Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BL7559

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-12-2009
Datum publicatie
15-03-2010
Zaaknummer
200.024.636
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betrokkene heeft oproeping voor zitting kantonrechter niet ontvangen en wil alsnog in de gelegenheid worden gesteld zijn beroep nader toe te lichten. Nu betrokkene niet verzoekt om een behandeling ter zitting van het hof, doet het hof de zaak schriftelijk af. Sanctie voor parkeren op gehandicaptenparkeerplaats. Links van de weg parkeren. Bord E6 en markering waren zichtbaar.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 12
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.024.636

14 december 2009

CJIB 117281261

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam

van 11 december 2008

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 150,- opgelegd ter zake van “Parkeren op gehand.parkeerplaats anders dan met het voor die gereserveerde gehand.parkeerplaats bestemde voertuig”, welke gedraging zou zijn verricht op 7 april 2008 om 22:09 uur op de Niersstraat te Amsterdam met het voertuig met het kenteken [AB-AB-00].

2. De betrokkene voert in zijn hoger beroepschrift aan dat hij geen oproeping voor de zitting van de kantonrechter heeft ontvangen. Dit betekent dat hij zijn standpunt niet ten overstaan van de rechter heeft kunnen toelichten. Betrokkene wil alsnog in de gelegenheid worden gesteld zijn beroep nader toe te lichten.

3. De betrokkene is in het verweerschrift van de advocaat-generaal er op gewezen dat hij het hof kan verzoeken om een mondelinge behandeling van het hoger beroep en dat deze behandeling dan zal plaatsvinden in Leeuwarden. Bij brief van 9 maart 2009 heeft de griffier van het hof de betrokkene erop gewezen hij in reactie op het verweerschrift om een zitting kan vragen en dat ingeval geen reactie op het verweerschrift wordt ontvangen het hof op basis van de voorliggende stukken uitspraak zal doen. Nu de betrokkene hierop niet heeft gereageerd, is er geen aanleiding het door hem aangevoerde op te vatten als een verzoek om een behandeling ter zitting als bedoeld in artikel 20a WAHV.

4. Ten aanzien van het argument van de betrokkene dat hij geen uitnodiging voor de zitting van de kantonrechter heeft ontvangen, overweegt het hof als volgt. Uit de stukken van het geding blijkt dat de betrokkene bij brief van 10 november 2008 is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter van 11 december 2008. Deze oproeping is verzonden naar het door de betrokkene in zijn brief van 11 september 2008 opgegeven adres, te weten [straatnaam] [huisnummer A], [postcode] [woonplaats]. Dat dit nu in hoger beroep niet het juiste adres blijkt te zijn omdat de betrokkene aan de [straatnaam] [huisnummer B] woont, dient voor zijn eigen rekening en risico te komen. Nu dit adres door hemzelf is opgegeven en de oproeping niet als onbestelbaar retour is gekomen, was er voor de kantonrechter geen aanleiding te veronderstellen dat de oproeping de betrokkene niet zou hebben bereikt. Derhalve heeft de kantonrechter terecht overwogen dat de betrokkene, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting is verschenen.

5. Met betrekking tot de tegen de opgelegde sanctie naar voren gebrachte bezwaren, overweegt het hof dat de betrokkene niet ontkent de gedraging te hebben verricht, maar dat hij zich op het standpunt stelt dat de gedraging is verricht onder omstandigheden welke het opleggen van een sanctie niet billijken. Hij heeft niet kunnen zien dat het om een gehandicaptenparkeerplaats ging. Het bord E6 was namelijk vanuit zijn rijrichting niet waarneembaar. Bovendien was de op de parkeerplaats aangebrachte markering slecht te zien. De betrokkene heeft kleurenfoto's van de betreffende locatie in het geding gebracht.

6. De op ambtsbelofte opgemaakte verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt - zakelijk weergegeven - in dat een groene Opel Astra-G-Caravan X1.6XEL met het kenteken [AB-AB-00] op een gehandicaptenparkeerplaats stond geparkeerd.

7. Gelet op de door de betrokkene niet bestreden verklaring van de verbalisant is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Derhalve dient het hof te beoordelen of er desondanks redenen zijn de sanctie te matigen.

8. De omstandigheid dat de betrokkene het betreffende bord E6 niet heeft opgemerkt en zich dus niet bewust was van de gedraging dient naar het oordeel van het hof voor zijn eigen rekening en risico te komen. Uit de door de betrokkene overgelegde foto's blijkt dat vanuit de richting waar hij vandaan kwam in elk geval zichtbaar was dat er bij de parkeerplaats, die zich voor hem aan de linkerkant van de weg bevond, een bord was geplaatst dat vanuit de tegengestelde richting leesbaar was. Voorts was ook het op de parkeerplaats zelf aangebrachte witte kruis - hoewel enigszins versleten - nog goed zichtbaar. In deze omstandigheden mocht van de betrokkene worden verwacht dat hij zich na het parkeren ervan zou vergewissen of parkeren op de betreffende parkeerplaats voor hem was toegestaan.

9. Gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen, ziet het hof geen aanleiding de sanctie te matigen en zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Rienstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.