Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL6111

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-01-2010
Datum publicatie
02-03-2010
Zaaknummer
200.029.924
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Officiersappel. Het enkele feit dat de verbalisant de gevraagde informatie niet binnen de door de kantonrechter gestelde termijn heeft verstrekt, rechtvaardigt niet de vernietiging van de inleidende beschikking. De informatie was vóór de tweede zitting ontvangen en de kantonrechter had partijen daarover moeten horen. Hof vernietigt beslissing kantonrechter en bepaalt zitting.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:58
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 4
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 12
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.029.924

18 januari 2010

CJIB 112087135

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch

van 4 maart 2009

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch genomen beslissing gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking vernietigd. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 75,- opgelegd ter zake van “rijden in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990. eenrichtingsverkeer) (feitcode: R551B)”, welke gedraging zou zijn verricht op 23 oktober 2007 om 17.22 uur op het Emmaplein te 's-Hertogenbosch met het voertuig met het kenteken [00-AB-AB].

2. De betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij de officier van justitie en onder meer aangevoerd dat hij er van op de hoogte is dat het Emmaplein een eenrichtingsweg is. Hij ontkent echter de gedraging te hebben verricht, omdat hij het Emmaplein via de Halvemaanstraat is ingereden. Daarbij heeft de betrokkene tevens aangegeven dat hij het Emmaplein ook weer via de Halvemaanstraat heeft verlaten.

3. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. Blijkens de stukken van het geding heeft de betrokkene tijdens de zitting van de kantonrechter wederom aangegeven dat hij op het Emmaplein niet tegen het verkeer is ingereden, omdat hij het Emmaplein via de Halvemaanstraat is ingereden. Nadat de betrokkene zijn voertuig had gekeerd heeft hij het Emmaplein ook weer via de Halvemaanstraat verlaten. Naar aanleiding van hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd, heeft de kantonrechter bij beslissing van 22 oktober 2008 de behandeling van de zaak aangehouden voor een termijn van dertig dagen om de verbalisant een aanvullende verklaring in te laten dienen. Het op 9 januari 2009 door de verbalisant opgemaakte proces-verbaal van bevindingen is op 26 januari 2009 ter griffie ontvangen. Nu het proces-verbaal niet binnen de in de beslissing van 22 oktober 2008 gestelde termijn van dertig dagen is ingekomen, heeft de kantonrechter het beroep gegrond geoordeeld en de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking vernietigd.

4. De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hij stelt zich op het standpunt dat de beslissing van de kantonrechter dient te worden vernietigd, omdat het oordeel van de kantonrechter geen steun vindt in het recht. De wet geeft geen fatale termijn voor de indiening van een aanvullend proces-verbaal, dat is opgevraagd nadat de betrokkene beroep bij de kantonrechter heeft ingesteld. Bovendien is de termijn van vier weken - die genoemd wordt in de Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften - niet van toepassing op onderhavige situatie. Daarbij verwijst de officier van justitie naar een uitspraak van dit hof van 14 februari 2008 (LJN: BD0008). Nu het aanvullend proces-verbaal van bevindingen op 26 januari 2009 ter griffie is ingekomen en derhalve tijdig voor de nadere behandeling van de zaak door de kantonrechter ter griffie is ontvangen, is de officier van justitie van mening dat de kantonrechter het proces-verbaal ten onrechte niet in zijn beoordeling heeft betrokken.

5. De kantonrechter heeft aan zijn bestreden beslissing niet het gestelde in de door de officier van justitie genoemde Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften ten grondslag gelegd. De daarop betrekking hebbende beroepsgrond behoeft dan ook geen bespreking.

6. Het hof stelt voorop dat de WAHV geen gevolgen verbindt aan het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van door de kantonrechter verlangde informatie. Evenmin kent de WAHV een bepaling -zoals bijvoorbeeld artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht- met betrekking tot het tijdstip dat nog aanvullende stukken kunnen worden ingediend bij de kantonrechter. Behandeling van een zaak ter zitting van de kantonrechter in het kader van de WAHV heeft onder meer tot doel om partijen in de gelegenheid te stellen te reageren op de in het dossier aanwezige stukken.

7. Uit de stukken blijkt dat de door de kantonrechter bij (tussen)beslissing van 22 oktober 2008 verlangde aanvullende verklaring van verbalisant bij schrijven van 21 januari 2009 door de officier van justitie aan de kantonrechter is aangeboden ter voeging in het dossier. Dit stuk is op 26 januari 2009 ter griffie ontvangen. Een afschrift daarvan is op 26 januari 2009 door de griffier aan de betrokkene toegezonden. Dat betekent dat voorafgaand aan de voortgezette behandeling van de zaak ter zitting van de kantonrechter van 28 januari 2009, de kantonrechter, de betrokkene en de officier van justitie over de door de kantonrechter verlangde aanvullende informatie konden beschikken. Gelet hierop kon de kantonrechter dit stuk ter zitting aan de orde stellen en konden partijen daarop ter zitting reageren. Onder deze omstandigheden zijn er geen beginselen van een behoorlijke procesorde die zich verzetten tegen voeging van de aanvullende informatie in het dossier. De kantonrechter heeft deze beletselen ook niet aanwezig geacht. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van 28 januari 2009 heeft de kantonrechter de aanvullende informatie niet geweigerd, zodat het ervoor moet worden gehouden dat deze aan het dossier is toegevoegd. De aanvullende informatie maakt ook deel uit van het aan het hof toegezonden procesdossier.

8. Onder deze omstandigheden heeft de kantonrechter deze informatie niet buiten zijn beoordeling kunnen laten en rechtvaardigt het enkele feit, dat de verbalisant niet binnen de door de kantonrechter gestelde termijn de gevraagde informatie heeft verstrekt, niet een gevolg als door de kantonrechter daaraan verbonden. Dat de griffier van de rechtbank in de op 13 januari 2009 gedateerde oproeping voor de zitting van 28 januari 2009 de betrokkene heeft laten weten dat het niet noodzakelijk was om te verschijnen omdat het Openbaar Ministerie niet heeft voldaan aan hetgeen was verzocht in de tussenbeslissing leidt niet tot een ander oordeel, nu deze oproeping miskent dat de beslissing in deze zaak niet alleen op basis van de stukken maar ook op basis van het verhandelde ter zitting moet worden genomen. Derhalve zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen. Daartoe verwijst het hof de zaak naar de enkelvoudige kamer ter behandeling ter zitting, teneinde de betrokkene in de gelegenheid te stellen op de in het dossier aanwezige stukken te reageren en zijn standpunt mondeling toe te lichten.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verwijst de zaak naar de enkelvoudige kamer van het hof;

bepaalt dat de betrokkene zal worden opgeroepen voor de zitting van het hof van 10 februari 2010.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Beswerda en Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting, zijnde mr. Beswerda buiten staat dit arrest te ondertekenen.