Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL6359

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-03-2010
Datum publicatie
03-03-2010
Zaaknummer
24-000792-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft aangever opzettelijk mishandeld. beroep op noodweer wordt verworpen. Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 250,00, subsidiair 5 dagen hechtenis en de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000792-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-841407-07

Arrest van 2 maart 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 12 maart 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1946] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. B.M.J.C. van Lee, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft op de vordering van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geldboete van 250 euro, waarvan 100 euro voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 2 maart 2007 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]), in/tegen het gezicht heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 2 maart 2007 te [plaats], opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [benadeelde] in het gezicht heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling.

Strafbaarheid

De raadsvrouw van verdachte heeft ter zitting van het hof, aangevoerd dat er sprake was van noodweer. Verdachte zou door aangever plotseling van achteren zijn aangevallen.

Het hof stelt de navolgende gang van zaken vast.

Verdachte heeft op 2 maart 2007 op de fiets een 'aanvaring' gehad met een automobilist - te weten aangever [benadeelde] - op de [straat] te [plaats]. Verdachte is hierna doorgefietst. De automobilist is uit zijn auto gestapt en is verdachte gevolgd, omdat hij samen met hem op de gewaarschuwde politie wilde wachten. Verdachte wilde dat niet, heeft zijn adres aan [benadeelde] gegeven en is weggegaan. [benadeelde] is - omdat het adres niet overeenkwam met de adresgegevens in het rijbewijs van de vrouw van verdachte - achter hem aangegaan en heeft verdachtes fiets beetgepakt. Verdachte had er - naar eigen zeggen - op dat moment "helemaal genoeg van" en heeft toen met zijn rechterarm naar achteren geslagen. Hij heeft hierbij die [benadeelde] in het gezicht geraakt. Getuige [getuige] heeft hieromtrent tegenover de rechter-commissaris verklaard dat verdachte zich omdraaide en de automobilist "een dreun op zijn gezicht gaf".

Op grond van vorengaande is niet aannemelijk geworden dat sprake was van een noodweersituatie. Het hof is dan ook van oordeel dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door [benadeelde] waartegen een noodzakelijke verdediging door verdachte geboden was. Het hof verwerpt het verweer.

Het hof acht verdachte strafbaar, nu ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 2 maart 2007 schuldig gemaakt aan mishandeling, door aangever [benadeelde] in het gezicht te slaan. Door aldus te handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van die [benadeelde] aangetast.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel uit de Justiti?le Documentatie d.d. 27 november 2009 blijkt, dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Gelet op het voorgaande, in samenhang beschouwd, acht het hof de in eerste aanleg opgelegde geldboete van 250 euro, subsidiair 5 dagen hechtenis, een passende bestraffing.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering in eerste aanleg gedeeltelijk is toegewezen en dat de benadeelde partij zich binnen de grenzen van de eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd.

Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Het hof is van oordeel, dat de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van

€ 178,50 - te weten de materiële schade (de buitenspiegel van de auto) - geen betrekking heeft op schade die rechtstreeks is toegebracht door de bewezen verklaarde mishandeling en daarnaast dat de vordering tot een bedrag van € 291,00 - te weten de immateriële schade - niet eenvoudig van aard is. De vordering kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij dient, gelet op het voorgaande, niet-ontvankelijk te worden verklaard in de (gehele) vordering.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van tweehonderdvijftig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering - voor wat betreft de immateri?le schade - slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. H.M.E. Lam?ris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van A.L.H. Wilkens als griffier, zijnde mr. Lolkema voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.