Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL3928

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
01-02-2010
Datum publicatie
15-02-2010
Zaaknummer
24-001071-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een werkstraf van 30 uren wegens overtreding van artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001071-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-652053-08

Arrest van 1 februari 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 18 februari 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. U.R. Slangenberg, advocaat te Winschoten.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 april 2008, in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 25 april 2008, in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 9, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Verdachte is strafbaar. Strafuitsluitingsgronden zijn niet aanwezig.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 25 april 2008 schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994 door op de openbare weg een auto te besturen, terwijl hem bij uitspraak van de kantonrechter te Winschoten van 1 juni 2007 de bevoegdheid daartoe was ontzegd en hem die uitspraak in persoon is betekend op 8 maart 2008.

Uit een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister

d.d. 1 december 2009 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994.

Gelet op de door de raadsman geschetste persoonlijke omstandigheden van verdachte en mede gelet op de omstandigheid dat verdachte, blijkens het uittreksel uit de justitiƫle documentatie, na de veroordeling van de politierechter van 18 februari 2009 niet opnieuw voor een strafbaar feit is veroordeeld, is het hof, met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat een werkstraf van 30 uren een passende bestraffing is.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde feit.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van dertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter, mr. A.J. Rietveld en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier, zijnde mr. J.A. Wiarda buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.