Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK3859

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-11-2009
Datum publicatie
19-11-2009
Zaaknummer
24-000811-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens een gewelddadige verkrachting van zijn ex-vriendin veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren. Bewijsoverweging. Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-000811-09

Parketnummer eerste aanleg: 17-880370-06

Arrest van 19 november 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van

19 maart 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1970] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in PI Noord, gevangenis de Marwei te Leeuwarden,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij en de in beslag genomen goederen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 10 september 2009 en 5 november 2009, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg op 5 maart 2009.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van vijf jaren, de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot een bedrag van € 33.347,30 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en ten aanzien van het beslag zal beslissen zoals de rechtbank heeft gedaan.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 8 december 2006 te Leeuwarden (in een woning gelegen aldaar aan de [straat]) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (met kracht) zijn penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of (met kracht) een of meer handen en/of een vuist in de vagina en/of anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] op een bed heeft geduwd en/of gelegd en/of de benen van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of haar op de buik heeft gedraaid en/of

- de benen van die [slachtoffer] heeft gespreid en/of de enkels/voeten van die [slachtoffer] heeft vastgemaakt aan het bed met spanbanden en/of

- de handen van die [slachtoffer] op haar rug heeft vastgebonden met tape en/of een riem en/of een hoofdkap op het hoofd van die [slachtoffer] heeft gezet en/of hieromheen tape heeft gewikkeld (waarbij de mond van die [slachtoffer] werd afgeplakt) en/of

- de handen van die [slachtoffer] op haar rug heeft geduwd en/of op die [slachtoffer] is gaan liggen en/of op zijn knieën achter die [slachtoffer] is gaan zitten en/of tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "Ik ga je pakken in je kont of je nou wil of niet want ik wil het" en/of "Je ligt toch vastgebonden je kan toch niks beginnen" en/of "dan stik je maar en/of "nee ik stop niet ik ga door" en/of "Ik ga je verkrachten" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- heeft verdachte met gebruikmaking van zijn psychische overwicht op die [slachtoffer] een situatie doen ontstaan waarbij zij zich niet meer aan de seksuele handelingen van verdachte kon onttrekken en/of zich hier tegen kon verzetten en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, en/of

- ten gevolge waarvan er scheurwonden van de anus en/of de endeldarm zijn ontstaan en/of twee kringspieren zijn gescheurd en/of de vagina fors is opgezwollen en/of er grote bloeduitstortingen zijn ontstaan aan de vagina en/of rond de anus en/of die [slachtoffer] een stoma heeft gekregen.

Bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal, nr. [proces-verbaal nummer 1], d.d. 9 december 2006 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 1], brigadier van Regiopolitie Fryslan, (dossierpagina 78 tot en met 82 van een dossier nr. [proces-verbaal nummer 1] van de politie Fryslan) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van [slachtoffer], afgelegd d.d. 9 december 2006:

Ik heb tot vorig jaar een relatie gehad met [verdachte]. Vanaf 17 november 2006 komt hij weer met regelmaat bij me langs. Gisteravond belde [verdachte] mij. Hij vroeg of het goed was dat hij later die avond langs zou komen. Ik vond dit wel goed. Omstreeks 22:15 uur was hij bij me in mijn woning aan de [straat] in Leeuwarden. Hij droeg een rood met grijze joggingbroek. Daaronder droeg hij geen onderbroek, wat me verbaasde. Hij droeg een donkerblauw sweatshirt met capuchon. Verder droeg hij rood met witte sportschoenen.

We praatten wat. We kwamen in de slaapkamer terecht omdat ik hem wat wilde laten zien. Toen zei [verdachte] dat hij mij in mijn kont wilde neuken. Ik zei dat ik dit niet wilde. Hij duwde me op het bed op pakte mijn benen vast. Ik werd op mijn buik gedraaid. Hij maakte mijn enkels vast met spanbanden. Ik lag dus wijdbeens op mijn buik op het tweepersoonsbed in mijn slaapkamer. De banden maakte hij aan mijn lattenbodem vast door mijn matras wat op te tillen. Hij bond mijn polsen bijeen. Ik voelde dat hij me van achteren vaginaal penetreerde. Ik wilde me losmaken maar dit lukte niet. Ik ben klein van stuk en heb niet veel kracht. [verdachte] is veel groter en sterker dan ik. Ik kon geen kant uit. Ik begon te schreeuwen dat ik dit niet wilde. Volgens mij heeft hij wel een zaadlozing gehad. Toen voelde ik dat hij met zijn handen probeerde mijn vagina binnen

te dringen. Ik voelde een onnoemelijke pijn en begon te schreeuwen en te gillen. Ik riep dat ik wilde dat hij ophield, maar hij ging door. Ik voelde dat hij doorging om met zijn vuist of zijn hele hand mijn vagina binnen te dringen. Ik voelde hevige pijn. Daarna voelde ik dat hij dit ook bij mijn anus deed. Ik voelde dat hij met zijn gehele hand of vuist of mogelijk met twee handen mijn anus binnen drong. Ik ging bijna van mijn stokje door de helse pijn die ik voelde. Toen hij ophield, maakte hij me los. Het was ongeveer 23:30 uur toen [verdachte] mijn woning verliet.

2. Een proces-verbaal, nr. [proces-verbaal nummer 2], d.d. 10 december 2006, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 2], hoofdagent van politie en [verbalisant 3], brigadier van politie, beiden werkzaam bij Team Leeuwarden van de regiopolitie Fryslan, (pagina 84 tot en met 87 van het onder 1. genoemde dossier) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van [slachtoffer], afgelegd d.d. 10 december 2006:

Toen [verdachte] en ik op 8 december 2006 in mijn slaapkamer waren wilde hij seks met mij. Ik wilde geen seks met hem omdat ik nog ongesteld was. Ik vertelde hem dit. Hij zei dat hij mij nu wilde. Ik ben bang om hem kwijt te raken als ik niet doe wat hij zegt en wil. Hij zegt meestal als ik niet doe wat hij wil dat ik dan niet van hem houd. Dus toen hij mij vroeg om me uit te kleden, heb ik daar aan toe gegeven. Ik heb mij vervolgens zelf uitgekleed. Terwijl ik mij uitkleedde, kleedde [verdachte] zich ook uit.

Hij legde mij op het bed neer. Ik lag op mijn buik op het dekbed. Hij heeft toen mijn voeten vastgebonden met spanbanden. Daarna heeft hij mijn handen op mijn rug vastgebonden. Hij zette mij toen ook nog een hoofdkap op. Deze kap had alleen gaten voor de mond en de neus. Tot nu toe was de wijze waarop hij mij behandelde nog steeds volgens de spelletjes die wij samen hadden afgesproken in eerdere seksuele spelletjes. Terwijl hij met mij bezig was zei hij dat hij mij in mijn kont wilde neuken. Ik zei dat ik dat niet wilde. Ondanks dat ik niet wilde zei hij: "Ik ga je pakken in je kont of je nou wil of niet, want ik wil het". Ik probeerde van hem weg te draaien en deels op mijn zij te komen. Hij had me nu echter veel vaster gebonden dan anders. Ik kon mij bijna niet bewegen. Hij duwde mijn handen steeds verder op mijn rug wat erg pijnlijk was. De houding van [verdachte] werd nu duidelijk dwingender. Hij lag boven op mij en begon mij in mijn vagina te penetreren. Ik heb hem meerdere malen gevraagd of hij wilde stoppen. Het deed namelijk pijn. Op een bepaald moment nam hij mij ook in mijn anus. Ik schreeuwde het uit van de pijn. Ik smeekte hem om te stoppen. Hij zei dat als ik mij niet stilhield hij mijn mond zou afplakken met tape. Ook zei hij: "Je ligt toch vastgebonden je kan toch niks beginnen". Ik bleef schreeuwen van de pijn. [verdachte] heeft toen tape over de hoofdkap gewikkeld over mijn mond. Ik kon bijna geen adem meer krijgen. Ik dacht dat ik zou stikken en werd erg bang. Hij zei: "Dan stik je maar", en ging gewoon door.

Terwijl hij met mij bezig was heeft hij mij zowel met zijn lul als met zijn handen gepenetreerd. Hij probeerde soms zelfs met beide handen in mij te komen. Hij nam mij in de vagina en de anus. Hij zei: " Nee, ik stop niet, ik ga door". Hij lag steeds boven op mij maar heeft ook een paar keer op zijn knieën achter mij gezeten.

3. Een proces-verbaal, R.C. nr. [proces-verbaal nummer 4], d.d. 21 maart 2007, (zich bevindende in de map 'gerechtelijk onderzoek' ) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van [slachtoffer], afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 9 maart 2007 en 21 maart 2007:

Op 8 december 2006 heeft [verdachte] mij gebeld en zei hij dat hij die avond om 22:00-22:15 uur zou langskomen. Eerst belde hij op mijn mobiel. Omdat ik niet goed kon horen wat hij zei, vroeg ik of hij op de mobiel van mijn dochter [dochter] kon bellen. Hij heeft gelijk teruggebeld op haar mobiel. Het was een kort gesprek.

Hij kwam tussen 22:00 uur en 22:15 uur. Toen ik op het bed lag, zei [verdachte] dat hij mij ging verkrachten. Dit zei hij nadat ik mijn kleren had uitgetrokken. Ik dacht nog: dat doet hij vast niet. Hij heeft mij vervolgens vastgebonden. Mijn handen bond hij met een glazenwassersriem tegen elkaar op mijn rug. Hij ging tussen 23:15 en 23:30 uur weg. In de weken voor mijn verkrachting heb ik sms'jes van [verdachte] ontvangen. Precies weet ik niet meer wat er in stond. Hij sms'te dat hij van mij hield.

4. Een geschrift, zijnde een verslag, d.d. 4 januari 2007, opgemaakt door B.A.A.L. Roescher, arts GGD Fryslan, inhoudende een verslag letselonderzoek - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende (los document in zaaksdossier):

Beschrijving van letsel van [slachtoffer]: ernstig letsel van de anus met zes scheuren in anus endeldarm, de anuskringspier sluit niet goed meer. Rond de vagina en anus forse zwellingen met flinke bloeduitstortingen. Rond beide polsen en enkels striemen.

5. Een geschrift, d.d. 23 maart 2007, opgemaakt door dr. J.P.E.N. Pierie, chirurg, inhoudende een poliklinische brief - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende (in bundel medische gegevens van behandelende artsen, bevindt zich in zaaksdossier):

[slachtoffer] heeft een forse sfincter ani (het hof begrijpt: de kringspier

rond anus) letsel.

Endo-echo: groot sfincterdefect.

[slachtoffer] is nu al drie maanden niet continent, derhalve is het spontane herstel van de sfincter zeer onwaarschijnlijk. Wij zullen een stoma aanleggen.

6. Een geschrift, d.d. 20 april 2007, opgemaakt door dr. J. van Gucht, arts assistent chirurg, inhoudende een poliklinische brief - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende (in bundel medische gegevens van behandelende artsen, bevindt zich in zaaksdossier):

[slachtoffer] onderging op 13-04-2007 een operatie. Hierbij werd een colostoma aangelegd.

7. Een geschrift, zijnde een verslag, d.d. 31 maart 2008, opgemaakt door H. van Venrooij, forensisch geneeskundige, werkzaam bij het NFI, inhoudende een verslag letselbeoordeling op basis van fotomateriaal en medische informatie, betreffende [slachtoffer] - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende (los document in zaaksdossier):

Bij [slachtoffer] werden op 9 december 2006 verwondingen aan de uitwendige geslachtsorganen gediagnosticeerd die bestonden uit bloeduitstortingen en daaraan gerelateerde zwellingen. De gynaecoloog stelde een aantal weefselverscheuringen uitgaande van de anus vast. Ook werd een verscheuring van de wand van de endeldarm gediagnosticeerd. Zowel op grond van haar lichamelijke klachten als op grond van aanvullende onderzoeken werd(en) een ernstige beschadiging c.q. verscheuringen van de anale sluitspieren met volledige incontinentie voor ontlasting vastgesteld. Hiervoor werd een tijdelijke operatieve interventie gepleegd door het aanleggen van een darmstoma.

8. Een proces-verbaal, nr. [proces-verbaal nummer 5], d.d. 10 december 2006, op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 4], hoofdagent van politie, en [verbalisant 1], brigadier van politie, beiden werkzaam bij de regiopolitie Fryslan, (pagina 148 tot en met 160 van het onder 1. genoemde dossier) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van verdachte, afgelegd d.d. 10 december 2006:

Ik woon in de [adres] te Leeuwarden. Op 8 december 2006 droeg ik 's avonds toen ik ging hardlopen witte sportschoenen, een rode joggingbroek en een fleecetrui met een capuchon. Ik had geen onderbroek aan. Daar ren ik meestal in. U vraagt mij wie dat allemaal weten. Alleen [partner], mijn vriendin.

9. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting afgelegd ter terechtzitting van het hof d.d. 5 november 2009, - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[slachtoffer] en ik woonden op 8 december 2006 inderdaad dicht bij elkaar. [straat 2] bevindt zich vlakbij mijn woning.

10. Een proces-verbaal, nr. [proces-verbaal nummer 3], d.d. 10 december 2006, op ambtsbelofte/ambtseed opgemaakt door [verbalisant 5], brigadier van politie, werkzaam bij Team Wad en Land en [verbalisant 6], hoofdagent van politie, werkzaam bij Team Leeuwarden van de regiopolitie Fryslan, (pagina 107 tot en met 112 van het onder 1. genoemde dossier) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van [partner], afgelegd d.d. 10 december 2006:

[verdachte] is mijn huidige vriend. Wij wonen samen. [verdachte] is op 8 december 2006 om 22:15 uur de deur uitgegaan. Normaal gaat hij altijd vroeger hardlopen, maar hij was deze vrijdag wat later. Hij draagt altijd een rode joggingbroek en een blauwe trui met een capuchon. Ik heb hem die avond weg zien gaan. Normaal heeft hij altijd zijn handen ingezwachteld, omdat hij na het hardlopen thuis gaat boksen. Die avond had hij geen boksbandage om zijn handen gebonden.

11. Een proces-verbaal, nr. [proces-verbaal nummer 6], d.d. 22 december 2006, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 7] en [verbalisant 8], beiden brigadier van politie en werkzaam bij de regiopolitie Fryslan, (pagina 113 tot en met 116 van het onder 1. genoemde dossier) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van [partner], afgelegd d.d. 21 december 2006:

Het nummer van [verdachte] is [telefoonnummer 1].

12. Een proces-verbaal, nr. [proces-verbaal nummer 7], d.d. 27 december 2006, op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 9] en [verbalisant 10], beiden brigadier van politie en werkzaam bij regiopolitie Fryslan, (pagina 169 tot en met 171 van het onder 1. genoemde dossier) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van verdachte, afgelegd op 27 december 2006:

U leest mij het telefoonnummer [telefoonnummer 1] voor. Als mijn vriendin [partner] u zegt dat dat mijn nummer is, dan zal dat wel kloppen.

13. Een proces-verbaal, nr. [proces-verbaal nummer 8], d.d. 12 december 2006, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 8], voornoemd, (pagina 134 tot en met 137 van het onder 1. genoemde dossier) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Als verklaring van [slachtoffer], afgelegd op 11 en 12 december 2006:

Mijn zus is [slachtoffer]. Haar telefoonnummer is [telefoonnummer 2].

14. Een proces-verbaal, nr. [proces-verbaal nummer 9], d.d. 22 januari 2007, op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 9], beiden voornoemd, (pagina 41 tot en met 54 van het onder 1. genoemde dossier) hetwelk, - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Lopende het onderzoek werden diverse gsm's onderzocht door de digitale recherche. Na onderzoek aan de gsm van [slachtoffer] met het nummer [telefoonnummer 2] bleek het volgende. In de periode van 27 november 2006 tot en met 2 december 2006 bleken er sms'jes te zijn verzonden met de gsm van verdachte [verdachte] naar de gsm van aangeefster [slachtoffer]. De gsm die onder [verdachte] in beslag is genomen heeft het nummer [telefoonnummer 1]. Ook de gsm van [dochter], de dochter van aangeefster [slachtoffer], is onderzocht. Zij heeft als nummer: [telefoonnummer 3]. Met toestemming van de officier van justitie, H. Mous, werden de historische telefoongegevens van [verdachte] met het nummer [telefoonnummer 1] opgevraagd. Hiervoor werd een vordering ex artikel 126n van het Wetboek van Strafvordering opgemaakt. Uit de verstrekte gegevens is gebleken dat met het bovengenoemde telefoonnummer van [verdachte] op 8 december 2006 twee keer is gebeld naar het gsm-nummer van aangeefster [slachtoffer], te weten het nummer [telefoonnummer 2], en eenmaal naar het nummer van de dochter van [slachtoffer], [dochter], te weten het nummer [telefoonnummer 3].

15. Een geschrift, zijnde een uitdraai gegevens SIM kaart Nokia 6510 (als bijlage [bijlage nummer] bij een proces-verbaal, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 11], hoofdagent van politie, werkzaam als Digitaal Rechercheur bij de Afdeling Recherche Cluster Noord van de regiopolitie Fryslan, d.d. 12 december 2006, pagina 290 tot en met 303 van het onder 1. genoemde dossier) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Onderzoek aan GSM telefoon met IMEI nummer [nummer];

Short messages :

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 27-11-06 11:25:31

"ze krijgt een nieuw bed en we moeten kijken voor andere meubels voor haar maar dan gaan we wel maar ikea toe in Groningen dan kan ze zelf uitzoeken wat z"

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 27-11-06 11:25:41

"kan ook vriendinen maken"

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 27-11-06 11:35:03

"en als het zover is gaan ze met zijn allen in nette kleding op de foto die laat ik dan uit vergrooten en die wil ik in de kamer hoven de schouw als jij d"

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 27-11-06 11:35:06

"at goed vind wand woensdag is alles ook van jou ik heb de bank gebeld ze moeten een zamen leven contract hebben dan kan je een bank pasje krijgen dat doe"

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 27-11-06 11:35:09

"n we later dan wel ik heb er echt zin in"

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 27-11-06 14:34:23

"Als ik bij jou onder de douch weg kom doe ik een speciaal regen pak aan met een hoofd kapje zo zit ik ook altijd in de sex kamer maar een harde porno fi"

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 27-11-06 14:34:26

"lm te kijken en denk dan aan jou mooie slanke lekkere sexzie lichaam"

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 01-12-06 07:29:33

"nd gaatje ik wil gewoon in je kond ik kan niet wachten ik wil je op mijn manier pakken ik zie je meschien van het weekeind we moeten wel rustig aan "

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 01-12-06 07:29:36

"doen anders valt het op dat tij wat hebben en dat moet niet"

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 01-12-06 11:49:12

"er en wat zij nog in onze slaap kamer hebben"

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 02-12-06 17:50:01

"een zin in straks sta ik op straat en dan kom ik echt niet bij jou wonen als ik nu weer wat hoor gaat het feest niet door je moet het toch eens een keer

Originating address

Number: [telefoonnummer 1]

Service centre timestamp: 02-12-06 17:50:04

"leren je moet mij de eerste tijd maar niet smsen anders gaat het verkeerd ik sms ook niet meer ik bel je wel vande week gr

16. Een geschrift, inhoudende gegevens telefoonaansluiting (als bijlage bij een vordering verstrekking verkeersgegevens (mobiele of vaste telefoon), namens H.J. Mous, officier van justitie, d.d. 5 januari 2007, (pagina 75 tot en met 77 van het onder 1. genoemde dossier) hetwelk - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudt:

Telefoonnummer: [telefoonnummer 1]

Uitgaand gesprek

Naar telefoonnummer: [telefoonnummer 2]

Datum: 08-12-2006

Tijdstip: 16:59:56

Duur: 6

Straat: [straat 2]<> [straat 3]

Telefoonnummer: [telefoonnummer 1]

Uitgaand gesprek

Naar telefoonnummer: [telefoonnummer 2]

Datum: 08-12-2006

Tijdstip: 17:00:28

Duur: 35

Straat: [straat 2]<> [straat 3]

Telefoonnummer: [telefoonnummer 1]

Uitgaand gesprek

Naar telefoonnummer: [telefoonnummer 3]

Datum: 08-12-2006

Tijdstip: 17:03:35

Duur: 165

Straat: [straat 2]<> [straat 3]

Bewijsoverweging

Door en namens verdachte is ter zitting van het hof aangevoerd, dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Verdachte heeft ontkend [slachtoffer] op 8 december 2006 te hebben verkracht. De verklaringen van aangeefster dienen als onbetrouwbaar terzijde te worden geschoven. Bovendien heeft verdachte een alibi, aldus de raadsman.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Hoewel de verklaringen van aangeefster [slachtoffer], die in de loop van bijna drie jaren sinds de gebeurtenis op 8 december 2006 door haar zijn afgelegd, op ondergeschikte punten verschillen, zijn ze in grote lijnen helder en consistent. Zij heeft ten aanzien van de punten uit haar verklaringen die wél verschillen, ter zitting van het hof verklaard dat zij in de periode na 8 december 2006 erg in de war is geweest door wat haar was overkomen, en dat zij het nog steeds moeilijk vindt om de gebeurtenissen weer naar boven te halen. Het hof beschouwt dit als een aannemelijke verklaring voor het feit dat haar verklaringen op een aantal details verschillen. Dat geldt ook voor het door haar genoemde tijdstip, waarop verdachte haar - voor zijn komst op 8 december 2006 - zou hebben gebeld. Uit verkregen informatie (bewijsmiddel 16) is gebleken dat zij zich in het tijdstip heeft vergist. Dit doet aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen als geheel geen afbreuk. Het hof acht haar verklaringen betrouwbaar, te meer nu deze steun vinden in andere bewijsmiddelen.

Ten eerste worden de verklaringen van aangeefster ondersteund door de geneeskundige verklaring d.d. 4 januari 2007 (bewijsmiddel 4). Hieruit blijkt van ernstig letsel van aangeefster op 9 december 2006 in en rond haar vagina en endeldarm/anus. Tevens blijkt hieruit van letsel rond haar enkels en polsen. Op verzoek van het OM is onderzoek gedaan naar de vraag "Of het mogelijk is dat een persoon zich dergelijk letsel zelf toebrengt". Een forensisch geneeskundige van het NFI heeft hiertoe het rapport d.d. 10 mei 2007 uitgebracht.1 Hierin wordt geconcludeerd dat er bij aangeefster [slachtoffer] "geen (sprake van een) psychiatrisch toestandsbeeld is". Ook wordt geconcludeerd dat het "uitermate onwaarschijnlijk is dat een vrouw die in het bezit is van haar geestelijke vermogens, zichzelf dergelijke ernstige, invaliderende en gecombineerd vaginale en anorectale letsels kan toebrengen, temeer omdat er in de medische gegevens met betrekking tot de voorgeschiedenis van [slachtoffer] geen eerdere vermeldingen van incidenten met vaginale en/of anorectale letsels zijn die zouden kunnen passen bij een dissociatieve stoornis of een psychotische decompensatie." Hierbij zij opgemerkt dat - in weerwil van wat de raadsman hierover ter zitting van het hof naar voren heeft gebracht - er in dit rapport geen onderscheid wordt gemaakt tussen het opzettelijk dan wel niet-opzettelijk toebrengen van dergelijke letsels. Hieruit volgt dat aangenomen kan worden dat een ander dan aangeefster haar deze letsels heeft toegebracht.

Ten tweede blijkt de verklaring van verdachte omtrent de kleding die hij op de avond van 8 december 2006 droeg (sportschoenen, een rode joggingbroek en een fleecetrui met een capuchon, geen onderbroek) overeen te komen met de verklaringen van aangeefster. Dit is opmerkelijk omdat verdachte naar zijn zeggen maandenlang geen contact meer met aangeefster zou hebben gehad.

Daarnaast geven de gespreksgegevens van de telefoon van verdachte, die de officier van justitie te Leeuwarden van KPN heeft gevorderd en gekregen (bewijsmiddel 16), steun aan de verklaringen van aangeefster voor zover zij zegt dat verdachte haar op 8 december 2006 een aantal malen heeft gebeld om een afspraak met haar te maken om die avond bij haar langs te komen. Uit die gegevens blijkt dat met de telefoon van verdachte op 8 december 2006 tweemaal kort naar de telefoon van aangeefster is gebeld en éénmaal wat langer naar de telefoon van de dochter van aangeefster. Daarnaast blijkt uit die gegevens dat verdachtes mobiele telefoon tijdens deze telefoontjes naar aangeefster de telefoonpaal die staat aan de [straat 2]/[straat 3] heeft aangestraald. Dit is vlak bij de woning van verdachte. Verdachte2 én zijn partner [partner]3 hebben verklaard dat verdachte op het tijdstip dat de telefoontjes volgens de verkregen informatie zijn gepleegd, thuis was. Bovendien heeft verdachte naar eigen zeggen zijn telefoon niet uit handen gegeven en is hij deze nog nooit kwijt geweest.4 Het verweer van de raadsman dat niet kan worden vastgesteld dat met verdachtes telefoon op 8 december 2006 naar de telefoon van aangeefster is gebeld omdat verdachte op die dag geen beltegoed had, mist feitelijke grondslag, nu uit het dossier niet blijkt dat verdachte geen beltegoed had op het moment dat vanaf verdachtes telefoon naar de telefoon van aangeefster is gebeld. Op grond van voorgaande stelt het hof vast dat het verdachte is geweest die met zijn telefoon op 8 december 2006 naar aangeefster heeft gebeld en dat hij dat deed om een afspraak te maken voor die avond.

Verder is relevant de uitdraai gegevens SIM-kaart van de gsm van aangeefster (bewijsmiddel 15). Daaruit blijkt dat de verklaring van aangeefster dat verdachte en zij in de weken voor de ten laste gelegde gedragingen weer contact hadden, klopt. Verdachte heeft ontkend deze sms'jes naar aangeefster te hebben verstuurd. Opvallend is echter dat verdachte tijdens een schrijftest bij de politie het woord "misschien" schreef als "meschien".5 Deze laatste - opvallende - schrijfwijze werd ook gehanteerd in een sms die op 1 december 2006 vanaf de telefoon van verdachte naar de telefoon van aangeefster is gestuurd. Mede gelet op de al eerder aangehaalde verklaring van verdachte dat hij zijn telefoon niet uit handen geeft of is kwijt geweest stelt het hof vast dat het verdachte is geweest die de sms'jes vanaf zijn telefoon naar de telefoon van aangeefster heeft gestuurd.

Geen van de uitgevoerde DNA-onderzoeken heeft verdachte met de vereiste mate van zekerheid kunnen aanwijzen als donor van celmateriaal dat is aangetroffen op het dekbedovertrek van aangeefster. De onderzoeken sloten verdachte echter ook niet uit.

Voor een bewezenverklaring zou - ondanks dit alles - geen plaats zijn indien verdachte een (waterdicht) alibi heeft. Verdachte heeft bij de politie aangegeven dat hij [getuige 1] is tegengekomen toen hij op 8 december 2006 aan het hardlopen was en dat zij met elkaar hebben gesproken. [getuige 1] is hierover door de politie gehoord. Hij heeft verklaard dat hij verdachte op de bewuste avond niet is tegengekomen. Hij heeft dit ter zitting in eerste aanleg - onder ede - herhaald. [getuige 1] heeft in deze zaak - in tegenstelling tot verdachte - naar redelijkerwijs valt aan te nemen geen belang bij het verbloemen van de waarheid omtrent zijn bezigheden op 8 december 2006. Nu deze verklaringen van [getuige 1] en verdachte lijnrecht tegenover elkaar staan beschouwt het hof de verklaring van verdachte op dit punt als ongeloofwaardig.

Verder heeft de getuige [getuige 2] bij de politie en later bij de rechter-commissaris verklaard dat zij verdachte op 8 december 2006 tussen 22:45 en 22:50 uur in zijn woonkamer heeft zien zitten. Zij heeft dit ter terechtzitting van het hof onder ede herhaald.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende. [getuige 2] heeft op woensdag 13 december 2006 van [partner] (de partner van verdachte) gehoord dat verdachte was aangehouden door de politie en waarom dit was gebeurd. [partner] heeft haar het hele verhaal verteld. Het hof gaat ervan uit dat de getuige oprecht meent dat zij verdachte die avond op dat tijdstip in zijn woonkamer heeft zien zitten.

Gelet echter op

1. de (betrouwbaar geachte) verklaringen van aangeefster dat de verkrachting - door verdachte - op datzelfde tijdstip bij aangeefster thuis heeft plaatsgevonden;

2. de verklaring van [partner] (afgelegd op 10 december 2006) dat verdachte op 8 december 2006 om 22:15 uur - later dan normaal - de woning heeft verlaten én haar verklaring dat verdachte "altijd drie kwartier tot een uur hardloopt"6;

3. de verklaring van verdachte (afgelegd bij de rechter-commissaris op 12 december 2006) inhoudende: "U vertelt mij dat de tijden die mijn vriendin heeft verteld waarop ik ben gaan lopen en de tijden die ik aan de politie heb gegeven, niet op elkaar aansluiten. Daarover heb ik met mijn advocaat nog gesproken. Ik wil u daarover het volgende zeggen: ik heb zelf die avond een vlugge blik geworpen op de klok. Ik denk dat de tijden van mijn vriendin het dichtst bij de waarheid liggen";

concludeert het hof dat het niet anders kan dan dat [getuige 2] zich ofwel in de dag ofwel in het tijdstip heeft vergist. Van een alibi is dus geen sprake.

Concluderend acht het hof de verklaringen van aangeefster betrouwbaar. Daarnaast worden haar verklaringen op voldoende punten ondersteund door ander bewijs. Verdachte heeft geen alibi. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich op 8 december 2006 schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [slachtoffer]. Het hof verwerpt de gevoerde verweren.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 8 december 2006 te Leeuwarden (in een woning gelegen aldaar aan de [straat]) door geweld en (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis in de vagina en anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en een of meer handen en/of een vuist in de vagina en anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] op een bed heeft geduwd of gelegd en de benen van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en haar op de buik heeft gedraaid en

- de benen van die [slachtoffer] heeft gespreid en de enkels/voeten van die [slachtoffer] heeft vastgemaakt aan het bed met spanbanden en

- de handen van die [slachtoffer] op haar rug heeft vastgebonden met een riem en een hoofdkap op het hoofd van die [slachtoffer] heeft gezet en hieromheen tape heeft gewikkeld (waarbij de mond van die [slachtoffer] werd afgeplakt) en

- de handen van die [slachtoffer] op haar rug heeft geduwd en op die [slachtoffer] is gaan liggen en op zijn knieën achter die [slachtoffer] is gaan zitten en tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "Ik ga je pakken in je kont of je nou wil of niet want ik wil het" en "Je ligt toch vastgebonden je kan toch niks beginnen" en "dan stik je maar en "nee ik stop niet ik ga door" en "Ik ga je verkrachten" en

- ten gevolge waarvan er scheurwonden van de anus en de endeldarm zijn ontstaan en twee kringspieren zijn gescheurd en de vagina fors is opgezwollen en er grote bloeduitstortingen zijn ontstaan aan de vagina en rond de anus en die [slachtoffer] een stoma heeft gekregen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

verkrachting.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich op 8 december 2006 schuldig gemaakt aan verkrachting van [slachtoffer]. [slachtoffer] was zijn ex-vriendin, met wie in hij de weken voorafgaand aan

8 december 2006 weer contact onderhield. Die avond was verdachte bij [slachtoffer] op bezoek. Nadat zij wellicht aanvankelijk (min of meer) vrijwillig instemde met een vrijpartij heeft verdachte aangeefster - die weerloos vastgebonden op haar eigen bed lag - op een gruwelijke manier en langdurig verkracht. Hij heeft hierbij met zijn penis en zijn hand/vuist aangeefster vaginaal en anaal gepenetreerd. De gruwelijkheid van de verkrachting blijkt al uit het ernstige lichamelijke letsel dat aangeefster aan het handelen van verdachte heeft overgehouden. Zij had naast zwellingen en bloeduitstortingen rond vagina en anus meerdere weefselscheuringen van haar anus en een verscheuring in de wand van haar endeldarm. Tevens werd een ernstige beschadiging van de anale sluitspieren met als gevolg volledige incontinentie voor ontlasting vastgesteld. Hierdoor heeft aangeefster vijftien maanden lang een stoma moeten dragen en meerdere ingrijpende operaties moeten ondergaan. Er is onder meer een spier uit haar dijbeen gehaald teneinde haar beschadigde anale sluitspieren te vervangen. Los van het lichamelijke letsel wordt een ervaring als deze in het algemeen door slachtoffers van zedendelicten als zeer ingrijpend ervaren en brengt nadelige psychische gevolgen van lange duur met zich. Dat dit ook voor aangeefster geldt blijkt uit haar ter zitting van het hof afgelegde verklaring waarin zij onder meer heeft aangegeven dat zij tot op de dag van vandaag geen seksuele relatie met iemand durft aan te gaan.

Verdachte heeft, door aldus te handelen, de belangen van het slachtoffer volledig veronachtzaamd en een zeer ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en psychische integriteit. Verdachte heeft slechts oog gehad voor het bevredigen van zijn eigen seksuele behoeften. Verdachte heeft steeds hardnekkig ontkend de dader te zijn. Hierdoor heeft het hof geen inzicht kunnen krijgen in de persoon van verdachte en in de vraag hoe het zover heeft kunnen komen.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 3 juli 2009 - niet eerder is veroordeeld.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur - zoals opgelegd door de rechter in eerste aanleg - passend en noodzakelijk is. Daaraan ligt het volgende ten grondslag. Bij het bepalen van de strafmaat in verkrachtingszaken wordt als uitgangspunt genomen de landelijke oriëntatiepunten die voor een verkrachting op twee jaren gevangenisstraf zijn bepaald. Gelet op de wijze van het seksueel binnendringen en het lichamelijke letsel van aangeefster doet een verhoging van de strafmaat met twee jaren ten opzichte van de landelijke oriëntatiepunten recht aan voormelde feiten en omstandigheden. Het hof ziet op grond van voorgaande geen aanleiding voor het opleggen van een (nog) langere gevangenisstraf zoals gevorderd door de advocaat-generaal.

Benadeelde partij [slachtoffer]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zij haar vordering naar het hof begrijpt ter zitting van de rechtbank heeft beperkt tot een bedrag van € 33.347,50,- en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Voor zover de benadeelde partij in het geding in hoger beroep haar vordering heeft vermeerderd (met de wettelijke rente, althans een inflatiecorrectie), dient zij met betrekking daartoe niet-ontvankelijk te worden verklaard, aangezien een benadeelde partij haar in eerste aanleg gevoegde vordering in het geding in hoger beroep niet kan vermeerderen.

De vordering is van de zijde van verdachte voor zover het de hoogte betreft niet weersproken. Derhalve kan deze - nu het hof het feit bewezen acht - worden toegewezen tot een bedrag van € 33.347,50.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Aan verdachte zal daarnaast de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van het toegewezen bedrag ten behoeve van voornoemd slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan verdachte van:

de voorwerpen bij verdachte in beslag genomen, voor zover nog niet aan hem teruggegeven;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van drieëndertigduizend driehonderdzevenenveertig euro en vijftig cent;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van drieëndertigduizend driehonderdzevenenveertig euro en vijftig cent ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tweehonderdeneen dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. G. Dam, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde mr. Dam voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Rapport NFI, door H. van Venrooij, forensisch geneeskundige, met consultatie van dr. H.W. van Lunsen en prof. dr. M.P.M. Burger.

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 10 december 2006, p. 158/159 van het politiedossier.

3 Proces-verbaal van verhoor van [partner] d.d. 10 december 2006, p. 110 van het politiedossier.

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 10 december 2006, p. 156 van het politiedossier.

5 Bijlage bij een proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 188 van het politiedossier.

6 proces-verbaal van verhoor van [partner] d.d. 21 december 2006, p. 114 van het politiedossier.