Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2995

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
24-003054-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van diefstal in een woning veroordeeld tot een werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003054-08

Parketnummer eerste aanleg: 18-630384-08

Arrest van 11 november 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 5 december 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1966] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. U. van Ophoven,

advocaat te Leek.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft op de vordering van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van de ten laste gelegde diefstal zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 80 uren en de vordering van de benadeelde partij ad € 1.868,= zal toewijzen tot een bedrag van

€ 427,= en een schadevergoedingsmaatregel zal opleggen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

De politierechter heeft het ten laste gelegde verbeterd gelezen. Aldus verbeterd gelezen is aan verdachte ten laste gelegde, dat:

hij op of omstreeks 29 juli 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een aan de [straat] gelegen wonig heeft weggenomen een paspoort, een laptop, een rijbewijs, een beeldscherm, een of meer decoders, een horloge, een DVD-recorder, een of meer telefoons, een PC en/of een of meer pakjes sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of valse sleutel.

Het hof leest het woord "wonig" in het ten laste gelegde verbeterd in "woning", zijnde hier sprake van een kennelijke misslag, door verbeterde lezing waarvan verdachte niet in zijn belangen wordt geschaad.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 29 juli 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een aan de [straat] gelegen woning heeft weggenomen een paspoort, een laptop, een rijbewijs, een beeldscherm, decoders, een horloge, een DVD-recorder, telefoons en een PC, toebehorende aan

[benadeelde].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 29 juli 2008 in een woning diverse goederen weggenomen. Door het plegen van dit feit heeft verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 juli 2009 blijkt, dat verdachte vele malen ter zake van het plegen van strafbare feiten, waaronder meermalen ter zake van een soortgelijk feit als bewezen is verklaard, tot straffen is veroordeeld. Deze straffen hebben verdachte niet weerhouden het hiervoor bewezen verklaarde feit te begaan.

Op grond van het vorenstaande acht het hof de oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel geboden.

Hier staat echter het volgende tegenover.

Verdachte is in een andere strafzaak in contact gekomen met de zorginstelling Lentis. Hij heeft elke week een gesprek met een vaste medewerker van die instelling, die hem begeleidt. Verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard, dat hij een goede indruk heeft van die zorginstelling en dat hij baat heeft bij de gesprekken die hij wekelijks met die vaste medewerker voert.

Verdachte heeft een woning toegewezen gekregen, heeft weinig sociale contacten en heeft de zorg voor zijn hond, die - naar zeggen van verdachte - alles voor hem betekent, die kleur aan zijn leven geeft.

Uit voormeld uittreksel blijkt voorts, dat verdachte na 17 september 2008 niet wederom ter zake van het plegen van recentere strafbare feiten met justitie in aanraking is gekomen.

Het lijkt er op dat er in het leven van verdachte een wending ten goede heeft plaatsgevonden.

Een gevangenisstraf zou de door verdachte ingeslagen andere weg doorkruisen en zou het verlies van zijn woning en zijn hond, waarom hij zoveel geeft, tot gevolg kunnen hebben.

Gelet op deze positieve ontwikkeling in het leven van verdachte is het hof van oordeel, dat - hoewel in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats zou zijn - thans kan worden volstaan met de door de advocaat-generaal gevorderde werkstraf.

Benadeelde partij [benadeelde]

Gebleken is, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering in eerste aanleg deels niet is toegewezen en dat hij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort, voor zover die vordering in eerste aanleg is toegewezen.

Het hof is van oordeel, dat de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard is, dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Gelet op het bepaalde in artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in zijn vordering niet ontvankelijk te worden verklaard, met bepaling, dat de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tachtig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Foppen, voorzitter, mr. Lahuis en mr. Roes, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. Roes buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.