Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
24-002029-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte - een veelpleger - wordt ter zake van mishandeling en opzetheling veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-002029-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-880219-08

Arrest van 11 november 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 4 juli 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1959] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.J. Buitenhuis,

advocaat te Drachten.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1en 2 primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur 4 weken.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 25 februari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), bij de keel of de hals heeft vastgepakt of beetgepakt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij op of omstreeks 24 februari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, (een) hoeveelhe(i)d(en) stenen (oude geeltjes) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die stenen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 24 februari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) hoeveelhe(i)d(en) stenen

(oude geeltjes), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 25 februari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer] bij de keel heeft vastgepakt, waardoor deze pijn heeft ondervonden, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

2 primair:

hij op 24 februari 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], een hoeveelheid stenen

(oude geeltjes) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die stenen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1:

mishandeling, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

onder 2 primair:

opzetheling, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 24 februari 2008 een hoeveelheid stenen (oude geeltjes) geheeld. Door het plegen van dit feit heeft verdachte een afzetmogelijkheid voor door misdrijf verkregen voorwerpen geschapen, hetgeen het plegen van strafbare feiten heeft bevorderd. Bovendien heeft verdachte dit feit gepleegd op een moment dat nog geen vijf jaren waren verlopen sedert hij bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 22 juni 2007 onder parketnummer 17-880373-06 tot 58 dagen gevangenisstraf wegens onder meer een soortgelijk misdrijf was veroordeeld.

Een dag later heeft verdachte [slachtoffer] mishandeld door haar bij de keel vast te pakken. Hierdoor heeft die [slachtoffer] pijn ondervonden. Verdachte heeft door het plegen van dit feit de lichamelijke integriteit van die [slachtoffer] geschonden. Daarenboven heeft verdachte dit feit gepleegd op het moment dat nog geen vijf jaren waren verlopen sedert hij bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden d.d. 24 maart 2006 onder parketnummer 17-781009-06 tot 105 dagen gevangenisstraf, waarvan 39 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, wegens een soortgelijk misdrijf was veroordeeld.

Uit het verdachte betreffende - 39 pagina's tellende - Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 juli 2009 blijkt, dat verdachte vele malen ter zake van het plegen van strafbare feiten tot straffen is veroordeeld, onder meer tot vrijheidsbenemende straffen. Bovendien blijkt uit dat uittreksel, dat in het recente verleden de tenuitvoerlegging is gelast van twee voorwaardelijk opgelegde straffen, waarvan een is omgezet in een werkstraf. Al deze straffen en voormelde tenuitvoerleggingen en omzetting hebben verdachte er niet van weerhouden de hiervoor bewezen verklaarde feiten te begaan. Het lijkt er op dat verdachte zich niets van een opgelegde straf aantrekt en maar doorgaat met het plegen van (soortgelijke) strafbare feiten.

Op grond van het vorenstaande is het hof - met de advocaat-generaal - van oordeel, dat aan oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet kan worden ontkomen, met name nu verdachte al zo vele malen is gewaarschuwd en desondanks blijft recidiveren. Het hof acht de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken dan ook in beginsel gerechtvaardigd.

Uit de verklaring die de getuige-deskundige Hengelveld, reclasseringsmedewerkster bij de Verslavingszorg Noord Nederland (VNN), ter zitting van het hof heeft afgelegd, blijkt, dat verdachte sedert 1 juli 2009 van de "veelplegers"-lijst is geschrapt, omdat hij het afgelopen jaar heeft laten zien dat hij met hulp van de VNN een andere -positieve - weg is ingeslagen. Verdachte heeft een woning toegewezen gekregen, zijn financiële situatie is geregeld en hij heeft sinds kort de zorg voor een hond. Daarnaast wordt hij begeleid door Hengelveld voornoemd, met wie verdachte eenmaal per twee weken een gesprek heeft.

Uit voormeld Uittreksel blijkt voorts, dat verdachte na het plegen van de bewezen verklaarde feiten niet wederom ter zake van het plegen van recentere strafbare feiten is veroordeeld.

Het lijkt er derhalve op, dat er enige hoop gloort dat verdachte een andere - positieve - weg is ingeslagen. Het is aan verdachte dit waar te maken.

Het hof zal bij de bepaling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf met deze - positieve - gewijzigde omstandigheden van verdachte rekening houden.

Alles afwegende, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken niet alleen gerechtvaardigd, maar ook passend en geboden. Het hof is van oordeel, dat verdachte door een tenuitvoerlegging van deze straf, gelet op de korte duur daarvan, zijn woning én zijn hond kan behouden. Verdachte moet in staat worden geacht vóór de tenuitvoerlegging van deze straf een oppas voor zijn hond te regelen, dan wel zijn hond bij een ander onder te brengen.

De ernst van de gepleegde feiten en het strafblad van verdachte rechtvaardigen niet de oplegging van een voorwaardelijke straf, zoals door de raadsvrouw is verzocht.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 43a, 43b, 57, 300 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Foppen, voorzitter, mr. Lahuis en mr. Roes, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. Roes buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.