Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL3534

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-02-2010
Datum publicatie
10-02-2010
Zaaknummer
24-000367-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van woninginbraak en opzetheling veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 285 dagen. Het hof heeft tevens een maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden aan verdachte opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000367-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-810183-08

Arrest van 8 februari 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 6 februari 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

ingeschreven te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in de FPK - GGZ Drenthe te Assen,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. C. Krijger, advocaat te

's-Gravenhage.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd en heeft beslist op de vordering van een benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 25 januari 2010, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 7 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem onder 1 subsidiair, 2, 3 primair, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair ten laste gelegde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de periode die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, alsmede dat het hof een terbeschikkingstelling met voorwaarden aan verdachte zal opleggen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - als voor dit hoger beroep van belang en met verbeterde lezing van kennelijke misslagen, taal- en/of stijlfouten - ten laste gelegd, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 26 juli 2008 tot en met 27 juli 2008 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan/nabij de [straat 1] heeft weggenomen een of meer flex tv en/of een computer en/of een mountainbike en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 27 juli 2008 te [plaats 1], in elk geval in Nederland, een horloge heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat horloge wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 27 juli 2008 te [plaats 1], in elk geval in Nederland, een horloge heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat horloge redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij op of omstreeks 14 juli 2008 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan/nabij de [straat 2] heeft weggenomen een flatscreen en/of een beeldscherm en/of een scheerapparaat en/of een toilettas en/of een hoeveelheid kleding en/of een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode van 19 april 2008 tot en met 20 april 2008 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan/nabij het [straat 3] heeft weggenomen, een televisie (merk Philips) en/of een trouwboek en/of een muntenverzameling en/of een of meer laptops en/of sieraden en/of een kentekenbewijs en/of paspoorten en/of een agenda in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 19 april 2008 tot en met 19 juni 2008 te [plaats 2], in elk geval in Nederland, een trouwboekje en/of een plattegrond en/of een reis- en kredietbrief en/of een kentekenbewijs en/of een agenda en/of een of meer paspoorten heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 19 april 2008 tot en met 20 april 2008 te [plaats 2], in elk geval in Nederland, een trouwboekje en/of een plattegrond en/of een reis- en kredietbrief en/of een kentekenbewijs en/of een agenda en/of een of meer paspoorten heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij in of omstreeks de periode van 5 april 2008 tot en met 6 april 2008 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan/nabij het [straat 3] heeft weggenomen een mountainbike en/of een laptop en/of een computer en/of een koffer en/of een of meer sleutels en/of sieraden en/of een of meer schriftelijke bescheiden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 5 april 2008 tot en met 19 juni 2008 te [plaats 2], in elk geval in Nederland, een getuigschrift en/of een cijferlijst en/of een geboortebewijs en/of een zwemdiploma en/of een examenrapport en/of een huwelijksboekje en/of een militair boekje heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 5 april 2008 tot en met 19 juni 2008 te [plaats 2], in elk geval in Nederland, een getuigschrift en/of een cijferlijst en/of een geboortebewijs en/of een zwemdiploma en/of een examenrapport en/of een huwelijksboekje en/of een militair boekje heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

5.

hij in of omstreeks de periode van 12 april 2008 tot en met 13 april 2008 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een sporttas en/of een telefoon en/of een laptop en/of sieraden en/of een of meer pakken en/of toiletartikelen en/of geluidsapparatuur en/of een camera in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de van periode 12 april 2008 tot en met 19 juni 2008 te [plaats 2], in elk geval in Nederland, een kopie van een paspoort heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kopie van een paspoort wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 12 april 2008 tot en met 19 juni 2008 te [plaats 2], in elk geval in Nederland, een kopie van een paspoort heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kopie van een paspoort redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

6.

hij op of omstreeks 14 april 2008 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan/nabij de [straat 4] heeft weggenomen een laptop en/of bankafschriften en/of een telefoon en/of diverse (bank)passen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 14 april 2008 tot en met 19 juni 2008 te [plaats 2], in elk geval in Nederland, een of meer mapjes met bankafschriften heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die afschriften wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 14 april 2008 tot en met 19 juni 2008 te [plaats 2], in elk geval in Nederland, een of meer mapjes met bankafschriften heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die afschriften redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 primair, 4 primair, 5 primair en 6 primair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem onder 1 subsidiair, 2, 3 primair, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 27 juli 2008 te [plaats 1], een horloge heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat horloge wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op 14 juli 2008 te [plaats 1], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [straat 2] heeft weggenomen een flatscreen en een beeldscherm en een scheerapparaat en een toilettas en een hoeveelheid kleding en een bankpas, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

3.

hij in de periode van 19 april 2008 tot en met 20 april 2008 te [plaats 2], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan het [straat 3] heeft weggenomen een televisie (merk Philips) en een trouwboek en een muntenverzameling en laptops en sieraden en een kentekenbewijs en paspoorten toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

4.

hij in de periode van 5 april 2008 tot en met 19 juni 2008 te [plaats 2] een getuigschrift en een cijferlijst en een geboortebewijs en een zwemdiploma en een examenrapport en een huwelijksboekje en een militair boekje heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

5.

hij in de periode van 12 april 2008 tot en met 19 juni 2008 te [plaats 2] een kopie van een paspoort heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van die kopie van een paspoort wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6.

hij in de periode van 14 april 2008 tot en met 19 juni 2008 te [plaats 2] mapjes met bankafschriften heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van die afschriften wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair, 2, 3 primair, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1 subsidiair, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair, telkens:

Opzetheling;

onder 2 en 3 primair, telkens:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Strafbaarheid

Door T.W.D.P. van Os, psychiater en vast gerechtelijk deskundige, en M. Verkade, GZ-psycholoog en vast gerechtelijk deskundige, zijn op 23 december 2008 respectievelijk 6 december 2008 omtrent verdachte Pro Justitia rapporten uitgebracht. Het hof maakt met instemming van het openbaar ministerie en verdachte gebruik van beide rapporten, opgemaakt in 2008.

Door beide deskundigen wordt geconcludeerd dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de hiervoor bewezen verklaarde feiten een zodanige ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestond dat deze feiten hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Het hof kan zich met de conclusie van de deskundigen verenigen en neemt deze - met inachtneming van hetgeen hieronder is uiteengezet - over.

Nu niet is gebleken dat verdachte het hiervoor bewezen verklaarde in het geheel niet valt toe te rekenen en er ook anderszins geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht het hof verdachte strafbaar.

Strafmotivering

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich in 2008 gedurende een periode van ongeveer vier maanden meerdere malen schuldig gemaakt aan woninginbraak en opzetheling. Aldus heeft verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaars van de gestolen goederen en hen schade berokkend, zowel in financieel als emotioneel opzicht. Door het verwerven van reeds gestolen goederen heeft verdachte er bovendien mede aan bijgedragen dat er een markt voor gestolen goederen kan bestaan, waardoor het plegen van diefstal voor anderen lucratief kan zijn.

Het hof heeft bij de straftoemeting rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiƫle documentatieregister d.d. 15 januari 2010, waaruit blijkt dat verdachte reeds meermalen is veroordeeld ter zake van (soortgelijke) strafbare feiten.

Gelet op het vorengaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat aan verdachte - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van dezelfde duur als de periode die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, dient te worden opgelegd. Hierbij heeft het hof mede in aanmerking genomen dat - zoals in voornoemde Pro Justitia rapporten is geconcludeerd en welke conclusie door het hof is overgenomen - de bewezen verklaarde feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Motivering van de op te leggen maatregel

In het hiervoor genoemde Pro Justitia rapport d.d. 23 december 2008 heeft Van Os - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende gesteld:

Verdachte is een 20-jarige gemiddeld intelligente jongeman die vanaf 2004 een uitgebreide justitiƫle carriEre heeft opgebouwd. Op basis van affectieve en pedagogische verwaarlozing is er bij verdachte een scheefgroei van de persoonlijkheid ontstaan, tot uiting komend in 1) hardnekkig antisociaal gedrag, 2) zelfgevoelsproblematiek met zucht naar gemak en geld, de neiging tot zelfoverschatting en ontwaarding van zijn medemens en 3) drugsproblematiek. Ondanks investeringen in hem door diverse behandelaars, blijkt er telkens sprake van een schijnaanpassing in een klinische setting. Zodra verdachte meer vrijheden krijgt, blijkt dat hij de draad van zijn antisociale leven in volle en versterkte vaart weer oppakt.

Hoewel op deze leeftijd nog niet gesproken kan worden van een persoonlijkheidsstoornis loopt verdachte een groot risico om een ernstige persoonlijkheidsstoornis te ontwikkelen waarbij er een combinatie bestaat van antisociale en narcistische trekken en psychopathie. Daarnaast is er sprake van een langdurige cannabis en nicotineafhankelijkheid.

Om te kunnen overleven heeft verdachte zich voor zijn diepere gevoelslagen afgeschermd en geharnast, met name met betrekking tot het zich richten op en hechten aan andere mensen. Zijn medemens wordt door hem met een overmaat aan wantrouwen tegemoet getreden als een object. Gevoelens van afhankelijkheid en onmacht roepen teveel angst en woede op en worden weggerationaliseerd en uitgeageerd in machteloos en hopeloos makende acties.

Verdachte lijkt een illusionaire wereld voor zichzelf geschapen te hebben waarin hij de macht heeft, geld heeft en anderen naar zijn hand kan zetten. Zodra de realiteit een aanval doet op deze illusionaire wereld, neemt de spanning bij verdachte toe en onderneemt hij acties om de illusie te herstellen, hetzij door de realiteit naar zijn hand te zetten, hetzij de realiteit te vervormen. Verdachtes middelengebruik en zijn wijze van hanteren van anderen dienen ervoor om deze illusie te handhaven c.q. te herstellen.

Verdachte heeft weliswaar inzicht in het ongeoorloofde van het hem ten laste gelegde. Ook kan hij inzien dat zijn antisociale acties bijdragen aan het handhaven van een bepaalde levensstijl. Verdachte heeft echter geen contact met de krachtige onderstroom van emoties van onmacht en hopeloosheid. Zijn gebruik van cannabis en nicotine dient ervoor om deze krachtige onderstroom onbewust te houden. Ook het afhouden van hulp past hierbij, immers vragen om hulp staat voor verdachte gelijk aan machteloos zijn. Daarnaast is zijn antisociale gedrag erop gericht om de realiteit aan te passen aan zijn illusionaire wereld van geld en macht. Verdachte kan zich nu nog de illusie maken dat hij zijn leven nog voor zich heeft en zijn leeftijdsgenoten kan bijhouden in het vormgeven van zijn leven. De realiteit zal hem echter steeds meer gaan inhalen en zijn illusionaire wereld, waarin hij de regie en macht heeft, aanvallen. De kans op een toename in frequentie en in ernst van zijn antisociaal gedrag is dan ook zeer groot.

Verdachte is nog jong en een behandeling kan gezien de flexibiliteit van het brein in deze leeftijdsfase de prognose van de zich ontwikkelde persoonlijkheidsstoornis nog in gunstige zin be?nvloeden. Om de schade die aan verdachte is berokkend, maar ook de schade die hij op zijn beurt door hem wordt toegebracht aan anderen, te beperken is een vervolg van een klinische behandeling nodig, waarin verdachte zijn illusionaire wereld met het daaraan gekoppelde antisociale gedrag kan opgeven. Indien verdachte erin slaagt om deze valse binnenwereld op te geven, is de kans op een depressie op basis van rouw om het feit dat zijn kindertijd voorbij is en om datgene wat hem werd aangedaan, niet ondenkbaar.

Een behandeling heeft alleen zin indien een stevig juridisch kader aanwezig is. Zonder een dergelijk kader is het starten van welke behandeling dan ook zinloos, omdat verdachte goede capaciteiten heeft om zijn behandeling te ontlopen. Dat is ook niet verwonderlijk bij een binnenwereld die liever een mooie leugen omhelst dan een lelijke waarheid, zoals bij verdachte. Verdachte heeft ook aangegeven dat het uitzitten van een detentie verreweg zijn voorkeur heeft. Dat spreekt voor zich omdat hij tijdens zijn detentie zijn valse binnenwereld ongemoeid kan laten. Na zijn detentie zal verdachte zijn gebruikelijke leven oppakken met zeer groot risico op een recidive en mogelijk, gezien de vele risicofactoren, ook een ernstiger recidive, omdat de machteloosheid en hopeloosheid van verdachte sterker zal worden bij het toenemend uit de pas lopen ten opzichte van zijn leeftijdsgenoten.

Een in eerste instantie ambulante behandeling is zinloos. Verdachte heeft te veel capaciteiten en mogelijkheden om zich aan de behandeling te onttrekken, dan wel een schijnbehandeling te verdragen. De problematiek van verdachte is ook te uitgebreid om verdachte in een ambulante setting te kunnen bereiken.

Het starten van een klinische behandeling heeft overigens alleen zin indien ontsnappen hieraan voor verdachte niet mogelijk is. Een klinische behandeling opleggen in het kader van een deels voorwaardelijke straf, zal uitmonden in een detentie zodra het verdachte te heet onder de voeten wordt in een behandeling. Verdachte zal dan onbehandeld op straat komen te staan.

Gezien de leeftijd van verdachte waarin er nog sprake is van flexibiliteit van het brein en er een kans bestaat op verandering van deze zich verankerende problematiek, acht onderzoeker het noodzakelijk om verdachte bloot te stellen aan een klinische behandeling. Om te voorkomen dat verdachte voortijdig kiest voor een detentie adviseert onderzoeker verdachte een terbeschikkingstelling op te leggen zodat met klinische behandeling kan worden begonnen, later uitmondend in een poliklinische behandeling. Van belang is dat men met verdachte stenisch door blijft gaan en niet te vroeg afhaakt, zoals dat zo vaak is gebeurd in verdachtes leven. Onderzoeker heeft een terbeschikkingstelling met voorwaarden overwogen en besproken met verdachte. Verdachte was toen van mening dat hij tegen een eventuele oplegging hiervan in hoger beroep zou gaan, daarmee ook kenbaar makend dat hij het niet eens is met dit advies en zijn medewerking niet zal willen verlenen aan de uitvoering hiervan. Indien verdachte, alles nog eens goed overwegende, tot de conclusie komt zijn medewerking te willen verlenen, dan adviseert onderzoeker een terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen. Voorwaarden zijn: 1) een klinische behandeling, bijvoorbeeld in de FPK te Assen en een vervolg bij de AFP in Assen (deeltijdbehandeling, polikliniek) ter resocialisatie; 2) onthouding van middelen zoals cannabis. Indien verdachte zijn medewerking zal blijven weigeren, dan rest onderzoeker niets anders dan te adviseren een terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen.

In het hiervoor genoemde Pro Justitia rapport d.d. 6 december 2008 heeft Verkade - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende gesteld:

Er is bij verdachte sprake van een ernstige identiteitsloosheid en een broze structuur, die bij een volwassen en uitgerijpte man de diagnose van een persoonlijkheidsstoornis zouden rechtvaardigen. Gezien de leeftijd van verdachte bestaat er echter nog een kans, al is deze niet groot te noemen, op een 'ombuigen in de ontwikkeling' doordat de persoonlijkheid nog niet volledig is uitgekristalliseerd. Dat is dan ook de reden principieel nog niet van een persoonlijkheidsstoornis te spreken. Er is echter wel sprake van een ernstige persoonlijkheidsproblematiek en een sterk dreigende ontwikkeling in de richting van een persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en een antisociale levensstijl, die psychopathiforme vormen aan kan nemen.

Gezien de angst voor intimiteit en afhankelijkheid bij verdachte zal het niet gemakkelijk zijn een vertrouwensrelatie met hem op te bouwen, waarbinnen hij meer zal doen dan zich voegen naar de ander en deze tevreden stellen. Daarvoor is een lange adem nodig en zal de behandelaar moeten verdragen dat hij/zij het vertrouwen van verdachte zal moeten verdienen en telkens weer zal moeten bewijzen dit waard te zijn. Een ambulante behandeling lijkt gezien het gebrek aan innerlijke structuur en veiligheid vooralsnog niet toereikend. Een klinische behandeling is nodig om dit te bereiken. Dit zou in het kader van bijzondere voorwaarden en onder toezicht van de reclassering op zich voldoende kunnen zijn. Een geleidelijk overgang naar ambulante (deeltijd)behandeling naast hervatte scholing en dergelijke zou dan mogelijk zijn. De kans op het mislukken ofwel het niet van de grond komen van een dergelijke behandeling door een teveel aan aanpassing dan wel een drop-out als gevolg van ageergedrag is tegelijk echter vrij sterk aanwezig. Een klinische behandeling is bedreigend en beangstigend, waarop verdachte met grote kans zal reageren door ervoor te zorgen dat behandelaars het niet langer kunnen of willen aangaan, met als uiteindelijk resultaat het einde van de opname. Hoewel dat dan de terugkeer in detentie zou betekenen, is dit voor verdachte geen stok achter de deur te noemen. Binnen deze keuze is detentie voor hem slechts de gemakkelijkste oplossing en zal het een mogelijke vluchtweg uit behandeling zijn. Op grond daarvan lijkt het dan ook goed te overwegen een terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen. Daarbinnen zou verdachte opgenomen kunnen worden in bijvoorbeeld de FPK te Assen en geleidelijk aan via de resocialisatie in combinatie met deeltijdbehandeling op de AFP en hervatte scholing onder deze titel kunnen werken aan eerder genoemde zaken.

Blijkens de (aanvullende) maatregel- en voortgangsrapporten van de Reclassering Nederland van 17 augustus 2009, 7 januari 2010 en 20 januari 2010 acht de Forensisch Psychiatrische Kliniek (hierna: FPK) te Assen - waar verdachte in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis vanaf 8 mei 2009 is opgenomen - zich in staat verdachte binnen het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden een adequaat behandelaanbod te doen. In het maatregelrapport is een aantal voorwaarden dat in het kader van deze terbeschikkingstelling moet gelden, opgenomen.

Ter terechtzitting van het hof heeft reclasseringsmedewerker P.R. Schut benadrukt dat gezien verdachtes problematiek en de dringende noodzaak tot behandeling hiervan het opleggen van een terbeschikkingstelling met voorwaarden de meest aangewezen weg is om te bewandelen. Ondanks het grote afbreukrisico bij zowel de behandelaars als verdachte, lijkt verdachte het beste op zijn plek in de FPK te Assen, aldus Schut.

Het hof kan zich met de in vorengenoemde rapporten en ter terechtzitting van het hof weergegeven conclusies verenigen, met name daar waar het gaat om de noodzaak de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen, het (hoog) ingeschatte recidiverisico en de in dat kader dringende noodzaak tot behandeling van verdachte. Met name dit laatste maakt dat het hof, zoals ook door de deskundigen Van Os en Verkade is verwoord, - in tegenstelling tot hetgeen door en namens verdachte ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd - geen heil ziet in het opleggen van een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. Dat verdachte zich tot nu toe aan de voorwaarden gesteld bij de geschorste voorlopige hechtenis heeft gehouden, maakt dit oordeel niet anders. Het hof heeft hierbij mede in aanmerking genomen dat onderhavige (hoofd)zaak tot nog toe steeds als een zwaard van Damocles boven verdachte heeft gehangen.

Verdachte heeft overigens ter terechtzitting van het hof verklaard nu wel bereid te zijn aan alle in het maatregelrapport omschreven voorwaarden zijn medewerking te verlenen.

Nu is gebleken dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de hiervoor bewezen verklaarde feiten een ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens bestond, dat deze feiten misdrijven betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en de algemene veiligheid van goederen oplegging van een maatregel van terbeschikkingstelling eist, zal het hof deze maatregel - naast een gevangenisstraf - opleggen. Ter bescherming van de algemene veiligheid van goederen zal het hof voorwaarden stellen betreffende het gedrag van verdachte, zoals hierna te noemen.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij,

[slachtoffer 5], wonende te [woonplaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat hij in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard en dat hij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep niet voort en kan het hof niet op die vordering beslissen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 37a, 38, 38a, 57, 63, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 7 ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair, 4 primair, 5 primair en 6 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 subsidiair, 2, 3 primair, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 subsidiair, 2, 3 primair, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van tweehonderdvijfentachtig dagen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde v??r de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld onder de

navolgende voorwaarden:

- dat hij zich zal laten opnemen en behandelen in de FPK te Assen, of een andere door de Reclassering Nederland aan te wijzen instelling;

- dat hij zich zal houden aan de behandelvoorschriften van de behandelaars. Dit geldt ook voor middelengebruik, financi?n, medicatiebeleid en vrijheden;

- dat hij de Reclassering Nederland op de hoogte zal houden van de inhoud en de voortgang van de behandeling;

- dat hij zal meewerken aan een eventuele vervolgbehandeling bij de AFPN te Assen, of een andere door de Reclassering Nederland aan te wijzen instelling;

- dat hij toestemming zal geven voor het uitwisselen van informatie tussen alle betrokken partijen;

- dat hij zich gedurende de termijn van de terbeschikkingstelling zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland en dat hij afspraken met die instelling zal nakomen;

- dat hij geen strafbare feiten zal plegen;

- dat hij zich zal onthouden van drugsgebruik en in zal stemmen met controle hierop;

heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. W.M. van Schuijlenburg en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde mr. Wiarda buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.