Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2804

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
30-10-2009
Datum publicatie
10-11-2009
Zaaknummer
000514-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor de toekenning aan appellant van een vergoeding voor de schade wegens de ondergane detentie conform de daarvoor geldende forfaitaire bedragen, nu appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als gevolg van de ondergane detentie opdrachten is misgelopen. Het hof bevestigt de beschikking van de rechtbank waarbij verhoging van de geldende forfaitaire bedragen tot € 250,- per dag is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Rekestnummer: 0514-09

Rekestnummer eerste aanleg: 09/210

Parketnummer eerste aanleg: 17-880314-08

Beschikking d.d. 30 oktober 2009 van de meervoudige raadkamer van het gerechtshof te Leeuwarden op het hoger beroep tegen een beschikking ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering d.d. 27 juli 2009 van de rechtbank Leeuwarden op het verzoek van:

[verzoeker],

geboren op [1974] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen, bijgestaan door zijn advocaat mr. P.A. van der Vliet, advocaat te Drachten.

De beschikking waarvan beroep.

De rechtbank heeft bij voormelde beschikking verzoeker een vergoeding toegekend ten bedrage van € 3.605,-.

Het verzoek

Verzoeker verlangt in zijn verzoekschrift van 16 april 2009 een vergoeding van € 11.750,-, zijnde de schade die hij heeft geleden in verband met de tijd die hij in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zoals door hem in zijn verzoekschrift is aangegeven.

Aanwending van het rechtsmiddel.

Verzoeker is blijkens akte d.d. 27 juli 2009 op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormelde beschikking in hoger beroep gekomen.

De behandeling in raadkamer

Het hof heeft in openbare raadkamer van 16 oktober 2009 gezien de stukken, waaronder het verzoekschrift en de op de strafzaak betrekking hebbende stukken.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal, verzoeker en diens advocaat.

De beoordeling van het hoger beroep.

Uit het onderzoek in openbare raadkamer is - voor zover hier van belang - het hof het navolgende gebleken:

- tegen verzoeker is strafvervolging ingesteld onder parketnummer 17-880314-08;

- in verband daarmee was verzoeker gedurende de periode van 8 augustus 2008 tot

11 augustus 2008 in verzekering gesteld, en gedurende de periode van 11 augustus

2008 tot 24 september 2008 in voorlopige hechtenis genomen;

- de strafzaak tegen verzoeker is op grond van het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs geëindigd met een sepotbeslissing van de officier van justitie. Daarvan is verzoeker op 24 maart 2009 schriftelijk mededeling gedaan.

Verzoeker heeft aangevoerd dat hij tengevolge van de in verzekering stelling en de voorlopige hechtenis immateriële schade heeft geleden, ten bedrage van (3 x € 95,- ) + (20 x € 70,-) + (24 x € 80,-) = € 3.605,-.

Verzoeker vraagt verhoging van de hiervoor vermelde forfaitaire bedragen tot € 250,- per dag in verband met de materiële schade die hij ten gevolge van de ondergane detentie heeft geleden. Daartoe heeft hij het volgende aangevoerd.

Verzoeker heeft een schilders- en glaszettersbedrijf. Hij heeft dat bedrijf gedurende 48 dagen niet kunnen voeren en gedurende 33 werkdagen heeft hij geen inkomen kunnen genereren. In aanmerking genomen het uurtarief van € 37,50 komt dit neer op een bedrag van € 9.900,- aan gederfde inkomsten. Verzoeker stelt dat hij in ieder geval twee opdrachten is misgelopen, hetgeen neerkomt op een schade van € 4.181,25. Voorts heeft hij in deze periode geen nieuwe opdrachten kunnen aannemen en is de goede naam van het bedrijf aangetast. Het voorgaande rechtvaardigt verhoging van de forfaitaire bedragen, zoals hiervoor is vermeld.

Ter zitting heeft verzoeker aangevuld dat zijn gezin afhankelijk is van zijn inkomen. Zijn echtgenote was niet in staat de administratie van het bedrijf te voeren en rekeningen werden niet uitgeschreven of betaald. Als gevolg daarvan heeft hij incassokosten moeten betalen. Weliswaar heeft de zwager van verzoeker de lopende werkzaamheden voortgezet, maar dat heeft de afwezigheid van verzoeker niet kunnen compenseren.

Artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt, voor zover hier van belang, dat indien de zaak eindigt zonder straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit, waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, de rechter op verzoek van de gewezen verdachte hem een vergoeding ten laste van de Staat kan toekennen voor de schade die hij ten gevolge van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis heeft geleden. Ingevolge artikel 90 van het Wetboek van Strafvordering heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor de toekenning aan verzoeker van een vergoeding voor de schade wegens de ondergane detentie conform de daarvoor geldende forfaitaire bedragen.

Verzoeker heeft zijn stelling dat hij gedurende de detentieperiode opdrachten is misgelopen slechts met enkele bewijsstukken onderbouwd, waaronder een brief van een opdrachtgever d.d. 16 februari 2009 waarin deze de in april 2009 uit te voeren opdracht annuleert, met als motief het feit dat verzoeker in 2008 met justitie in aanraking is gekomen. Daargelaten dat genoemde opdracht buiten de detentieperiode van verzoeker viel, heeft verzoeker in raadkamer ook niet aannemelijk gemaakt dat hij in april 2009 in plaats daarvan geen andere opdrachten heeft uitgevoerd. Ten aanzien van een andere opdracht waarvan verzoeker een afschrift van een offerte heeft overgelegd is in het geheel niet gebleken dat deze niet is uitgevoerd.

Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank terecht heeft beslist tot beperking van de vergoeding tot de daarvoor geldende forfaitaire tarieven, te weten een vergoeding voor 3 dagen à € 95,-, voor 20 dagen à € 70,- en voor 24 dagen à € 80,- = € 3.605,-. Het hof zal daarom de beslissing van de rechtbank bevestigen en het verzoek voor het overige afwijzen.

Beslissing:

Het hof:

bevestigt de beschikking van de rechtbank;

kent mitsdien aan verzoeker [verzoeker] toe een vergoeding uit 's Rijks kas ten bedrage van € 3.605,- (zegge: drieduizendzeshonderdvijf euro);

wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gewezen door mrs. P.W.J. Sekeris, als voorzitter, H.M. Poelman en

W.M. van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Zomer als griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd.

beveelt de tenuitvoerleging ten aanzien van dit bedrag door overmaking van dat bedrag op rekening nr 42.32.58.419 ten name van Stichting Beheer Derdengelden Machiels Advocaten te Drachten, onder vermelding van [kenmerk].