Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL3529

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-02-2010
Datum publicatie
10-02-2010
Zaaknummer
24-001861-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van een tweetal bedreigingen en belediging van twee politieambtenaren veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis. Het hof heeft tevens beslist op een vordering tot tenuitvoerlegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001861-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-753385-09 en 17-745029-07 (tul)

Arrest van 8 februari 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 22 juli 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1979] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.J. van Rooij, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging gevorderd van de gevangenisstraf voor de duur van één maand, de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 29 augustus 2007, met dien verstande dat het hof deze gevangenisstraf zal omzetten in een werkstraf voor de duur van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - met verbeterde lezing van kennelijke taal- en/of stijlfouten - ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 8 december 2008 te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente 1], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd : "Ik maak je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 8 december 2008 te [plaats 2], (althans) in de gemeente [gemeente 2], [verbalisant 1], hoofdagent van politie Team Wad en Land, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 1] dreigend de woorden toegevoegd : "Kale dakdekker, ik maak je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 8 december 2008 te [plaats 2], (althans) in de gemeente [gemeente 2], opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2], (beiden) hoofdagent(en) van politie Team Wad en Land, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "hufters en/of homo's en/of kale dakdekker", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of meerdere malen, althans ??nmaal zijn middelvinger richting [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] heeft opgestoken.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Namens en door verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat verdachte van het hem onder 1 ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. In het dossier bevindt zich slechts een verklaring van aangever [slachtoffer] en een verklaring van verdachte inhoudende dat hij zich niet kan herinneren dat hij [slachtoffer] op zodanige wijze heeft bedreigd, aldus de verdediging.

Het hof stelt op basis van de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep het volgende vast.

Op 8 november 2008 komt [slachtoffer] bij verdachte aan de deur met als doel - namens de energiemaatschappij Essent - de gasmeterstand op te nemen en de gasmeter te controleren. Verdachte laat [slachtoffer] na enig tegenstribbelen toe in zijn woning. Verdachte verkeert op dat moment in staat van dronkenschap. Verdachte is bovendien zeer boos en gefrustreerd over hetgeen in het verleden tussen hem en de Essent is voorgevallen. Opgewonden over de gehele situatie stuurt hij de vertegenwoordiger van Essent kort daarop zijn huis uit. Als verdachte vervolgens zijn woning verlaat, treft hij [slachtoffer] verderop in de straat aan. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte hem heeft bedreigd door naar hem "ik maak je af" te roepen.

Verdachte heeft omtrent zijn uitlatingen in de richting van [slachtoffer] wisselend verklaard. Gevraagd naar deze uitlatingen verklaart hij ten overstaan van de politie: "Ik kan mij dat niet meer herinneren, maar het zou best mogelijk zijn. Ik was dronken en dan kraam ik er van alles uit." Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij zich niet veel van het voorval kan herinneren. Hem is niettemin bijgebleven dat hij zich niet bedreigend heeft uitgelaten jegens [slachtoffer]. Hij zou - naar eigen zeggen - de betreffende zinsnede zelfs nimmer hebben gebruikt.

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt echter dat op het moment dat verdachte ter zake van dit feit wordt vervoerd naar het politiebureau, hij bij het zien van [slachtoffer] tegen de verbalisanten zegt: "Dat is een oplichter, jullie mogen hem wat mij betreft doodrijden." Bovendien wordt verdachte onder 2 verweten zich in exact dezelfde bedreigende woorden als onder 1 ten laste is gelegd, te hebben uitgelaten in de richting van één van de verbalisanten die hem heeft aangehouden.

Met name gelet op de omstandigheden waaronder verdachte [slachtoffer] die dag in zijn woning ontving en de door verdachte ten overstaan van de politieambtenaren naderhand gedane uitlatingen acht het hof, - mede - op grond van de verklaring van aangever en de ten overstaan van de politie afgelegde verklaring van verdachte, hetgeen verdachte onder 1 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 8 december 2008 te [plaats 1], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd : "Ik maak je af";

2.

hij op 8 december 2008 te [plaats 2], [verbalisant 1], hoofdagent van politie Team Wad en Land, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 1] dreigend de woorden toegevoegd : "Kale dakdekker, ik maak je af";

3.

hij op 8 december 2008 te [plaats 2], opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten

[verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden hoofdagent van politie Team Wad en Land, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "hufters en/of homo's" en meerdere malen zijn middelvinger richting [verbalisant 1] heeft opgestoken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1 en 2, telkens: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

onder 3: Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 8 november 2008 tweemaal schuldig gemaakt aan bedreiging door zowel naar [slachtoffer] als verbalisant [verbalisant 1] "ik maak je af" te roepen. Voorts heeft verdachte - bij zijn aanhouding ter zake van de bedreiging van [slachtoffer] - die [verbalisant 1] en een andere politieambtenaar beledigd.

De geuite bedreigingen hebben gevoelens van angst en onveiligheid teweeg gebracht, met name bij aangever [slachtoffer]. Verdachte heeft bovendien de verbalisanten in hun eer en goede naam aangetast en geen enkel respect getoond voor het gezag van deze politieambtenaren.

Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 26 november 2009, waaruit blijkt dat verdachte reeds meermalen is veroordeeld ter zake van (soortgelijke) strafbare feiten.

Het hof heeft voorts rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting zijn gebleken. (Mede) ten gevolge van een echtscheiding zijn bij verdachte - onder meer - alcoholproblemen ontstaan. In geval van een probleemsituatie heeft verdachte de neiging over te gaan tot overmatig gebruik van alcohol. Op dat moment komt hij dikwijls in aanraking met politie en justitie. Zo ook in onderhavige zaak.

Verdachte heeft aannemelijk gemaakt dat hij zijn leven beter op orde heeft en wil houden. Hij heeft aangegeven zijn alcoholverslaving inmiddels min of meer onder controle te hebben. In dit kader onderhoudt verdachte tevens op regelmatige basis vrijwillig contact met de heer Hoekema van de forensisch psychiatrische thuiszorg.

De ernst van de feiten, in samenhang bezien met verdachtes justitiële verleden, rechtvaardigen in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals ook door de rechter in eerste aanleg is opgelegd. Het vorenstaande in aanmerking nemende is het hof - met de advocaat-generaal - echter van oordeel dat kan worden volstaan met een werkstraf van na te noemen duur.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 29 augustus 2007 (parketnummer 17-745029-07) heeft verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren opgelegd gekregen. Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat dit vonnis onherroepelijk is geworden op 13 september 2007 en dat de proeftijd op dezelfde datum is ingegaan. De officier van justitie heeft op 13 mei 2009 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan de bewezen verklaarde feiten.

Gebleken is dat verdachte de bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de gestelde proeftijd. Derhalve is de vordering vatbaar voor toewijzing. Onder verwijzing naar hetgeen is gerelateerd in het kader van de strafmotivering zal het hof de gevangenisstraf echter omzetten in een werkstraf van na te noemen duur.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 22c, 22d, 57, 63, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast;

gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 29 augustus 2007, met dien verstande dat deze straf zal worden omgezet in een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van zestig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde mr. Wiarda voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.