Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL6699

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-02-2010
Datum publicatie
08-03-2010
Zaaknummer
24-002053-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van bedreiging van - onder meer - medewerksters van het Bureau Jeugdzorg en wederspannigheid. Uit hetgeen ter terechtzitting door verdachte naar voren is gebracht kan worden afgeleid dat verdachte heeft gehandeld vanuit een grote gevoeligheid voor bemoeienissen van het Bureau Jeugdzorg, gelegen in eigen jeugdervaringen. Het hof houdt rekening met deze context en met het feit dat ook verdachte nadeel heeft ondervonden van de bewezen verklaarde incidenten, maar stelt tevens vast dat verdachte zich onvoldoende realiseert dat zijn optreden diepe sporen nalaat bij degenen die hij op deze wijze bejegent. Oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002053-09

Parketnummers eerste aanleg: 17-753314-09 en 17-753777-09

Arrest van 19 februari 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 18 augustus 2009 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 17-753314-09 en 17-753777-09 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van het in zaak A onder 3 ten laste gelegde en voor het in zaak A onder 1, 2 en 4 en in zaak B ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

Zaak A

1.

hij op of omstreeks 23 december 2008 te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente 1], [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Laat de politie maar komen, dan sla ik jullie in elkaar voor de politie hun ogen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 23 december 2008 te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente 1], [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik zal je kapot maken" en/of "Ik zal je gezin kapotmaken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 11 december 2008 te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente 1], [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] (telefonisch) dreigend de woorden toegevoegd: "Ik zoek je op als jij aan mijn gezin komt, kom ik aan jouw gezin. Ik plaats een bom in je huis en ik zal je kapot maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 23 december 2008 te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente 1], toen (een) aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en) verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van ??n of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en) had(den) aangehouden en had(den) vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden;

Zaak B

hij op of omstreeks 11 december 2008 te [plaats 2], (althans) in de gemeente [gemeente 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal, opzettelijk

- voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik wil 75 euro hebben en anders ga ik je vermoorden en/of ik ga je kapot maken en vermoorden en/of ik schiet een kogel door je kop vieze vuile kankerhoer en/of ik maak je af en/of desnoods vermoord ik jou en je dochter ook", en/of

- voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Desnoods vermoord ik jou en en je kinderen ook en/of "ik ga je vermoorden als ik je tegenkom", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Vrijspraak

Nu uit de bewijsmiddelen niet blijkt of verdachte de bedreigende uitlatingen heeft gedaan in de ten laste gelegde pleegplaats [plaats 1] dan wel elders in de gemeente [gemeente 1], acht het hof niet wettig bewezen hetgeen in zaak A, onder 3, aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

Zaak A

1.

hij op 23 december 2008 te [plaats 1], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Laat de politie maar komen, dan sla ik jullie in elkaar voor de politie hun ogen";

2.

hij op 23 december 2008 te [plaats 1], [slachtoffer 2] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik zal je kapot maken" en "Ik zal je gezin kapotmaken";

4.

hij op 23 december 2008 te [plaats 1], toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van op heterdaad ontdekte strafbare feiten hadden aangehouden en hadden vastgegrepen teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden;

Zaak B

hij op 11 december 2008 te [plaats 2], in de gemeente [gemeente 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk

- voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik wil 75 euro hebben en anders ga ik je vermoorden en ik ga je kapot maken en vermoorden en ik schiet een kogel door je kop vieze vuile kankerhoer en ik maak je af en desnoods vermoord ik jou en je dochter ook", en

- voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Desnoods vermoord ik jou en en je kinderen ook en "ik ga je vermoorden als ik je tegenkom";

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A, onder 1, 2 en 4 en in zaak B meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

De in de tenlastelegging voorkomende fouten zijn door het hof verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

Zaak A

1 en 2, telkens:

bedreiging met zware mishandeling;

4.

wederspannigheid;

Zaak B

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte.

In zaak A heeft het hof bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verbale bedreigingen van een tweetal medewerksters van het Bureau Jeugdzorg alsmede aan het plegen van verzet tegen een daaruit voortvloeiende aanhouding. Uit de aangiften blijkt dat beide medewerksters zich zeer bedreigd hebben gevoeld door het agressieve en intimiderende optreden van verdachte, temeer daar hij niet heeft geschroomd daarbij hun priv?leven in zijn bedreigende uitlatingen te betrekken. In zaak B is bewezen verklaard dat verdachte de aangeefster [slachtoffer 3] van het aldaar ten laste gelegde, nadat zij kennelijk een melding over verdachte bij het Bureau Jeugdzorg had gedaan, op verbaal uiterst grove wijze heeft bejegend. Een en ander vond plaats voor haar woning. Uit haar schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat het gebeuren voor aangeefster en met name voor haar drie kinderen een schokkende ervaring is geweest en dat zij zich als gevolg daarvan geruime tijd onveilig hebben gevoeld in hun eigen leefomgeving.

Ter terechtzitting van het hof van 19 februari 2010 heeft verdachte uiteengezet wat hem heeft gedreven in de thans ter beoordeling staande gedragingen. Hij heeft daarbij verklaard dat hij geenszins de bedoeling heeft gehad zijn bedreigingen op enigerlei wijze daadwerkelijk uit te voeren. Voorts kan uit zijn betoog worden afgeleid dat verdachte heeft gereageerd vanuit een grote gevoeligheid voor bemoeienissen van het Bureau Jeugdzorg, gelegen in zijn eigen jeugdervaringen, en zijn stellige overtuiging dat hij een goed huisvader is voor zijn gezin. Het hof heeft weliswaar oog voor de door verdachte geschetste context, maar stelt tevens vast dat hij zich onvoldoende realiseert dat zijn optreden niet alleen - strafrechtelijk - ongeoorloofd is, maar ook diepe sporen nalaat bij degenen die hij op die wijze bejegent. Aannemelijk is voorts dat de bemoeienissen van anderen, waaronder ook aangeefster [slachtoffer 3], voortkomen uit oprechte zorg over het welzijn van het gezin van verdachte.

Gelet op vorenstaande acht het hof oplegging van een taakstraf passend en geboden. Dat de duur van deze taakstraf enigszins beperkter zal zijn dan door de advocaat-generaal is gevorderd en dat deze straf voorts ook in geheel voorwaardelijke vorm zal worden opgelegd, is gelegen in de omstandigheid dat ook verdachte nadeel heeft ondervonden van de bewezen verklaarde incidenten en hij van goede wil lijkt te zijn in de toekomst op een meer beheerste en constructieve wijze om te gaan met hetgeen er op zijn weg komt.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 180 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte in zaak A, onder 3, ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte in zaak A, onder 1, 2 en 4 en in zaak B ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A, onder 1, 2 en 4 en in zaak B meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderd uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. S.J. van der Woude, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Van der Woude voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.