Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL6494

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-03-2010
Datum publicatie
04-03-2010
Zaaknummer
24-002768-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens openlijke geweldpleging tegen personen en openlijke geweldpleging tegen personen en goederen veroordeeld tot een werkstraf van 110 uren subsidiair 55 dagen vervangende hechtenis. Hierbij is rekening gehouden met de gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte. Ten aanzien van drie eerder opgelegde voorwaardelijke straffen (twee keer een gevangenisstraf en een geldboete) wordt de tenuitvoerlegging gelast, met dien verstande dat het hof ten aanzien van de twee eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen, een werkstraf heeft gelast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002768-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-655240-07, 18-680778-05 (tul), 18-652284-06 (tul) en 18-655480-06 (tul)

Arrest van 4 maart 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 24 april 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1986] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. G.W. van der Zee, advocaat te Groningen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van een misdrijf (feit 3) en wegens de misdrijven tenlastegelegd onder 1 en 2 veroordeeld tot een straf en heeft op drie vorderingen tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 3 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf van 110 uren subsidiair 55 dagen vervangende hechtenis, daarbij rekening houdende met het ad informandum gevoegde feit. Voorts heeft zij gevorderd dat het hof (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraffen) werkstraffen zal gelasten van respectievelijk 28 uren en 120 uren, en de vordering tot tenuitvoerlegging van de geldboete zal toewijzen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover aan hoger beroep onderworpen - ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 19 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, De [straat 1] te [plaats 1], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het duwen en/of stompen en/of slaan in/tegen het gezicht van die [slachtoffer 1];

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 19 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]) in/tegen het gezicht heeft geduwd en/of gestompt en/of geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 22 september 2007, te [plaats 2], in elk geval in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg(en), de [straat 2] en/of de [straat 3], in elk geval op of aan een of meer openbare wegen, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 2], en/of tegen het/een horloge van die [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het schoppen en/of trappen en/of stompen en/of slaan van die [slachtoffer 2] en/of het gooien met dat horloge;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

A. hij op of omstreeks 22 september 2007, in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]) heeft getrapt en/of geschopt en/of gestompt en/of geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

B. hij op of omstreeks 22 september 2007, in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 19 augustus 2007, in de gemeente [gemeente], met anderen, op of aan de openbare weg, De [straat 1] te [plaats 1], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het slaan in het gezicht van die [slachtoffer 1];

2.

hij op 22 september 2007, te [plaats 2], met anderen, op of aan de openbare weg, de [straat 2], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 2], en tegen het horloge van die [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het stompen en slaan van die [slachtoffer 2] en het gooien met dat horloge.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

feit 1:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

feit 2:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 19 augustus 2007 samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1]. Op 22 september 2007 heeft verdachte zich wederom samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, ditmaal tegen [slachtoffer 2] en tegen het horloge van [slachtoffer 2]. Door zo te handelen heeft verdachte met die anderen de openbare orde verstoord. Bovendien is er inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van voornoemde personen en op het eigendomsrecht van [slachtoffer 2].

Verdachte heeft ter zitting van het hof erkend dat hij zich ook aan een diefstal/verduistering heeft schuldig gemaakt. Dit strafbare feit (met parketnummer

18-650339-08) is ad informandum gevoegd op de inleidende dagvaarding en dient thans, als meegewogen in na te melden straf, als afgedaan te worden beschouwd.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 december 2009 - eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof - met de advocaat-generaal en de rechter in eerste aanleg - van oordeel dat een werkstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd.

Tenuitvoerlegging (parketnummer 18-680778-05)

Bij vonnis van de politierechter te Groningen d.d. 16 juni 2005 is veroordeelde veroordeeld tot (onder meer) gevangenisstraf voor de duur van twee weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Deze proeftijd is bij vonnis van de politierechter te Groningen op 9 november 2006 verlengd met één jaar. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is het vonnis van 16 juni 2005 onherroepelijk geworden op 1 juli 2005. De proeftijd is ingegaan op 1 juli 2005 en liep (inclusief de verlenging) tot 30 juni 2008. De officier van justitie heeft op 23 november 2007 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, omdat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Verdachte heeft de bewezenverklaarde feiten begaan voor het einde van de gestelde proeftijd.

Ter zitting is door en namens verdachte verzocht om, in plaats van het gelasten van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, een werkstraf te gelasten. Verdachte en zijn raadsvrouw hebben daartoe aangevoerd, dat verdachte, na een tijdlang verslaafd te zijn geweest aan cocaïne en crack, sinds januari 2009 clean is. Sinds die tijd woont hij samen met zijn vriendin en heeft hij werk. In december 2009 is zijn dochtertje geboren. Verdachte heeft hulp gezocht bij het afbetalen van zijn schulden en heeft contact met VNN en de reclassering. Verdachte heeft het roer omgegooid in zijn leven, aldus verdachte en zijn raadsvrouw.

Deze mededelingen van de verdediging worden ondersteund door het feit dat na februari 2009 geen proces-verbaal ten aanzien van een strafbaar feit meer is opgemaakt tegen verdachte. Het hof wil deze positieve wending in het leven van verdachte niet doorkruisen en zal - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - de tenuitvoerlegging gelasten van voormelde straf, met dien verstande dat het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging te geven, een werkstraf zal gelasten van na te noemen duur.

Tenuitvoerlegging (parketnummer 18-652284-06)

Bij vonnis van de politierechter te Groningen d.d. 9 november 2006 is veroordeelde veroordeeld tot (onder meer) gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voornoemd vonnis onherroepelijk geworden op 24 november 2006. De proeftijd is ingegaan op 24 november 2006 en liep tot 23 november 2008. De officier van justitie heeft op 23 november 2007 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, omdat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Verdachte heeft de bewezenverklaarde feiten begaan voor het einde van de gestelde proeftijd. Op grond van het overwogene ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van verdachte onder het kopje Tenuitvoerlegging (parketnummer 18-680778-05) zal het hof - overeenkomstige de vordering van de advocaat-generaal - de tenuitvoerlegging gelasten van voormelde straf, met dien verstande dat het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging te geven, een werkstraf zal gelasten van na te noemen duur.

Tenuitvoerlegging (parketnummer 18-655480-06)

Bij vonnis van de politierechter te Groningen d.d. 26 maart 2007 is veroordeelde veroordeeld tot een geldboete van € 130,- voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voornoemd vonnis onherroepelijk geworden op 26 maart 2007. De proeftijd is ingegaan op 10 april 2007 en liep tot 9 april 2009. De officier van justitie heeft op 7 februari 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde geldboete, omdat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Nu gebleken is dat veroordeelde de hiervoor bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de vordering tenuitvoerlegging toewijzen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 22c, 22d, 57, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 3 ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtien uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfenvijftig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Groningen van 16 juni 2005) taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van achtentwintig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van veertien dagen zal worden toegepast;

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Groningen van 9 november 2006) taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van honderdtwintig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Groningen van 26 maart 2007 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

een geldboete van honderddertig euro, met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van twee dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. J.A. Wiarda en mr. J.H. Bosch, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde mr. Wiarda buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.