Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM2718

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-04-2010
Datum publicatie
28-04-2010
Zaaknummer
24-002671-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijsproken van de hem onder primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging en de onder subsidiair ten laste gelegde (medeplegen van) mishandeling. Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die tegen de in de tenlastelegging genoemde personen geweldshandelingen heeft verricht. Naar het oordeel van het hof volgt uit het procesdossier evenmin dat verdachte een zodanige rol heeft gehad dat hij als medepleger van het door anderen gepleegde geweld tegen die personen kan worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002671-07

Parketnummer eerste aanleg: 18-652897-07

Arrest van 26 april 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 29 oktober 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. F.J.V.H. Stoffels, advocaat te Zevenbergen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft beslist op de vordering van een benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van het hem ten laste gelegde.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 1 maart 2007, in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat 2], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde] en/of [slachtoffer], welk geweld bestond uit het een of meerdere malen schoppen en/of trappen en/of stompen en/of slaan en/of duwen van genoemde [benadeelde] en/of [slachtoffer];

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 1 maart 2007, in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging meteen ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde] en/of [slachtoffer]) een of meerdere malen heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen en/of geduwd, waardoor voornoemde [benadeelde] en/of [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak

Verdachte wordt primair verweten - kort gezegd - dat hij openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde] en/of [slachtoffer]. Onder subsidiair wordt verdachte verweten - al dan niet in vereniging met een ander of anderen - die [benadeelde] en/of [slachtoffer] te hebben mishandeld.

Op basis van de verklaringen van [benadeelde], [getuige] en [slachtoffer] zou op 1 maart 2007 zich het volgende afgespeeld hebben.

[benadeelde], [getuige] en [slachtoffer] krijgen in de vroege ochtend van 1 maart 2007 woorden met een groep van zo'n acht voor hen onbekende personen. Het ruzi?nde gezelschap verplaatst zich van de [straat 1] naar de [straat 2] te [plaats]. In de [straat 2] escaleert de ruzie. [benadeelde], [getuige] en [slachtoffer] worden aangevallen door enkele personen uit de groep. [getuige] krijgt van een persoon op een fiets een trap in zijn rug. Aangever [benadeelde] krijgt van achteren een klap op zijn hoofd en valt op de grond. Terwijl hij op de grond ligt, krijgt hij ??n of meerdere trappen in zijn maag. Volgens [slachtoffer] is [benadeelde] (daarna) in een hoekje ingesloten en door drie personen getrapt. Op het moment dat [slachtoffer] zich bemoeit met deze worsteling krijgt hij een knietje in zijn maag.

Uit de verklaringen van zowel verdachte, als medeverdachte [medeverdachte] komt hieromtrent het volgende naar voren.

Als verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in de ochtend van 1 maart 2007 een caf? gelegen aan de [straat 1] te [plaats] verlaten, zien zij op de [straat 1] twee groepen, bestaande uit drie respectievelijk vijf personen, ruzi?n. De groepen bewegen zich in de richting van de [straat 2], een richting waarin verdachte en [medeverdachte] zich eveneens begaven in verband met een afspraak aldaar. De groep van vijf jongens gedraagt zich provocerend ten opzichte van de uit drie jongens bestaande groep. In de [straat 2] mondt de - tot dan toe verbaal gebleven - ruzie in het bijzijn van verdachte en [medeverdachte] uit in een handgemeen. Als er een onbekende persoon op verdachte af komt stormen, brengt hij deze persoon door middel van een beenworp gecontroleerd naar de grond. Medeverdachte [medeverdachte] spreekt hierop de op de grond liggende persoon aan. Op dat moment wordt die [medeverdachte] in zijn nek geslagen. Als reactie hierop deelt [medeverdachte] een slag en een trap uit gericht op de arm van deze persoon.

Het hof concludeert dat de door de aangevers geschetste geweldshandelingen op geen enkele wijze in te passen zijn in de verklaringen van verdachte en medeverdachte hieromtrent, en vice versa. Vast staat dat er naast bovengenoemde personen nog een (groot) aantal personen aanwezig is geweest. Nu uit de processtukken niet duidelijk is geworden wat de rol van deze onbekend gebleven personen in bovenstaande schermutseling is geweest, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die tegen de in de tenlastelegging genoemde personen geweldshandelingen heeft verricht. Naar het oordeel van het hof volgt uit het procesdossier evenmin dat verdachte een zodanige rol heeft gehad dat hij als medepleger van het door anderen gepleegde geweld tegen [benadeelde] en [slachtoffer] kan worden aangemerkt.

Verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij,

[benadeelde], wonende te [plaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering in eerste aanleg niet is toegewezen en dat hij zich in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn in eerste aanleg gedane vordering in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft in het geding in hoger beroep zijn vordering vermeerderd, in die zin dat hij in het geding in eerste aanleg in het geheel geen schadevergoeding heeft gevorderd. Gelet hierop dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard, aangezien een benadeelde partij zijn in eerste aanleg gevoegde vordering in het geding in hoger beroep niet kan vermeerderen.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H. Heins, voorzitter, mr. S. Zwerwer en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier.