Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL7128

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-03-2010
Datum publicatie
10-03-2010
Zaaknummer
24-002382-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is ter zake van het medeplegen van een inbraak in een snackbar veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 170 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002382-07

Parketnummer eerste aanleg: 17-880273-07

Arrest van 10 maart 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 28 september 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Midden Holland, HvB Haarlem te Haarlem,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. H. Sytema,

advocaat te Den Haag.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep d.d. 27 juni 2008, 26 juni 2009, 12 november 2009 en 24 februari 2010, alsmede op het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van de ten laste gelegde inbraak in snackbar [naam] zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 170 dagen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 10 november 2006 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aldaar aan de [straat] gevestigd bedrijf/bedrijven snackbar [naam] en/of pizzeria [naam] heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal ongeveer E 1320,- en/of een kluis en/of een aantal telefoonkaarten en/of sigaretten en/of twee computers en/of een tas en/of een videorecorder, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 10 november 2006 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een aldaar aan de [straat] gevestigd bedrijf snackbar [naam] heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal ongeveer E 1120,- en een kluis en telefoonkaarten en sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer] of [naam], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, inklimming en een valse sleutel.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, inklimming en valse sleutels.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 10 november 2006 samen met twee anderen ingebroken in een snackbar. Zij hebben zich de toegang tot die snackbar verschaft door een bovenlicht te forceren en door het geforceerde bovenlicht naar binnen te klimmen. Aldaar hebben zij goederen weggenomen, waaronder een geldbedrag van ongeveer € 1.120,= en een kluis. Een deel van voormeld geldbedrag hebben zij met behulp van een valse sleutel uit een in die snackbar staande speelautomaat gehaald.

Door het plegen van dit feit hebben verdachte en zijn mededaders niet alleen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander, maar de betrokkene ook financieel nadeel berokkend.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 december 2009 (dat 30 pagina's beslaat) blijkt dat verdachte stelselmatig strafbare feiten pleegt, veelal soortgelijk aan het thans bewezen verklaarde misdrijf. Hem eerder opgelegde detentie en de uit voormeld uittreksel blijkende andere aan hem in het verleden opgelegde straffen, waaronder een werkstraf en geldboetes, hebben hem er niet van weerhouden het bewezen verklaarde feit te begaan.

Op grond van het vorenstaande en mede in aanmerking nemende de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting "Art. 310-312 diefstallen", acht het hof het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van

6 maanden niet alleen gerechtvaardigd, maar ook noodzakelijk.

Voormelde recidive en het stelselmatige in verdachtes strafrechtelijke optreden rechtvaardigen naar het oordeel van het hof niet de oplegging van een andere, mildere strafmodaliteit.

Het hof heeft vastgesteld dat de berechting in hoger beroep niet heeft plaatsgevonden binnen 2 jaar. Er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn met ruim 5 maanden. Het hof zal de op te leggen gevangenisstraf van 6 maanden verminderen met 5% en wel tot een gevangenisstraf voor de duur van 170 dagen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van honderdzeventig dagen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Koolschijn, voorzitter, mr. Hielkema en mr. Roes, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. Roes buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.