Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL2076

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-02-2010
Datum publicatie
04-02-2010
Zaaknummer
24-001669-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft een minderjarige verdachte wegens brandstichting in afvalcontainers, met uitsluitend gevaar voor die containers, meermalen gepleegd, veroordeeld tot de leerstraf Tool4U voor de duur van veertig uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie en een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van dertig uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie, met een proeftijd voor de duur van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001669-09

Parketnummer eerste aanleg: 18-640127-09

Arrest van 4 februari 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Groningen van 29 juni 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte]

geboren op [1992] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.J.E. van Haarst, advocaat te Winschoten.

Het vonnis waarvan beroep

De kinderrechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake van het primair ten laste gelegde tot een leerstraf, te weten Tools4U, voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, alsmede een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

primair;

hij in of omstreeks de periode van 1 t/m 19 december 2008 te [plaats], meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk brand heeft gesticht, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met spiritus en/of de inhoud van huisvuilcontainers, althans met (een) brandbare stof(fen), (telkens) ten gevolge waarvan huisvuil geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, (telkens) terwijl daarvan gemeen gevaar voor huisvuilcontainers, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 t/m 19 december 2008 te [plaats], meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk een huisvuilcontainer, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan de gemeente [gemeente], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) middels vuur heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

primair:

hij in de periode van 1 t/m 19 december 2008 te [plaats], meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk brand heeft gesticht, immers hebben verdachte en een of meer van zijn mededaders toen aldaar telkens opzettelijk open vuur in aanraking gebracht met spiritus en/of de inhoud van huisvuilcontainers, ten gevolge waarvan huisvuil geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor huisvuilcontainers te duchten was.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

medeplegen van opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van brandstichting in een aantal huisvuilcontainers. Verdachte en zijn medeverdachten hebben met het doel brand te stichten flessen spiritus gekocht. Zij hebben deze spiritus in betreffende containers gegoten waarna ze open vuur in aanraking hebben gebracht met de spiritus en het huisvuil.

Hierdoor is het huisvuil gaan branden en is er schade ontstaan aan die containers, waardoor de gemeente [gemeente] financieel nadeel is berokkend.

Het hof heeft kennis genomen van een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 24 november 2009, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Tevens heeft het hof kennis genomen van rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad), d.d. 20 januari 2009, 19 juni 2009 en het rapport opgemaakt ten behoeve van de zitting van 21 januari 2010. De Raad adviseert in het eerste rapport aan verdachte een taakstaf op te leggen, in de vorm van een werkstraf. In het tweede rapport adviseert de Raad de oplegging van een taakstraf in de vorm van de leerstraf Tool4U. Deze leerstraf is naar de mening van de Raad nodig om verdachte ervan te doordringen dat het delictgedrag onacceptabel is en om hem meer bewust te laten worden van zijn eigen handelen. Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij bereid is aan deze leerstraf mee te werken. In het laatgenoemd rapport zegt de Raad het advies van 29 (het hof leest: 19) juni 2009 te handhaven, doch spreekt dan van een werkstraf ?n een leerstraf.

Het hof is alles overwegende van oordeel dat in het belang van de verdere ontwikkeling van verdachte een leerstraf dient te worden opgelegd conform het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, d.d. 19 juni 2009. Daarnaast zal het hof aan verdachte, gezien de ernst van het feit en ter voorkoming van recidive, een voorwaardelijke werkstraf op leggen met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 27, 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een leerstraf, te weten een training Tools4U (8 + 4), voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van dertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast en met bevel dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter, mr. E. Pennink en mr. H. Kalsbeek, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier, zijnde mr. Pennink en mr. Kalsbeek, beiden voornoemd, buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.