Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM2675

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-04-2010
Datum publicatie
28-04-2010
Zaaknummer
24-001513-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens het rijden onder invloed als beginnend bestuurder veroordeeld tot een geldboete van € 350,- subsidiair zeven dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de tijd van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001513-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-401468-08

Arrest van 22 april 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 3 juni 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.J. Buitenhuis, advocaat te Drachten.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een geldboete van € 350,- subsidiair zeven dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 09 juni 2008, te Drachten, gemeente [gemeente], als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), voor het besturen waarvan een rijbewijs vereist was en er sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden, dit motorrijtuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 120 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 9 juni 2008, te Drachten, gemeente [gemeente], als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), voor het besturen waarvan een rijbewijs vereist was en er sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken en de eerste afgifte van het rijbewijs na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden, dit motorrijtuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 120 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan - kort gezegd - als beginnend bestuurder rijden onder invloed. Door zijn handelwijze heeft verdachte de verkeersveiligheid, daaronder begrepen de veiligheid van zijn medeweggebruikers, in gevaar gebracht.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 maart 2010 - eerder is veroordeeld ter zake van een soortgelijk delict. Deze veroordeling heeft verdachte er blijkbaar niet van weerhouden om opnieuw in de fout te gaan.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de geldboete en de voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid - zoals opgelegd door de rechter in eerste aanleg en gevorderd door de advocaat-generaal - van na te noemen hoogte dan wel duur dienen te worden opgelegd. Dit is conform de landelijk geldende ori?ntatiepunten. Het hof ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken door de oplegging van de voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid achterwege te laten, zoals door de verdediging verzocht.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van driehonderdvijftig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zeven dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

ontzegt aan de veroordeelde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van zes maanden ;

beveelt, dat de bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier.