Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM1695

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-04-2010
Datum publicatie
20-04-2010
Zaaknummer
24-002503-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is bij verstek ter zake van mishandeling veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke werkstraf. Het hof acht de duur van de door de advocaat-generaal gevorderde werkstraf, die eveneens door de politierechter was opgelegd, te laag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002503-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-753532-09

Arrest van 20 april 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 6 oktober 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1990] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van

50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

verdachte op of omstreeks 14 december 2008, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), een (soort) karatetrap tegen diens kin heeft gegeven, althans die [slachtoffer] in het gezicht, in elk geval tegen het hoofd, heeft geschopt of getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

verdachte op 14 december 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer] tegen het hoofd heeft geschopt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 14 december 2008 [slachtoffer] mishandeld door hem tegen het hoofd te schoppen. Hierdoor heeft die [slachtoffer] letsel opgelopen en pijn ondervonden. Verdachte heeft door het plegen van dit feit de lichamelijke integriteit van die [slachtoffer] geschonden.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justiti?le Documentatie d.d. 10 februari 2010 blijkt, dat verdachte reeds in januari 2008 ter zake van een soortgelijk feit tot een deels voorwaardelijke werkstraf is veroordeeld. Deze straf heeft verdachte er niet van weerhouden het hiervoor bewezen verklaarde feit te begaan.

Op grond van het vorenstaande acht het hof de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, dan ook geboden

De door de advocaat-generaal gevorderde onvoorwaardelijke - lagere - werkstraf, die ook door de politierechter was opgelegd, doet naar het oordeel van het hof onvoldoende recht aan de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden, waaronder het feit is begaan en voormelde recidive.

Het hof beoogt met de voorwaardelijke strafoplegging mede te bereiken dat verdachte niet wederom een (soortgelijk) strafbaar feit zal plegen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderd uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Wachter, voorzitter, mr. Heins en mr. Van Stempvoort, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.