verdachte dat hij geen werkzoekende was, maar reeds met [persoon 1] was overeengekomen dat hij via een uitzendbureau zijn werkzaamheden als ijzervlechter voor het bedrijf van [medeverdachte 2] zou uitvoeren.

Voorts heeft verdachte blanco werkbriefjes ingevuld, terwijl hij volgens zijn verklaring ter terechtzitting nimmer heeft gewerkt als ijzervlechter voor de uitzendbureaus. Verdachtes stelling dat hij niet bekend was met de werkwijze van uitzendbureaus, verwerpt het hof, nu verdachte ter zitting van het hof heeft verklaard dat hij reeds ervaring had met het werken via een uitzendbureau.

Verdachte heeft salaris ontvangen van de uitzendbedrijven [bedrijf 1] en [bedrijf 3], zonder dat hij als ijzervlechter voor het bedrijf van [medeverdachte 2] heeft gewerkt. Dit ten onrechte ontvangen salaris heeft verdachte niet teruggestort aan de uitzendbureaus. Evenmin heeft verdachte direct contact opgenomen met de uitzendbureaus over het ten onrechte ontvangen salaris. Verdachte ontving op zijn rekening tevens salarisbetalingen van uitzendbedrijf [bedrijf 2] ten behoeve van [medeverdachte 2]. Verdachte heeft naar eigen zeggen al deze gelden overhandigd aan [medeverdachte 2]. Gelet op de meerdere ontvangen salarisbetalingen, acht het hof de door verdachte gegeven verklaring dat hij het geld heeft afgegeven aan [medeverdachte 2], omdat die hem meedeelde dat hij deze gelden zou verrekenen met de uitzendbureaus en dat verdachte deze mededeling voor waar hield, ongeloofwaardig. De verklaring van verdachte dat hij niet wist dat sprake was van oplichting van de uitzendbureaus acht het hof ongeloofwaardig in het licht van de hierboven genoemde omstandigheden en het gegeven dat verdachte tegenover de politie heeft verklaard (p. 274 van het dossier) dat hij nog heeft geklaagd bij uitzendbureau [bedrijf 1] omdat dat bureau hem op een gegeven moment niet meer uitbetaalde.

Nu verdachte voorts andere personen heeft benaderd om zich ook in te schrijven bij uitzendbureaus als werknemer van het bedrijf van [medeverdachte 2] en blanco werkbriefjes te ondertekenen, terwijl ook deze mensen nimmer als zodanig werkzaamheden hebben verricht, maar wel salarisbetalingen ontvingen van de uitzendbureaus, welke gelden zij hebben afgestaan aan verdachte, en verdachte heeft verklaard dat hij heeft gezien dat deze gelden zijn overgedragen aan [medeverdachte 2], is het hof van oordeel dat verdachte zo bewust en nauw met [persoon 1] heeft samengewerkt dat sprake is geweest van medeplegen. Aldus acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van oplichting, zoals primair is ten laste gelegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de periode van 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 in Nederland, meermalen, telkens tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

uitzendbedrijven, te weten

[bedrijf 1] en

[bedrijf 2] en

[bedrijf 3],

hebben bewogen tot de afgifte van geld,

hebbende verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader, toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- [benadeelde 2] benaderd en de eenmanszaak [bedrijf 5] doen/laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en [benadeelde 2] een bankrekening doen/laten openen, en

- de valse naam [alias] aangenomen, en vervolgens

- die uitzendbedrijven benaderd of doen/laten benaderen om voor/namens dat eenmansbedrijf [bedrijf 5] de loonadministratie en salarisuitbetaling te doen en daartoe ook zodanige contracten afgesloten met die bedrijven, en vervolgens

- bij die uitzendbedrijven verdachte, [medeverdachte 2] en [persoon 5] en [persoon 6] als werknemer van die eenmanszaak aangemeld en ingeschreven of doen laten inschrijven, en vervolgens

-die personen niet ingevulde declaratieformulieren en werkbriefjes van die uitzendbedrijven doen/laten ondertekenen, en vervolgens

- op die declaratieformulieren en werkbriefjes met betrekking tot die zogenaamde werknemers voor de opdrachtgever [bedrijf 5] zogenaamd gewerkte uren en/of reiskosten ingevuld of doen laten invullen en die declaratieformulieren en werkbriefjes heeft ondertekend of doen/laten ondertekenen met een valse handtekening namens die opdrachtgever en/of (zonodig) van een valse handtekening namens een of meer van die werknemers voorzien, en vervolgens

-die declaratieformulieren en werkbriefjes ingeleverd of doen/laten inleveren bij die uitzendbedrijven ter uitbetaling van dat salaris en/of die reiskostenvergoedingen, waardoor die bedrijven telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiften.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

primair: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Verdachte is strafbaar. Strafuitsluitingsgronden zijn niet aanwezig.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan oplichting van uitzendbureaus door hen te bewegen tot afgifte van geldbedragen. Verdachtes medeverdachte heeft uitzendbureaus opdracht gegeven de loonadministratie en uitbetaling te verzorgen (payrollen) van een niet bestaand bedrijf. Fictieve werknemers, waaronder verdachte, van dit niet bestaande bedrijf hebben salarissen ontvangen van de uitzendbureaus voor niet uitgevoerde werkzaamheden. De rekeningen die de uitzendbureaus naar het niet bestaande bedrijf hebben verzonden ter zake van uitgekeerde salarissen, zijn niet voldaan.

Uit een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 februari 2010 blijkt dat verdachte wegens strafbare feiten, zij het niet voor soortgelijke feiten, meermalen is veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen.

Gelet op de ernst van de feiten, mede in aanmerking genomen dat verdachte sinds het plegen van de onderhavige feiten niet opnieuw is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde straf passend en geboden is.

Benadeelde partij

In eerste aanleg is niet beslist op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 3], terwijl deze zich voor de behandeling in eerste aanleg wel heeft gevoegd. Nu de gemachtigde van de benadeelde partij echter bij brief van 15 maart 2010 heeft meegedeeld dat de benadeelde partij haar vordering in hoger beroep niet handhaaft, duurt de voeging ter zake van de vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep niet voort en kan het hof niet op die vordering beslissen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van de bewezen verklaarde feiten.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtachtig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van negentig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. L.T. Wemes en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier, zijnde mrs. Dam en Wemes voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

-