Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BL5984

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
16-10-2009
Datum publicatie
01-03-2010
Zaaknummer
200.037.523
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Officiersappel. Sanctie ter zake van op kruising niet de richting volgen die voorsorteervak aangeeft. Rotonde is kruispunt. Indeling rotonde. Sanctie ten onrechte gematigd door kantonrechter.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5, geldigheid: 2009-10-16
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14, geldigheid: 2009-10-16
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2009-10-16
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 200.037.523

16 oktober 2009

CJIB 69124355995

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht

van 20 mei 2009

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 75,-. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 150,- opgelegd ter zake van “op een kruising niet de richting volgen die het voorsorteervak aangeeft”, welke gedraging zou zijn verricht op 28 oktober 2008 om 08.28 uur op de Kardinaal de Jongweg te Utrecht met het voertuig met het kenteken [AB-AB-00].

2. De betrokkene heeft in de procedure bij de kantonrechter aangevoerd dat zij stond voorgesorteerd in de richting rechtdoor, maar dat zij alsnog besloot rechtsaf te slaan. De inrichting van de rotonde doet namelijk vermoeden dat er nog gekozen kan worden welke richting men opgaat, aangezien de rijstrook zich afsplitst in een gedeelte rechtdoor en een gedeelte rechtsaf. Zij hoefde daardoor niet van rijstrook te wisselen om rechtsaf te gaan. Op die splitsing was ook geen doorgetrokken of onderbroken streep toegepast. Feitelijk is de betrokkene dus niet van rijstrook gewisseld, maar heeft zij de rijstrook bereden die voortkomt uit het door de betrokkene gekozen voorsorteervak.

3. De kantonrechter heeft het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in zoverre gewijzigd dat de sanctie wordt vastgesteld op € 75,-. De officier van justitie heeft in hoger beroep aangevoerd dat de kantonrechter de sanctie op onjuiste gronden heeft gematigd.

4. De betreffende gedraging is een overtreding van het voorschrift van artikel 62 in verbinding met het destijds geldende artikel 78 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Artikel 62 RVV 1990 luidt:

“Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”

Artikel 78 RVV 1990 luidde:

“Bestuurders van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen zijn verplicht op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft.”

5. Artikel 1, aanhef en onder t, RVV 1990 houdt in:

“Kruispunt: kruising of splitsing van wegen.”

6. De Nota van Toelichting bij het destijds geldende artikel 78 RVV 1990 luidt, voor zover van belang:

“Met de nieuwe tekst wordt bereikt dat de bestuurder die van voorsorteerstrook wisselt daarop kan worden aangesproken zelfs al is ter plaatse geen doorgetrokken streep toegepast. In dergelijke gevallen kan van de bestuurder immers niet worden gezegd dat hij bij het volgen van een bepaalde richting van de voorsorteerstrook gebruik heeft gemaakt omdat hij deze pas op een later moment is gaan berijden. Hiermee wordt een rustig verkeersbeeld bevorderd. Op kruispunten met voorsorteerstroken moeten bestuurders van de voorsorteerstrook die op hun richting betrekking heeft gebruik maken. Het ergerlijke rijstrook wisselen kan hiermee worden beperkt.”

7. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, houdt onder meer het volgende in:

“Betrokkene maakte gebruik van de voorsorteerstrook met een pijl die wees in de richting rechtdoor. (…) Ik zag dat betrokkene het juist voorgesorteerde verkeer op het voorsorteervak met de rijstrookpijl in de richting van rechts, in de richting van de Berekuil, middels het voorsorteervak met de rijstrookpijl in de richting van rechtdoor, in de richting van de Biltse Rading, inhaalde en op deze wijze voordrong. (…) Ik zag dat deze gedraging plaatsvond op het kruisingsvlak, (…) na het voorsorteervak.”

8. In het beroepschrift bij de officier van justitie van 23 november 2008 schrijft de betrokkene onder meer het volgende:

“Voor het betreden van de rotonde stond ik op het vak voor rechtdoor, richting de Bilt. Op het moment dat ik de rotonde opreed en mijn rijbaan zich in twee richtingen opsplitste, bedacht ik dat ik toch liever via de Satreweg (het hof leest: Sartreweg) wilde rijden. Ik gaf daarom mijn richting aan naar rechts. Ik heb de rijbaan waar ik reeds op reed naar rechts gevolgd.”

9. Blijkens de verklaring van de verbalisant, de verklaring van de betrokkene en de door de betrokkene en de officier van justitie overgelegde foto's gaat het om een rotonde met drie rijstroken. Bij elke afslag bestaat de rotonde tijdelijk uit vier rijstroken, aangezien de buitenste rijstrook ertoe dwingt de eerstvolgende afslag te nemen. De toerit naar de rotonde waar de betrokkene gebruik van heeft gemaakt, bestaat blijkens de op het wegdek aangebrachte dwangpijlen uit drie voorsorteerstroken. Het linker voorsorteervak is bestemd voor het rechtdoorgaand en linksafslaand verkeer. Het middelste voorsorteervak, waarop de betrokkene stond voorgesorteerd, is bestemd voor het rechtdoorgaande verkeer en leidt het verkeer over de middelste rijstrook van de rotonde. Bij de afslag op de rotonde naar rechts, splitst die middelste rijstrook zich in een rijstrook voor rechtdoor en een rijstrook naar rechts. Op voornoemde splitsing zijn geen wegmarkeringen aangebracht. Het rechter voorsorteervak is bestemd voor rechtsafslaand verkeer en wordt via de buitenste rijstrook direct rechtsaf geleid.

10. Het hof stelt het volgende voorop. Anders dan de kantonrechter, is het hof van oordeel dat een rotonde moet worden aangemerkt als een kruispunt en niet als een cirkelvormige weg waarop slechts éénrichtingsverkeer is toegestaan. Het betreft immers een kruising/splitsing van wegen (zie ook de definitie van rotonde in Van Dale's Groot Woordenboek der Nederlandse taal). De veronderstelling dat weggebruikers op een rotonde enkel rechtdoor kunnen rijden of rechtsaf kunnen slaan is daarom niet juist.

In het geval voor het kruispunt voorsorteerstroken zijn toegepast, houdt dat in dat bestuurders op het kruispunt de richting moeten volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevonden aangeeft. Door reeds voor het oprijden van de rotonde middels de daartoe bestemde voorsorteerstroken de gewenste richting te kiezen wordt het verkeer op een rustige en ordelijke wijze over de rotonde in de gekozen richting geleid.

11. Voor de vaststelling of de onderhavige gedraging is verricht is bepalend welke richting de betrokkene uiteindelijk heeft gevolgd, nadat zij stond voorgesorteerd in de richting rechtdoor. Dat de wegmarkering het toeliet om een andere richting te volgen, is voor die vaststelling dus niet relevant, evenmin als de omstandigheid dat niet van rijstrook hoefde te worden gewisseld. Zowel uit de verklaring van de verbalisant als uit de verklaring van de betrokkene volgt dat de betrokkene stond voorgesorteerd in de richting rechtdoor, maar dat zij op de rotonde naar rechts is afgeslagen. Derhalve heeft de betrokkene niet de richting gevolgd van het voorsorteervak.

12. Gelet op het voorgaande is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er redenen zijn de sanctie te matigen.

13. Het hof stelt vast dat uit de door de officier van justitie overgelegde foto's blijkt dat in het voorsorteervak achtereenvolgens meerdere dwangpijlen zijn aangebracht. Dat de betrokkene de dwangpijlen door verkeersdrukte niet kon waarnemen - zoals de kantonrechter stelt - acht het hof dan ook niet aannemelijk. Dit geldt temeer nu de betrokkene dat bovendien nimmer heeft aangevoerd. Uit de beroepschriften van de betrokkene volgt verder dat de betrokkene de intentie had om rechtdoor te rijden, maar dat zij op de rotonde besloot toch rechtsaf te slaan. Dat zij in verwarring zou zijn geraakt door de splitsing van haar rijstrook in twee richtingen en daardoor dacht dat zij de door haar gekozen richting rechtdoor volgde, is evenmin aannemelijk. Het enkele feit dat de betrokkene dacht dat het voor haar was toegestaan alsnog rechtsaf te slaan, geeft het hof geen aanleiding de sanctie te matigen.

14. Nu het hof geen aanleiding ziet de sanctie te matigen, kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven. Derhalve zal het hof doen wat de kantonrechter had behoren te doen, te weten het beroep ongegrond verklaren.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mrs. Poelman, Beswerda en Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.