Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM0492

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-04-2010
Datum publicatie
08-04-2010
Zaaknummer
24-001115-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen. Het gooien van rookbommen. Werkstraf 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001115-08

Parketnummer eerste aanleg: 19-605554-07

Arrest van 8 april 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van

18 april 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. Y. van Maarwijck, advocaat te Meppel.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf (feit 1 primair) veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven. Van feit 2 is verdachte vrijgesproken.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis - voor zover aan hoger beroep onderworpen - vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover in hoger beroep van belang - ten laste gelegd - na wijziging in eerste aanleg -, dat:

1.

zij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 3 februari 2007 tot en met 4 februari 2007 te [plaats] met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een aan die weg bevindende woning ([adres]), welk geweld bestond uit het gooien/leggen van een of meer rookbommen in de brievenbus van die woning;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

zij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 3 februari 2007 tot en met 4 februari 2007 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een woning ([adres]) geheel of gedeeltelijk toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte, heeft beschadigd, vernield en/of onbruikbaar gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1. primair

zij op een tijdstip in de periode van 3 februari 2007 tot en met 4 februari 2007 te [plaats] met een ander, aan de openbare weg, de [adres], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een zich aan die weg bevindende woning ([adres]), welk geweld bestond uit het gooien/leggen van rookbommen in de brievenbus van die woning.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

1. primair

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de nacht van 3 februari 2007 op 4 februari 2007 te [plaats] schuldig gemaakt aan het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen. Verdachte is op eigen initiatief samen met twee anderen naar de woning van aangeefster [slachtoffer] aan de [adres] gereden. Aangeefster en haar zus zouden leugens over verdachte hebben verteld. Verdachte heeft daar samen met haar mededader [medeverdachte] rookbommen in de brievenbus gedaan. Door zo te handelen heeft verdachte zowel de openbare orde verstoord als inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van die [slachtoffer], doordat het gordijn van haar voordeur was beschadigd door een brandplek.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 maart 2008 blijkt, dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Het hof ziet - anders dan de rechtbank - geen reden om voor wat betreft de strafoplegging verschil te maken tussen verdachte en haar mededader. Een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis acht het hof voor beiden een passende bestraffing. Het hof zal die straf aan verdachte opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart verdachte niet-ontvankelijk in haar hoger beroep ten aanzien van feit 2;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van dertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. W.F. van Zant en

mr. J.H. Bosch, in tegenwoordigheid van A.L.H. Wilkens als griffier, zijnde mr. W.F. van Zant buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.