Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2870

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-11-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
107.001.070
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vordering uit rekening-courant. Bewijskracht basisadministratie m.b.t. opname tegenbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Arrest d.d. 10 november 2009

Zaaknummer 107.001.070

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellant],

toevoeging,

advocaat: mr. P.R. van den Elst, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

Finata Bank N.V.,

gevestigd te [plaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: Finata Bank,

advocaat: mr. H.P. de Lange, kantoorhoudende te Drachten.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 23 december 2008 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Na het tussenarrest van 23 december 2008 heeft een getuigenverhoor plaatsgehad. Vervolgens heeft [appellant] de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren tegen het voorshands afdoende bewezen te achten feit dat hij opnames heeft gedaan van per saldo omgerekend € 20.313,96, te weten € 16.366,08 (fl. 36.000,=) op 8 februari 1991, € 2.268,90 (fl. 5.000,=) op 29 juli 1991 en € 1.678,98 (fl. 3.700,=) op 4 november 1991. Ingevolge deze bewijsopdracht is uitsluitend [appellant] als getuige gehoord. [appellant] heeft echter niets verklaard dat aan het hiervoor genoemde, voorshands bewezen geachte feit af kan doen. Daarmee staat een en ander thans in rechte vast.

De slotsom.

2. Omdat aldus (naast de grieven II en III) ook grief I op alle onderdelen faalt, dient het vonnis waarvan beroep te worden bekrachtigd, met veroordeling van [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep (tariefgroep III, 2 punten).

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het tegen het vonnis van 2 maart 2005 ingestelde hoger beroep;

bekrachtigt de vonnissen van 5 oktober 2005 en 22 februari 2006 waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van Finata Bank tot aan deze uitspraak op € 1.450,= aan verschotten en € 2.316,= aan geliquideerd salaris voor de advocaat.

verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. Knijp, voorzitter, Zandbergen en Janse, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 10 november 2009 in bijzijn van de griffier.