Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL1727

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-02-2010
Datum publicatie
02-02-2010
Zaaknummer
24-000797-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van overtreding van artikel 9 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van veertig uren subsidiair twintig dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000797-09

Parketnummer eerste aanleg: 19-620054-09

Arrest van 2 februari 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 23 maart 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1986] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 28 uren, subsidiair 14 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

verdachte op of omstreeks 12 januari 2009, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat een op verdachtes naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, als bedoeld in artikel 15 lid 1 van het Reglement rijbewijzen, te weten de daarin onder de letter(s) a, b, c, d en/of e vermelde categorie(ën), ongeldig was verklaard en aan verdachte daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg [straat] als bestuurder een motorrijtuig van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

verdachte op 12 januari 2009, te [plaats], terwijl verdachte wist dat een op verdachtes naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, als bedoeld in artikel 15 lid 1 van het Reglement rijbewijzen, te weten de daarin onder de letters

a, b, c, d en e vermelde categorieën, ongeldig was verklaard en aan verdachte daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op de weg [straat] als bestuurder een motorrijtuig van die categorieën heeft bestuurd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 9, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 12 januari 2009 in [plaats] schuldig gemaakt aan overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 door een bestelauto te besturen, terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Verdachte heeft zich daar niks aan gelegen laten liggen en is desondanks gaan rijden. Verdachte heeft daarmee een tegen hem genomen administratieve maatregel, welke in het leven is geroepen om de verkeersveiligheid te beschermen, genegeerd.

Het hof heeft gelet op het verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie, d.d. 18 januari 2010, waaruit blijkt dat verdachte in het recente verleden meerdere keren ter zake van overtredingen van de Wegenverkeerswet is veroordeeld.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, conform de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting, in beginsel passend en geboden is.

Het hof heeft evenwel tevens in aanmerking genomen de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze door hem ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht. Het hof leidt hieruit af dat het leven van verdachte een gunstige wending lijkt te hebben genomen doordat hij zijn leefwijze heeft veranderd. Verdachte heeft mede daardoor weer een geldig rijbewijs voor de duur van een jaar verkregen. Verdachte is inmiddels als ondernemer voor zichzelf begonnen. Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf acht het hof onder deze omstandigheden niet wenselijk. Het hof is van oordeel dat kan worden volstaan met een taakstraf.

Nu een taakstraf naar haar aard een lichtere strafmodaliteit is en gelet op de recidive zoals die met betrekking tot verkeersdelicten uit de justitiële documentatie naar voren komt, is het hof van oordeel dat een hogere werkstraf dan door de advocaat-generaal is gevorderd, op zijn plaats is.

Het hof acht een werkstraf voor de duur van 40 uren geboden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. K. Lahuis in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier.

Mr. Lahuis is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

-