Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK8028

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-07-2009
Datum publicatie
30-12-2009
Zaaknummer
200.024.754
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Officiersappel. Snelheid gemeten door agent die op andermans oprit stond. Voor de procedure van de betrokkene is niet relevant of de agent voor het gebruik van de oprit toestemming had van de rechthebbende. De overtreden norm beoogt het belang van de rechthebbende op de oprit te beschermen, niet de belangen van de betrokkene. Sanctie terecht opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2009-07-20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2010, 50
Module Verkeer 2009/39

Uitspraak

WAHV 200.024.754

20 juli 2009

CJIB 09106894816

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch

van 7 januari 2009

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch genomen beslissing gegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 76,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 18 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 31 mei 2007 om 11.04 uur op de Polderweg te Heusden.

2. De betrokkene heeft hiertegen aangevoerd dat de constatering van de snelheidsovertreding heeft plaatsgevonden op particulier terrein en niet op de openbare weg, nu het politievoertuig en de dienstdoende agent zich op de oprit bevonden van Polderweg 5.

3. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en heeft hiertoe het volgende overwogen:

"Betrokkene heeft een emailbericht van het BVOM Soesterberg met betrekking tot het recht tot het betreden van onder meer een privéterrein overgelegd. Hierin wordt zakelijk weergegeven verklaard dat slechts in zeer bijzondere gevallen de politie zonder toestemming van de eigenaar het erf mag betreden.

Alhoewel niet voor 100% vaststaat dat de verbalisant zich ten tijde van de meting, zonder toestemming van de eigenaar zich op een privéterrein bevond geeft het toch enige aanleiding om te twijfelen aan de manier waarop door de verbalisant bij de betrokkene de snelheidsmeting is verricht. De kantonrechter is van oordeel dat gelet op het vorenstaande betrokkene in zijn gelijk (gegrond) dient te worden gesteld."

4. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de snelheidsmeting op correcte wijze heeft plaatsgevonden, en voert daartoe het volgende aan. In de wet noch in de Aanwijzing snelheidsoverschrijding en snelheidsbegrenzers (2006A008) noch in de Regeling Meetmiddelen Politie zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de plaats vanaf waar een snelheidsmeting dient te worden uitgevoerd. Enkel van belang is dat de voertuigen welke gemeten worden zich op de openbare weg bevinden. De snelheidsoverschrijding dient te hebben plaatsgevonden op een voor het openbaar verkeer openstaande weg. Gelet op de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals vervat in het zaakoverzicht van het CJIB, blad 2 betrof het soort weg hier: een weg, een voor het openbaar verkeer openstaande weg.

Daarnaast is de officier van justitie met de kantonrechter van mening dat niet vaststaat dat de verbalisant ten tijde van de meting zich op een privéterrein bevond. Nu bovendien de snelheidsoverschrijding door betrokkene niet wordt ontkend, staat volgens de officier van justitie vast dat de gedraging door betrokkene is verricht en is er geen reden te twijfelen aan de juistheid van de verrichte snelheidsmeting.

5. De betrokkene voert aan dat het standpunt van de officier van justitie betekent dat iedere verbalisant zich onaangekondigd en zonder permissie op elk willekeurig privéterrein zou mogen ophouden voor het uitvoeren van snelheidscontroles. Het respecteren van privé eigendommen bestaat blijkbaar niet. Onder verwijzing naar een emailbericht van het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM) stelt de betrokkene vast dat de politie geen recht heeft tot het betreden van woningen en erven zonder toestemming van de bewoner/eigenaar, zeer bijzondere gevallen uitgezonderd. Snelheidsoverschrijdingen vallen niet onder zeer bijzondere gevallen. Er bestaat geen twijfel over dat de verbalisant zich op privéterrein bevond, dit is duidelijk aangetoond door middel van een kadastrale plattegrond en foto's. Er is door het openbaar ministerie geen verklaring van de eigenaar/bewoner overgelegd, zodat ervan mag worden uitgegaan dat er geen toestemming is verleend.

6. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt, naast de in de beschikking vermelde datum, tijd, plaats en het kenteken van het voertuig, onder meer het volgende in:

“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. (het hof leest: met behulp van) een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte radarsnelheidsmeter.

Gemeten (afgelezen) snelheid: 081 km per uur.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 078 km per uur.

Toegestane snelheid: 60 km per uur

Overschrijding met: 18 km per uur.

Merk / soort radar: PL II (…)

Soort weg: een weg

een voor het openbaar verkeer openstaande weg

(…)

Verklaring betrokkene:

niet opgelet.”

7. Het hof stelt vast dat de betrokkene niet ontkent op de desbetreffende plaats en tijd de maximumsnelheid overschreden te hebben, zodat vaststaat dat de gedraging is verricht.

8. Met betrekking tot de wijze waarop de gedraging is geconstateerd overweegt het hof het volgende. De betrokkene reed op een voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Polderweg te Heusden. Uit hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd leidt het hof af dat de auto van verbalisant voor driekwart op de oprit van het adres Polderweg 5 stond geparkeerd. De verbalisant heeft de snelheid van het voertuig van de betrokkene gemeten terwijl hij leunde op de motorkap van zijn auto.

9. Uit de in het dossier aanwezige stukken blijkt niet of de verbalisant toestemming van de rechthebbende op het adres Polderweg 5 had diens oprit te gebruiken voor het uitvoeren van een snelheidscontrole op de (langs diens oprit liggende) Polderweg. Naar het oordeel van het hof is dit echter in de onderhavige procedure niet relevant. Vaststaat dat het voertuig van de betrokkene ten tijde van de meting de snelheidsoverschrijding heeft begaan op een voor het openbaar verkeer toegankelijke weg. Zelfs indien de verbalisant de meting zou hebben verricht zonder toestemming van de rechthebbende op de oprit waar de verbalisant (deels) op stond geparkeerd - wat daar ook van zij - is dit niet een omstandigheid die gevolgen voor de procedure van de betrokkene kan hebben. Immers, niet gezegd kan worden dat het de betrokkene is die door het eventueel onbevoegdelijk betreden en gebruik maken van de oprit van het adres Polderweg 5 is getroffen in het belang dat de overtreden norm - in de woorden van de betrokkene het respecteren van privé-eigendom - beoogt te beschermen.

10. Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat er zodanige twijfel is aan de manier waarop de verbalisant de snelheidsmeting heeft verricht dat het beroep gegrond verklaard diende te worden. Derhalve kan die beslissing niet in stand blijven en zal het hof doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, te weten het beroep ongegrond verklaren.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mrs. Poelman, Beswerda en Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.