Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL4243

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
16-02-2010
Datum publicatie
17-02-2010
Zaaknummer
24-001879-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugverwijzing Hoge Raad.

Verdachte heeft zich gedurende enkele jaren meerdere keren schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met de destijds nog jonge kinderen van zijn partner. Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het onzedelijk betasten van zijn buurmeisje. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het op grotere schaal voorhanden hebben van kinderporno.

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Het hof heeft als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringscontact opgelegd alsmede een verplichte behandeling bij de AFPN.

Verdachte is licht verminderd toerekeningsvatbaar.

Toewijzing van de vorderingen benadeelde partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001879-08

Parketnummer eerste aanleg en eerder in hoger beroep: 19-830050-04 en 24-002375-05

Arrest van 16 februari 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1946] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 24 juni 2008 het arrest van dit gerechtshof van 2 februari 2007, voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen, vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de beslissing ten aanzien van de bewezenverklaring ter zake van het onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde en de strafoplegging. Aldus is in stand gebleven de door het hof genomen (impliciete) beslissing betreffende feit 3 en feit 6.

Het arrest van het hof was gewezen in hoger beroep van een vonnis van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Assen van 23 november 2005.

De Hoge Raad heeft de zaak in zoverre naar dit hof verwezen om, met inachtneming van zijn arrest, op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en maatregelen opgelegd, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten onder 1 primair, 2 primair, 4 subsidiair en 5 zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De advocaat-generaal heeft als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringstoezicht en behandeling bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord-Nederland gevorderd. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Het hof heeft ter terechtzitting wijziging van de tenlastelegging toegelaten overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal. Na de door het hof toegelaten wijziging, is aan verdachte - voor zover in hoger beroep van belang - ten laste gelegd, dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 23 april 2002, te [plaats], gemeente [gemeente], met [benadeelde 1], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 1] (geboren op [1990]), hebbende verdachte (telkens)

- die [benadeelde 1] een tongzoen gegeven;

- en/of de penis van die [benadeelde 1] vastgepakt en/of hem afgetrokken;

- en/of de penis van die [benadeelde 1] in zijn mond genomen en/of orale seksuele handelingen bij die [benadeelde 1] verricht;

- die [benadeelde 1] zijn (verdachtes) penis vast laten pakken / houden en/of hem (verdachte) af laten trekken;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 23 april 2002, te [plaats], gemeente [gemeente], (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, [benadeelde 1] (geboren op [1990]), bestaande die ontucht (telkens) hierin dat hij

- die [benadeelde 1] een (tong)zoen (op de mond) heeft gegeven en/of

- de penis van die [benadeelde 1] heeft vastgepakt en/of hem heeft afgetrokken en/of

- de penis van die [benadeelde 1] in zijn mond heeft genomen en/of orale seksuele handelingen bij de [benadeelde 1] heeft verricht;

- die [benadeelde 1] zijn (verdachtes) penis vast heeft laten pakken/ houden en/of hem (verdachte) heeft laten aftrekken;

2.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 24 april 2002 tot en met 31 december 2003 te [plaats], gemeente [gemeente], met [benadeelde 1], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 1] (geboren [1990]), hebbende verdachte

- die [benadeelde 1] een tongzoen gegeven;

- en/of de penis van die [benadeelde 1] vastgepakt en/of hem afgetrokken;

- en/of de penis van die [benadeelde 1] in zijn mond genomen en/of orale seksuele handelingen bij die [benadeelde 1] gepleegd;

- die [benadeelde 1] zijn (verdachtes) penis vast laten pakken/ te houden en/of hem (verdachte) af te trekken;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 24 april 2002 tot en met 31 december 2003, te [plaats], gemeente [gemeente], ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, [benadeelde 1] (geboren op

24 april 1990), bestaande die ontucht hierin dat hij

- die [benadeelde 1] een tongzoen heeft gegeven;

- en/of de penis van die [benadeelde 1] heeft vastgepakt en/of hem heeft afgetrokken;

- en/of de penis van die [benadeelde 1] in zijn mond heeft genomen en/of orale seksuele handelingen bij die [benadeelde 1] heeft verricht;

- die [benadeelde 1] zijn (verdachtes) penis vast heeft laten pakken / heeft laten houden en/of hem (verdachte) af heeft laten trekken;

4.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 27 juli 1998 tot en met 31 oktober 2002 te [plaats], gemeente [gemeente], met [benadeelde 2] (geboren op [1986]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 2], hebbende verdachte

- zijn hand in de broek van die [benadeelde 2] gedaan en/of haar vagina

betast / gestreeld en/of zijn vingers in haar vagina gebracht;

- die [benadeelde 2] haar borsten en/of tepels betast en/of gestreeld;

- die [benadeelde 2] (op de mond) gekust;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 27 juli 1998 tot en met 31 oktober 2002, te [plaats], gemeente [gemeente], ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, [benadeelde 2] (geboren op

27 juli 1986), bestaande die ontucht hierin dat hij

- zijn hand in de broek van die [benadeelde 2] heeft gedaan en/of haar vagina heeft betast / gestreeld en/of zijn vingers in haar vagina heeft gebracht;

- die [benadeelde 2] haar borsten en/of tepels heeft betast en/of gestreeld;

- die [benadeelde 2] (op de mond) heeft gekust;

5.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van

1 oktober 2000 tot en met 31 december 2003, te [plaats], gemeente [gemeente], met [benadeelde 3], geboren op [1990], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig

- kussen van die [benadeelde 3] op het hoofd en of in de nek;

- het omarmen van die [benadeelde 3];

- aanraken en/of strelen van die [benadeelde 3] over haar buik en/of benen en/of borsten en/of billen.

Vrijspraak

Het hof acht niet bewezen hetgeen onder 4 primair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1 primair-

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 januari 2001 tot en met 23 april 2002, te [plaats], gemeente [gemeente], met [benadeelde 1], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 1] (geboren op [1990]), hebbende verdachte

- die [benadeelde 1] een tongzoen gegeven;

- en de penis van die [benadeelde 1] vastgepakt en hem afgetrokken;

- en de penis van die [benadeelde 1] in zijn mond genomen en orale seksuele handelingen bij die [benadeelde 1] verricht;

- die [benadeelde 1] zijn (verdachtes) penis vast laten pakken / houden en zich (verdachte) af laten trekken;

2 primair-

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 24 april 2002 tot en met 31 december 2003, te [plaats], gemeente [gemeente], met [benadeelde 1], die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 1] (geboren [1990]), hebbende verdachte

- die [benadeelde 1] een tongzoen gegeven;

- en de penis van die [benadeelde 1] vastgepakt en hem afgetrokken;

- en de penis van die [benadeelde 1] in zijn mond genomen en orale seksuele handelingen bij die [benadeelde 1] gepleegd;

- die [benadeelde 1] zijn (verdachtes) penis vast laten pakken / houden en zich (verdachte) af laten trekken;

4 subsidiair-

hij in de periode van 27 juli 1998 tot en met 31 oktober 2002, te [plaats], gemeente [gemeente], ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, [benadeelde 2] (geboren op [1986]), bestaande die ontucht hierin dat hij

- zijn hand in de broek van die [benadeelde 2] heeft gedaan en haar vagina heeft betast / gestreeld;

- die [benadeelde 2] haar borsten heeft betast en/of gestreeld;

5.

hij in de periode van 1 oktober 2000 tot en met 31 december 2003, te [plaats], gemeente [gemeente], met [benadeelde 3], geboren op [1990], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd bestaande in het ontuchtig

- kussen van die [benadeelde 3] op het hoofd en in de nek;

- het omarmen van die [benadeelde 3];

- aanraken en / of strelen van die [benadeelde 3] over haar buik en benen en borsten.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2 primair, 4 subsidiair en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1 primair-

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

2 primair-

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

4 subsidiair-

ontucht plegen met zijn minderjarig stiefkind;

5

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Omtrent verdachte is door T. de Vries, psycholoog, op 16 november 2004, een psychologisch rapport uitgebracht. De Vries concludeert dat verdachte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten lijdende was aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Het rapport houdt als conclusie in dat de feiten - indien bewezen - verdachte wel volledig kunnen worden toegerekend.

Daarnaast heeft psychiater R. Vriesema op 10 januari 2005, een psychiatrisch rapport over verdachte uitgebracht. Vriesema concludeert dat verdachte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten, lijdende was aan een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en vooral affectisolerende aspecten waarbij het eigen gelijk een centrale positie inneemt. Het rapport houdt als conclusie in dat de feiten - indien bewezen - verdachte in licht verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Het hof neemt de conclusie van de psychiater over en maakt die tot de zijne omdat deze conclusie het hof - mede gelet op de indruk die het hof uit het dossier en ter zitting zelf van verdachte heeft gekregen - meer aannemelijk voorkomt dan de conclusie van de psycholoog. Het hof is derhalve van oordeel dat de bewezen verklaarde feiten de verdachte in licht verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende enkele jaren meerdere keren schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met de destijds nog jonge kinderen van zijn partner, te weten [benadeelde 2] en [benadeelde 1] en met zijn - destijds nog jonge - buurmeisje [benadeelde 3].

Verdachte heeft het vertrouwen dat [benadeelde 2] en [benadeelde 1] in hem hadden moeten kunnen stellen als stiefvader, op grove wijze beschaamd. Verdachte is ernstig tekortgeschoten in zijn rol als opvoeder.

Verdachte heeft voorts misbruik gemaakt van de positie die hij als volwassene en als buurman innam ten opzichte van [benadeelde 3].

Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gepleegd op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en heeft hij hun belangen volledig veronachtzaamd. Verdachte lijkt enkel te hebben gehandeld ter bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften.

Gedragingen als de onderhavige brengen, naar algemeen bekend is, ernstige schade toe aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van slachtoffers.

Uit de ter terechtzitting van het hof voorgelezen verklaring van [benadeelde 2] blijkt welke grote impact verdachtes handelen op haar leven heeft gehad. Ook thans nog zijn de gevolgen van het misbruik voor haar nog merkbaar (angst, concentratieproblemen, moeite met het aangaan van relaties). De gedragingen van verdachte hebben naast de veroorzaakte gevoelens van angst en onveiligheid ook tot gevolg gehad dat de band van [benadeelde 2] en [benadeelde 1] met hun moeder is verbroken nu moeder er voor heeft gekozen om met verdachte verder door het leven te gaan. Dit tot groot verdriet van zowel [benadeelde 2] als [benadeelde 1].

Het hof merkt op dat verdachte ook thans nog niet doordrongen lijkt te zijn van de ernst van de inbreuk die hij op het leven van de slachtoffers heeft gemaakt.

Bij de strafoplegging houdt het hof, nu de Hoge Raad de bewezenverklaring van feit 6 in stand heeft gehouden, tevens rekening met het feit dat verdachte zich naast de aan dit hoger beroep onderworpen strafbare feiten, ook schuldig heeft gemaakt aan het op grotere schaal voorhanden hebben van kinderporno. Door het downloaden van deze afbeeldingen heeft verdachte de seksuele exploitatie en uitbuiting van minderjarigen mede in stand gehouden. Het is een feit van algemene bekendheid dat de nadelige gevolgen die deze kinderen hiervan zowel in psychische als in lichamelijke zin ondervinden doorgaans bijzonder ingrijpend zijn. Verdachte moet hier mede verantwoordelijk voor worden gehouden. Ter terechtzitting van het hof is naar voren gekomen dat verdachte het misbruik van de afgebeelde kinderen nog steeds niet onderkent.

Ter zake van kinderporno is de strafwaardigheid de laatste jaren aan het evolueren ten nadele van verdachten. De samenleving accepteert het voorhanden hebben van kinderporno niet. Zwaardere strafeisen zijn door het openbaar ministerie opgenomen in de Aanwijzing kinderpornografie, d.d. 1 september 2007.

Het hof mag en wil de ogen niet sluiten voor deze ontwikkeling en zal dit tot uitdrukking brengen in de strafmaat.

Uit het onderzoek ter zitting van het hof is verder gebleken dat verdachte zich in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 nog aan twee andere - ad informandum gevoegde - strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. Deze ad informandum gevoegde strafbare feiten, die ter terechtzitting van het hof door verdachte (voor het eerst) zijn erkend als door hem zijn begaan, zal het hof meewegen in de aan hem op te leggen straf. Daarmee zijn de feiten afgedaan.

Het hof heeft gelet op het verdachte betreffend uittreksel uit de justiti?le documentatie, d.d. 5 november 2009, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.

Het hof houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de totale tijdsduur van de procedure. Dit (lange) tijdsverloop heeft enigszins strafmatigend te werken.

Het hof heeft, naast de al genoemde rapporten, kennis genomen van de inhoud van de omtrent de persoon van de verdachte opgemaakte rapporten van de Reclassering Nederland, d.d. 4 maart 2005 en 23 april 2009. Tevens heeft het hof kennis genomen van een, op verzoek van de toenmalige raadsvrouw, door psycholoog Van Heykop ten Ham opgestelde rapportage, d.d. 10 januari 2007.

Zowel psychiater Vriesema, psycholoog de Vries alsmede de reclassering adviseren verdachte in een verplicht kader te laten behandelen bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord Nederland. Verdachte heeft ingestemd met behandeling als hem die wordt opgelegd.

Het hof is gelet op het vorenstaande alsmede vanuit het oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van de door verdachte begane delicten van oordeel dat aan verdachte een vrijheidsstraf opgelegd dient te worden, welke deels in voorwaardelijke vorm zal worden opgelegd. Het voorwaardelijk op te leggen gedeelte dient tevens om verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw aan (soortgelijke) strafbare feiten schuldig te maken.

Nu het hof tevens rekening houdt met het tijdsverloop en de ad informandum gevoegde strafbare feiten, acht het hof - in afwijking van de eis van de advocaat-generaal - een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden. De door de reclassering geopperde mogelijkheid van afdoening door het verrichten van een werkstraf en het ondergaan van elektronisch toezicht, acht het hof vanwege de ernst van de bewezen verklaarde feiten geen passende bestraffing.

Het hof acht bovendien - evenals voornoemde psychiater Vriesema, psycholoog de Vries en de reclassering - en mede op grond van het feit dat verdachte ter terechtzitting van het hof niet de indruk heeft gewekt dat hij intrinsiek gemotiveerd is om aan behandeling deel te nemen, de oplegging van een verplicht reclasseringstoezicht en verplichte behandeling bij de AFPN in het kader van een bijzondere voorwaarde bij het op te leggen voorwaardelijk strafdeel, aangewezen.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft door het onder 4 subsidiair bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte kan worden toegerekend. Het hof zal de vordering toewijzen nu deze niet is bestreden en deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt. De vordering van € 2000,- zal derhalve worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 2000,- die door het onder 4 subsidiair bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij [benadeelde 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft door de onder 1 primair en 2 primair bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte kan worden toegerekend. Het hof zal de vordering toewijzen nu deze niet is bestreden en deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt. De vordering van € 2000,- zal derhalve worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 2000,- die door de onder 1 primair en 2 primair bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij [benadeelde 3]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft door het onder 5 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte kan worden toegerekend. Het hof zal de vordering toewijzen nu deze niet is bestreden en deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt. De vordering van € 500,- zal derhalve worden toegewezen.

Gelet hierop dient de verdachte, als de telkens in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partijen gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 500,- die door het onder 5 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 240b, 244, 245, 247 en 249 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 3 ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 4 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 primair, 2 primair, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten alsmede eerder genoemd feit 6 en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2 primair, 4 subsidiair en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van vier maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling;

deze aanwijzingen zullen in elk geval inhouden dat verdachte zich onder ambulante psychiatrische behandeling zal stellen bij de AFPN;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweeduizend euro;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweeduizend euro ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 2], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweeduizend euro;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweeduizend euro ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 3], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van vijfhonderd euro;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van vijfhonderd euro ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

veroordeelt verdachte telkens in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier.