Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL5509

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-02-2010
Datum publicatie
24-02-2010
Zaaknummer
200.016.354/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewijs levering roerende zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 23 februari 2010

Zaaknummer 200.016.354/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant], handelend onder de naam [x],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. M. Schuring, kantoorhoudende te Groningen,

tegen

[geïntimeerde],

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 17 november 2009 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Na het tussenarrest d.d. 17 november 2009 is de zaak verwezen naar de rolzitting van 15 december 2009 voor dagbepaling enquête. Op die rolzitting heeft de advocaat van [appellant] laten weten af te zien van de enquête.

Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

Aangezien [appellant] heeft afgezien van de enquête en ook overigens niet het tegenbewijs heeft bijgebracht waartoe het hof hem had toegelaten, gaat het hof uit van de juistheid van de stelling van [geïntimeerde] dat zij de door [appellant] gekochte banken aan hem heeft geleverd. Dit brengt met zich dat de rechtbank terecht de vordering van [geïntimeerde] tot betaling van de (restant-)koopsommen heeft toegewezen en de vordering van [appellant] tot terugbetaling van de aanbetaling van 20% van beide koopsommen heeft afgewezen.

Uit het voorgaande volgt dat de grieven geen doel treffen.

De slotsom

Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd met veroordeling van [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep (geliquideerd salaris advocaat: tarief I, 1 punt).

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak op € 406,-- aan verschotten en € 632,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

verklaart dit arrest voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. Janse, voorzitter, Wind en Tjallema, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 23 februari 2010 in bijzijn van de griffier.