Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM2761

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-04-2010
Datum publicatie
28-04-2010
Zaaknummer
24-001337-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van het handelen in strijd met het bepaalde in artikel 3 aanhef en sub b van de EG-verordening nr 1/2005, zijnde het laten vervoeren van een rund op zodanige wijze dat het transport dit dier letsel en/of onnodig lijden heeft berokkend en/of dat er tevens niet was voldaan aan de voorwaarde dat dit dier geschikt was voor het voorgenomen transport. Het hof acht het deskundig oordeel van de dierenarts op dit punt te weinig onderbouwd en onvoldoende duidelijk om tot vorenstaande conclusie te geraken.

Wetsverwijzingen
Wet op de economische delicten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001337-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-992129-07

Arrest van 26 april 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, economische kamer,

op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 21 april 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

gevestigd te [vestigingsplaats], [adres],

ter terechtzitting vertegenwoordigd door [gemachtigde], maat van verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

De economische politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Gebruik van het rechtsmiddel

De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem ten laste gelegde tot een voorwaardelijke geldboete van € 400,-, subsidiair acht dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zij op of omstreeks 29 januari 2007 te [plaats] in de gemeente [gemeente], al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met artikel 3 aanhef en sub b van de EG-verordening nr 1/2005, immers heeft zij één dier, te weten een rund (met ID-code NL [nummer]), dat niet in staat was zich op eigen kracht pijnloos te bewegen, laten vervoeren op zodanige wijze dat het dit dier waarschijnlijk letsel en/of onnodig lijden heeft berokkend en/of was (tevens) niet voldaan aan de voorwaarde dat dat dier geschikt was voor het voorgenomen transport.

Vrijspraak

Verdachte wordt verweten dat zij een rund op zodanige wijze heeft laten vervoeren dat dit transport het dier waarschijnlijk letsel en/of onnodig lijden heeft berokkend en dat tevens niet was voldaan aan de voorwaarde dat dit dier geschikt was voor het transport.

Uit de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat verdachte op 29 januari 2007 een rund heeft laten vervoeren. Vast staat dat het rund die dag niet gezond was. De vraag is echter of het dier (derhalve) niet geschikt was voor het daaropvolgende transport en of dit vervoer het dier letsel en/of onnodig lijden heeft berokkend. Het antwoord hierop zou met name uit de diergeneeskundige verklaring moeten blijken.

Het hof acht het deskundig oordeel van de dierenarts op dit punt echter te weinig onderbouwd en onvoldoende duidelijk om tot deze conclusie te geraken. Het hof acht het ten laste gelegde feit dan ook niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal worden vrijgesproken van dit feit.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. H. Heins, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier.