Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2010:BL0522

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-01-2010
Datum publicatie
25-01-2010
Zaaknummer
24-000369-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van mishandeling en (medeplegen van) diefstal veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling, hetgeen mede zal inhouden dat verdachte een CoVa-training en een leefstijltraining zal volgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000369-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-820781-08 en 17-755850-08

Parketnummer tul: 17-756174-07

Arrest van 21 januari 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 13 februari 2009 in de oorspronkelijk onder de parketnummers

17-820781-08 en 17-755850-08 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 14 augustus 2009 en 7 januari 2010.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem in zaak A en zaak B ten laste gelegde tot een leerstraf, te weten een cognitieve vaardigheidstraining voor de duur van 94 uren, te vervangen door 47 dagen hechtenis, en een leefstijltraining voor de duur van 42 uren, te vervangen door 21 dagen hechtenis. Met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van een bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 29 augustus 2008 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de proeftijd zal verlengen met één jaar.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

Zaak A

hij op of omstreeks 17 december 2008 te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]), éénmaal (met kracht) tegen het lichaam heeft geduwd en/of éénmaal (met kracht) tegen/in het gezicht, althans tegen/op het hoofd, heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Zaak B

hij op of omstreeks 4 september 2008, te of bij [plaats 2], in elk geval in de gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (vanaf de oprit bij een woning aan de [straat] aldaar) heeft weggenomen een of meer personenauto('s), te weten een Opel Corsa en/of een Opel Astra, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

Zaak A

hij op 17 december 2008 te [plaats 1], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]), éénmaal in het gezicht heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

Zaak B

hij op 4 september 2008, te [plaats 2], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (vanaf de oprit bij een woning aan de [straat] aldaar) heeft weggenomen personenauto's, te weten een Opel Corsa en een Opel Astra, toebehorende aan [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A en zaak B meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

zaak A: Mishandeling;

zaak B: Diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 17 december 2008 schuldig gemaakt aan mishandeling. Verdachte is eigenmachtig opgetreden in een conflict tussen zijn broer en aangever [slachtoffer 1], door [slachtoffer 1] in het gezicht te slaan. Door aldus te handelen heeft verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever.

Daarnaast heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een tweetal diefstallen. Op 4 september 2008 heeft verdachte twee bij een woonhuis op het erf geparkeerd staande personenauto's gestolen. Door deze delicten te plegen heeft verdachte er blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendomsrechten van anderen.

Het hof heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 9 oktober 2009, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens (soortgelijke) strafbare feiten.

In het dossier bevindt zich voorts een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 4 december 2009, opgemaakt door A. Geertsma. De rapporteur heeft verdachte omschreven als een moeilijk lerende jongeman die niet met zijn toekomst bezig is. Verdachte lijkt bij het moment te leven en overziet de consequenties van zijn gedrag niet. Hij gaat mee in delictgedrag van vrienden en schroomt niet om impulsief te handelen. Verdachte heeft een pro criminele houding en zijn veranderingsgezindheid is beperkt. Naar het oordeel van het hof is dit laatste tevens gebleken uit het feit dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 29 augustus 2008 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf - waarvan de vordering tot tenuitvoerlegging thans ook aan het oordeel van dit hof is onderworpen - opnieuw schuldig heeft gemaakt aan de in zaak A en zaak B bewezen verklaarde feiten.

Gelet op bovengenoemde constateringen met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de reclassering geadviseerd verdachte een deels (on)voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringstoezicht, hetgeen mede moet inhouden dat verdachte een cognitieve vaardigheidstraining (CoVa-training) en een leefstijltraining zal volgen.

Op grond van het vorenstaande zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals in eerste aanleg is opgelegd, een passende sanctie zijn. Hoewel de houding van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep hiertoe weinig hoop geeft, kan dit, zo heeft ook de advocaat-generaal betoogd, samenhangen met het ontbreken van voldoende vaardigheden en inzichten met het oog waarop verdachte juist trainingen moet volgen. Daarom is het hof bereid verdachte nog één kans te geven. Het hof zal de reclassering in haar strafadvies in zoverre volgen dat verdachte slechts een voorwaardelijke gevangenisstraf zal worden opgelegd, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling, hetgeen mede zal inhouden dat verdachte een CoVa-training en een leefstijltraining zal volgen.

Het hof raadt verdachte met klem aan deze laatste kans met beide handen aan te grijpen nu het thans moeilijk is voor te stellen dat verdachte in de toekomst nog op enige coulance van een rechterlijke instantie kan rekenen, mocht hij opnieuw recidiveren of de aan de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf verbonden bijzondere voorwaarde niet naleven.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 29 augustus 2008, is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 13 september 2008. De proeftijd is ingegaan op diezelfde datum. De officier van justitie vordert op 13 januari 2009 dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, ten aanzien waarvan bij voormeld vonnis bevel was gegeven dat deze voorwaardelijk niet zou worden ten uitvoer gelegd, om reden dat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het in zaak A ten laste gelegde feit.

De proeftijd zal eindigen op 12 september 2010. Nu gebleken is dat voormelde proeftijd nog niet is verstreken en het hof, gelet op het verhandelde ter 's hofs terechtzitting, onvoldoende grond aanwezig acht voormelde vordering van de officier van justitie toe te wijzen, zal het hof voormelde proeftijd verlengen met een termijn van één jaar.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14f, 57, 63, 300, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte in zaak A en zaak B ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A en in zaak B meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van drie maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling;

beveelt dat deze aanwijzingen in ieder geval zullen inhouden dat verdachte een CoVa-training en een leefstijltraining dient te volgen;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarde hulp en steun te verlenen;

bepaalt dat dit toezicht door genoemde instelling reeds tijdens de proeftijd kan worden be?indigd;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van gevangenisstraf voor de duur van drie weken, de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden van 29 augustus 2008;

verlengt de bij dit vonnis gestelde proeftijd met één jaar.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier.