Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL9551

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-03-2010
Datum publicatie
31-03-2010
Zaaknummer
24-003086-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een brandende sigaret uitgedrukt in het gezicht van slachtoffer. Het hof veroordeelt verdachte tot een geldboete van €300, waarvan €150 voorwaardelijk ter zake van de subsidiair ten laste gelegde mishandeling. Verdachte mag dit bedrag, gelet op zijn financiële situatie, betalen in drie termijnen van vijftig euro. Van het primair ten laste gelegde, zware mishandeling, wordt verdachte vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003086-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-753831-08

Arrest van 15 maart 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 13 oktober 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1981] te [geboorteplaats], volgens GBA geboren te [geboorteplaats],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

volgens eigen opgaaf wonende in [Azc] te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. Bosma, advocaat te Assen.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal vrijspreken en ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal veroordelen tot een geldboete van € 300,00, subsidiair 6 dagen vervangende hechtenis, waarvan € 150,00 voorwaardelijk, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 19 februari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, een brandende sigaret in/tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft uitgedrukt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 19 februari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, althans eenmaal, een brandende sigaret in/tegen het gezicht heeft uitgedrukt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak

Het hof acht niet bewezen hetgeen primair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 19 februari 2008, te [plaats], opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], een brandende sigaret tegen het gezicht heeft uitgedrukt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 19 februari 2008 een brandende sigaret uitgedrukt in het gelaat van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft hierdoor letsel bekomen en pijn ondervonden. Door zijn handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden.

Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 30 december 2009, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Gelet op het vorenstaande acht het hof de door de advocaat-generaal gevorderde geldboete van € 300,00, waarvan € 150,00 voorwaardelijk, een passende bestraffing. Het hof zal deze boete dan ook aan verdachte opleggen.

Gelet op de financi?le draagkracht van verdachte zal het hof daarbij bepalen dat verdachte het onvoorwaardelijke gedeelte van de geldboete in drie termijnen van € 50,00 kan voldoen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

spreekt verdachte van het primair ten laste gelegde vrij;

verklaart het verdachte subsidiair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van driehonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zes dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

beveelt, dat van de geldboete een gedeelte van honderdvijftig euro, subsidiair drie dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

bepaalt dat het onvoorwaardelijke deel van de geldboete mag worden voldaan in

drie opeenvolgende éénmaandelijkse termijnen elk groot vijftig euro.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van S. van Krugten als griffier. Mr. Niezink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.